GWW-Totaal 1 - 2021

17 NUMMER 1 / FEBRUARI 2021 KLIMAATADAPTATIE ontwerper of woningbeheerder zelf een keuze kan maken. Dit werkt als een soort menukaart die initiatiefnemers helpt om tot een keuze te komen waar de biodiversiteit baat bij heeft. Wel zeggen we: hoe groter de mogelijkheden voor natuur- en groeninclusief bouwen, hoe hoger de lat wordt gelegd. Dit vertaalt zich tot een minimale puntenscore die gehaald moet worden als norm.” Belangrijk uitgangspunt bij het ontwikkelen van een puntensysteem is volgens Klasberg vooral dat deze niet te ingewikkeld is en dat het geen ontwikkelaars afschrikt. “Het systeemmoet bruikbaar en effectief zijn voor de grote bouwopgaven die gaan komen.” Inmiddels werken diverse grote gemeenten met het puntensysteem: “Er is ook geen sprake van één puntensysteem. We hebben voor iedere gemeente een puntensysteem op maat gemaakt. Voorbeelden zijn Den Haag, de Waalsprong in Nijmegen en Leiden. De ge- meenten Barneveld, Tilburg en Amersfoort volgen binnenkort.” DEN HAAG De eerste gemeente die aan de slag is gegaan met het puntensysteem is Den Haag. De ge- meenteraad van Den Haag heeft in 2016 het besluit genomen om natuurinclusief bouwen te bevorderen. Den Haag groeit de komende 20 jaar met naar verwachting bijna 100.000 inwoners. De ambitie is daarbij om de stad te verdichten èn te vergroenen. De gemeente voert het systeem in fases in. In 2019 is begonnen met een aantal projecten in het Central Innovation District, rond de grote stations en de Binckhorst. Bij andere bouwprojecten waar groen- en natuurin- clusief bouwen nog niet verplicht is, neemt de stad het systeem als wens in planuitwer- kingskaders op. Voor de stimulering van natuurinclusief bouwen is een uitgebreid ‘menu’ opgesteld van maatregelen waaruit gekozen kan worden. Een voorbeeld (geen volledige opsomming) van punten die gescoord kunnen worden bij stadszones ‘historisch centrum en oude stadswijken’, ‘woonwijk’, ‘grootschalige bebouwing en hoogbouw’ en ‘bedrijventerein’: • 1 punt. Groen dak met sedum (> 5 – 7 cm)/30%, insectenstenen, nest- en verblijf- plaatsen gierzwaluw, zwarte roodstaart, huismus, slechtvalk en vleermuizen, geen buitenverlichting bij groen, cluster van drie inheemse bomen of inheemse struiken (50 m 2 ), doorstroming van open water en muurplanten in oude (kade)muur. • 2 punten. Groen dak met sedum, grassen en kruiden (7 - 15 cm) /30%, gevelgroen, natuurlijke haag (>25 meter), natuurlijke verharding 25% areaal, boomgaard met meer dan tien fruitbomen, grasland met inheems bloemenmengsel > 500 m 2 , rij van meer dan tien inheemse bomen (zo mogelijk gemixt), een natuurvriendelijke of drijvende oever van meer dan 10 meter en een ecologische wadi (alleen bij woonwijk en bedrijventerrein). • 3 punten. Groen dak met (sedum), grassen, kruiden en dwergheesters (15 - 30 cm) /30%, natuurlijke poel en minipark. • 4 punten. Groen dak met (grassen), kruiden, dwergheesters en struiken (30 - 50 cm) /30% of groen dak met kruiden, dwergheesters, struiken en bomen (> 50 cm) /30%. Alleen bij hoogbouw (>50 m): minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag komt terug als horizontale buitenruimtes zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit. WAALSPRONG Ook voor de Waalsprong, de VINEX-locatie in Nijmegen ten noorden van de Waal, is door Arcadis een puntensysteem ontwikkeld. Hier ligt het zwaartepunt op de ambitie om voor gebouwgebonden diersoorten nestvoorzie- ningen aan te brengen in de nieuwe bebou- wing binnen de Waalsprong. Hierbij wordt het puntensysteem gebruikt