GWW-Totaal 2 - 2025

9 NUMMER 2 / MAART 2025 VERHARDINGEN WAAR OP LETTEN BIJ DOORGROEIBARE VERHARDING? Aandachtspunten voor aanleg en onderhoud van doorgroeibare verharding: • Doorgroeibare verharding wordt aangebracht op een substraat, dat waterdoorlatend is maar ook voldoende vocht vasthoudt voor droge perioden. Het moet voldoende organisch materiaal bevatten om voeding te geven aan het gewas. • Het inveegsubstraat is soms net anders qua samenstelling. Het vult de openingen in de stenen tot enkele centimeters onder de bovenrand. Het gewas blijft hierdoor beschermd tegen kapotrijden, waardoor het beter aanslaat. Dit verkleint ook de kans op modder als het hard regent. • Gebruik van geotextiel onder de substraatlaag is af te raden. Geotextiel kan namelijk dichtslibben, waardoor de infiltratiecapaciteit al na een paar jaar afneemt. • Doorgroeibare verharding is succesvol als het gewas daadwerkelijk aanslaat. Dan zorgen de wortels van planten dat de grond open blijft. Planten slaan het best aan als de verharding in het voorjaar of in het najaar wordt gelegd. • Doorgroeibare verharding hoeft niet op afschot te liggen. De bedoeling is dat regenwater juist niet afstroomt naar de zijkant van de weg, maar door de verharding in de bodem zakt. • Schoonmaken van wegdelen met doorgroeibare verharding moet handmatig gebeuren. Veegwagens of een ZOAB-reiniger beschadigen de beplanting. • Begroeiing kan worden bijgehouden met een bosmaaier. • Maaien van gras in doorgroeibare verharding is meestal slechts driemaal per jaar nodig, afhankelijk van het gebruikte grasmengsel en de verkeersbelasting. Voor de infiltratie is het beter om zo weinig mogelijk te maaien. Dan groeien planten hoger op en steken de wortels dieper. • Bij begroeiing met sedum of klaver is maaien vaak niet nodig. • Aanbevolen wordt om doorgroeibare verharding niet aan te leggen boven kabels en leidingen. Bij werkzaamheden in de grond zou het hele systeem moeten worden verwijderd en daarna weer worden hersteld. Bron: KAN brochure Infiltratie van regenwater in stedelijk gebied. voor een goede, open ondergrond. En uit onderzoek in Leiden bleek dat er tussen het gras meer dan 100 andere soorten vegetatie groeiden.” Floris maakt er wel een kanttekening bij: “Het staat niet bovenaan als het gaat om klimaatadaptatie. Het beste is om het water zichtbaar te houden, dus bovengronds, en de natuur het werk te laten doen. Denk aan bijvoorbeeld wadi’s en raingardens. Liefst multifunctioneel, zodat je die ook kunt gebruiken als bijvoorbeeld voetbalveld of speelplaats. Dan is de waterberging zichtbaar. Je moet het water bij voorkeur dus ook niet via ondergrondse buizen naar de wadi voeren, maar gecontroleerd over straat laten lopen. Ondergrondse buizen zijn onzichtbaar, zijn lastig te onderhouden en geven kans op foutieve aansluitingen. Als het water zichtbaar is, zien en snappen mensen wat er gebeurt. En als er iets in de weg ligt dat het water tegenhoudt, is de kans groot dat een bewoner het zelf oplost.” MEER GROEN IN DE WIJK Wadi’s vragen wel ruimte in de wijk. En die is er lang niet overal. In dat geval is het doorlatend maken van bestaande of nieuwe verharding met doorgroeibare verharding een mooi compromis. “Het laat water door maar er is ook meer groen en biodiversiteit in de wijk. Het voorkomt hittestress doordat het veel minder hard is dan volledige bestrating. En mensen omarmen het. Je moet het wel uitleggen. Je moet vertellen waarom je het doet en je moet het goed aanleggen zodat het groen inderdaad gaat groeien. Dus met een goede substraatlaag er onder.” Floris vervolgt: “Als je mensen er bij betrekt, kunnen ze het zelfs als een deel van hun voortuin gaan zien. Dat is onder meer het geval in Eindhoven, waar we proeven hebben gedaan. Mensen werden betrokken bij de vegetatiekeuze en helpen dan ook bij het onderhoud door echt