GWW-Totaal 2 - 2025

21 NUMMER 2 / MAART 2025 WATER IN DE STAD WIE DOET WAT? Gemeenten Gemeenten hebben wettelijke taken voor vuilwater, hemelwater en grondwater. Deze drie watertaken liggen vast in de Omgevingswet (art. 2.16). De gemeente beheert daarbij de voorzieningen in de openbare ruimte. Ondergronds beheert de gemeente de riolering (stelsels van leidingen met bijbehorende putten, pompen en andere speciale voorzieningen) waarin vuilwater, hemelwater of een combinatie daarvan wordt afgevoerd. Ook beheert de gemeente allerlei bovengrondse voorzieningen, zoals goten langs de weg en speciale grasvelden die hemelwater tijdelijk opvangen waarna het in de bodem kan zakken (wadi’s). Waterschappen Waterschappen beheren het oppervlaktewater in en rond stedelijk gebied, zoals grachten en sloten, en daarnaast ook kleine kanalen, beken en meren. Zij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van dit oppervlaktewater en reguleren de aan- en afvoer met oog op het waterpeil. Ook onderhouden de waterschappen de waterkeringen (zoals dijken en duinen) en beheren zij de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Hier wordt het afvalwater dat de gemeentelijke riolering aanvoert gezuiverd, waarna het in het oppervlaktewater terechtkomt. Perceeleigenaren betalen hiervoor de watersysteem-, zuivering- en verontreinigingsheffing. Perceeleigenaren Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de waterafvoer in huis en op eigen terrein. Verreweg de meeste terreinen voeren hun afvalwater af via de riolering. Bewoners en bedrijven moeten verstoppingen voorkomen door het riool goed te gebruiken. Perceeleigenaren moeten sinds 2009 in principe zelf het hemelwater ‘verwerken’ dat op hun eigen terrein valt, net als de gemeente dat doet met het hemelwater in de openbare ruimte. In de praktijk voeren perceeleigenaren het hemelwater vaak nog onbeperkt af via de riolering. Iedere perceeleigenaar is ook verantwoordelijk voor het grondwater op eigen terrein. Bewoners, bedrijven en perceeleigenaren betalen rioolheffing voor de riolering en aanvullende voorzieningen. Met dit geld houdt de gemeente al haar watervoorzieningen op peil. OVERIGE WATERTAKEN De provincie is verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit en voor onttrekkingen van grondwater op grote diepte. Rijkswaterstaat beheert de grote rivieren en kanalen en het IJsselmeer inclusief de bijbehorende waterkering. Het drinkwaterbedrijf is verantwoordelijk voor schoon drinkwater en beheert het drinkwatertransportnetwerk. Alle overheden moeten bij het maken en uitvoeren van hun beleid rekening houden met mogelijke gevolgen voor het drinkwater. KADERRICHTLIJN WATER Alle EU-landen moeten sinds 2015 voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Dat hebben we in 2000 met elkaar afgesproken. Wel heeft de EU tot 2027 de tijd gegeven om maatregelen te nemen. Dit betekent dat al het grond- en oppervlaktewater over twee jaar een goed leefgebied moet vormen voor planten en dieren die er thuishoren. Ook moet er redelijk eenvoudig drinkwater van te maken zijn. Met de huidige maatregelen gaan we de doelen van de KRW niet halen (Bron: Nieuwsuur, 11 september 2024 op basis van cijfers van het Informatiehuis water). rioleringen, waarvan ongeveer de helft ouder is dan 35 jaar, vraagt de komende jaren om een tempoversnelling.” KLIMAATADAPTATIE Uit de monitor blijkt dat dat er steeds meer aanvullende voorzieningen worden aangelegd in de openbare ruimte voor de afvoer van hemelwater en voor het aanvullen of afvoeren van grondwater. Bijna alle gemeenten hebben beleid ontwikkeld voor klimaatadaptatie. Zo hebben vrijwel alle gemeenten (90%) beleid opgesteld om wateroverlast te voorkomen, 62% om de effecten van droogte te verminderen en 63% om hittestress tegen te gaan. Het beleid ligt meestal vast in een water- en rioleringsprogramma, waaraan investeringen en beheerplannen zijn gekoppeld. Verder doet 46% van de gemeenten onderzoek naar mogelijkheden voor ondergrondse afvoer van overtollig grondwater en 28% naar mogelijkheden voor ondergrondse aanvoer om grondwatertekorten aan te vullen. Circa 60% van het stedelijk gebied bestaat uit particulier terrein, waar eigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van water. In de monitor zien we dat bijna alle gemeenten (91%) particulieren informeren of enthousiasmeren om klimaatadaptieve maatregelen op eigen terrein te nemen. Denk aan een groen dak op de schuur, de regenpijp afkoppelen van het riool, het water opvangen (regenton) en verwerken in de tuin en tegels vervangen door planten, zodat hemelwater in de bodem kan zakken. Hiermee beschermen ze hun eigen terrein en ontlasten ze de riolering. Ongeveer tweederde van de gemeenten heeft specifiek beleid voor particulier terrein. Zo heeft ruim de helft van de gemeenten een subsidieregeling voor maatregelen op eigen terrein. 35% van de gemeenten gaat verder en heeft beleid vastgelegd dat particulieren verplicht bepaalde maatregelen moeten nemen. Foto: Stichting RIONED / Ruud van der Linden, Enschede. Perceeleigenaren moeten sinds 2009 in principe zelf het hemelwater ‘verwerken’ dat op hun eigen terrein valt. Foto: Stichting RIONED / Muus & Keus, Rotterdam. HEMELWATER AFVOEREN Hemelwater dat op verhard oppervlak valt (zoals daken van huizen, wegen en betegelde tuinen), moet ook ergens naartoe. In totaal is 1.800 miljoen m2 (verhard) oppervlak aangesloten op de riolering. Sinds 2016 is het totale aangesloten oppervlak met 8% gestegen, onder meer door nieuwbouw en verstening van tuinen. Tegelijkertijd zijn in toenemende mate zogenaamde infiltratievoorzieningen aangelegd. Dit zijn ondergrondse of bovengrondse constructies met waterdoorlatende wanden en/of bodem, waarbij het ingezamelde hemelwater in de bodem kan infiltreren. Meestal zakt het hemelwater dan verder de bodem in, soms worden drainagebuizen aangelegd die het geïnfiltreerde water inzamelen en afvoeren naar oppervlaktewater. Voorbeelden van bovengrondse voorzieningen zijn: infiltrerende wegconstructies (zoals waterdoorlatende bestrating) en groene infiltratievelden (‘wadi’s’), bermen en greppels. Voorbeelden van ondergrondse voorzieningen zijn: horizontale infiltratieleidingen, verticale infiltratieleidingen en -putten, en voorzieningen met een reservoir/ holle ruimte. Gemeenten leggen steeds meer infiltratievoorzieningen aan. Vaak om in de openbare ruimte meer water te kunnen opvangen (‘sponswerking’) en daarmee riolering en zuivering te ontlasten. Soms ook om droogte te bestrijden. In Nederland liggen meer dan 2.500 infiltratievoorzieningen van verschillende typen. Ondanks de forse inspanningen op het gebied van waterbeheer, liggen er de komende decennia nog forse uitdagingen om waterafvoer, waterretentie en waterkwaliteit te beheersen.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=