ommede te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Het gaat daarbij specifiek om het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis, gierzwaluw en huismus. De gemeente biedt wel de mogelijkheid om de verplichte nestvoorzieningen in sommige gevallen ‘in te wisselen’ (0 tot maximaal 50%) met groene omgevingsmaatregelen. Denk aan groene gevels en daken, vergroening van tuinen en vergroening van openbare ruimtes, zoals parken, speeltuinen en groenstroken. Dat is vooral van belang in een meer stede- lijke omgeving. Als leidraad geldt het volgende uitgangspunt per diersoort: • Bij het inwisselen van 25% van de nest- voorzieningen, dienen tenminste 6 punten per project te worden gerealiseerd waarbij het gaat om aparte maatregelen. • Voor het inwisselen van 50% van de nest- voorzieningen dienen minimaal 9 punten per project te worden gerealiseerd waarbij het eveneens gaat om aparte maatregelen. Er is een uitgebreide lijst opgesteld met maatregelen die punten opleveren. Dat kan zijn op het gebied van ecologisch advies (1 tot 3 punten), gevel- en dakvergroening (1 tot 4 punten), vergroenen van tuinen (1 tot 6 pun- ten) en omgevingsmaatregelen, zoals bomen, struiken, poelen, natuurlijke verharding en vergroten biodiversiteit (1 tot 3 punten). OMGEVINGSWET BIEDT KANSEN De Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2022 van kracht wordt, biedt volgens Klasberg goede mogelijkheden voor gemeenten om beter te sturen op natuurin- clusief bouwen: “Zo kan een gemeente het puntensysteem bij gebleken geschiktheid opnemen in de Omgevingsvisie. De Omge- vingsvisie wordt daarbij ingezet als instru- ment om op gemeentelijk niveau prioriteiten op het gebied van biodiversiteit en klimaat- adaptatie te benoemen. Dit vormt de basis voor de op te stellen omgevingsplannen, die naar verwachting vanaf 1 januari 2022 de bestemmingsplannen gaan vervangen onder de nieuwe Omgevingswet. Hiermee ontstaat een juridische basis voor klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit bij ruimtelijke ontwikke- lingen.” Met de groene maatregelen uit het pun- tensysteem kunnen volgens Klasberg tegelij- kertijd meerdere belangen worden gediend: “Hier is al snel sprake van een win-win situ- atie. Ook kan het puntensysteem gebruikt worden om de bestaande natuur in de stad te waarderen. Hiermee kan invulling worden gegeven aan de verplichting om omgevings- waarden in beeld te brengen. Het zou goed zijn als een dergelijk instrument ook landelijk wordt aangeboden aan de gemeenten. Niet alle gemeenten hebben een eigen ecoloog die dit zal aankaarten.” Een ander instrument zijn de aanbestedingen van projecten. “Gemeenten, provincies en rijksoverheid stappen bij aanbestedingen steeds vaker over op BPKV – voorheen EMVI – wat staat voor de beste kwaliteit-prijsver- houding in plaats van louter de laagste prijs. Zo kunnen overheden dus bijvoorbeeld voor- schrijven dat een minimaal aantal punten wordt behaald voor natuurinclusief bouwen. Maar uiteindelijk is het de hoop dat project- ontwikkelaars en verhuurders uit zichzelf al natuurinclusief gaan bouwen, omdat groene woningen in groene wijken in waarde stijgen of beter verhuurbaar zijn.” Grasland met onder andere Wilde margriet. Foto: natuurpunt.be . Gierzwaluwkasten ingebouwd in de kopgevel van een appartementencomplex. Foto: Vivara Pro. Vleermuisverblijf en -kast achter houten be - timmering, Pancerstraat Maastricht, Servatius. Foto: Arcadis. Met extra groen in de wijk kunnen ook punten worden gescoord.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=