onkruid even te verwijderen als dat nodig is. Het draagvlak is er, ook al ziet het er anders uit dan we gewend zijn. Natuurlijk zijn er nog altijd mensen die vinden dat de gemeente twee keer per week moet komen maaien en dat alles keurig aangeharkt moet zijn. Maar die tijden zijn voorbij. Gemeenten hebben daar ook steeds minder budget en capaciteit voor en ze moeten vergroenen voor verhoging van de biodiversiteit en de strijd tegen hitte, droogte en wateroverlast.” CIRCULARITEIT Een ander argument voor deze verharding is circulariteit. “Er zijn diverse speciale producten op de markt voor doorgroeibare verharding. Er zijn allerlei leveranciers, ook van substraten. En ieder heeft zijn eigen verhaal waarom zijn systeem het beste is. Nature based solutions hebben daarbij de voorkeur. Daarbij stoppen we ook minder milieuvreemde materialen in de grond, zoals plastics als basismateriaal, geotextiel en afstandshouders. Hoe mooi is het om te kiezen voor circulaire materialen? Je kunt de straatsteen die toch al gebakken is, prima hergebruiken door die in een open patroon te leggen. Je moet dan wel aan de bewoners uitleggen dat je dat niet doet om er goedkoop af te zijn, maar dat je dat doet vanuit circulariteit en klimaatadaptatie.” VERKEERSREMMER Daarmee is de doorgroeibare verharding aan een behoorlijke opmars bezig. “We hebben er al 25 jaar ervaring mee. Dat begon vooral bij parkeerplaatsen van recreatieplassen en sportvelden. Inmiddels worden er complete nieuwbouwwijken mee uitgevoerd. In die wijken worden eisen gesteld aan de waterberging en -infiltratie. Daar kun je onder meer aan voldoen met groendaken en waterpleinen, maar dat wil niet iedereen. Voor wadi’s is niet altijd ruimte. Doorgroeibare verharding hoeft ook niet duurder te zijn dan reguliere verharding. En het is ook nog eens een prima verkeersremmer en daarmee geschikt voor 30 km/u zones. Voor wegen met een hogere verkeersintensiteit lijken ze nu constructief nog niet geschikt, maar er komen ongetwijfeld innovaties om de systemen sterker en stabieler te maken.” Inmiddels is gebleken dat er ook diverse groensoorten mogelijk zijn, en niet alleen maar gras zoals de naam ‘grasbetonstenen’ ooit aangaf. “Je kunt ook kruidenmengsels inzaaien. In Heemskerk is als eerste sedum toegepast, dat goed tegen droogte kan en mooi bloeit. In Rotterdam is klaver gebruikt. En in Leiden is er voor gekozen om helemaal niets in te zaaien en het aan de natuur over te laten. Zo’n ‘nature based’ oplossing is natuurlijk helemaal mooi, ook al is er soms onbegrip van bewoners. Communicatie is daarbij wel key.” Het groen hoeft daarbij niet per se te lijden onder de passerende autobanden. “Je kunt het substraat wat lager aanleggen dan de randen van de steen, zodat de banden geen direct contact hebben met het groen. Ook kun je er voor kiezen om meer bloemrijke soorten aan te brengen op plekken waar minder verkeer rijdt.” ELKE STRAAT Dat waterdoorlatende oplossingen – waaronder doorgroeibare verharding - inmiddels op diverse plaatsen worden toegepast, laat Boogaard graag zien aan de hand van kaarten van Climatescan.nl. Deze interactieve site wordt beheerd door de verschillende fanatieke klimaatadaptatiefans die zich ClimateScanNerds noemen en is de grootste database voor klimaatadaptieve projecten op openbaar maar ook particulier terrein. “Dan zie je dat er van de 10.000 projecten meer dan 1.000 betrekking hebben op doorlatende verharding en waterbergende wegen. Zo staan er in Amsterdam meer dan 700 maatregelen op de kaart - kleine en grote - en in de praktijk zijn er meer. Zo wapent onder meer de Rivierenbuurt zich tegen regenwater. Voor de stortbui van 2014 werd die urgentie niet gevoeld, zo meldt het Parool.” “Als je al die postzegeltjes bij elkaar optelt, kom je tot een behoorlijk oppervlak. Zijn we er dan? Nee, want is nog maar een paar millimeter berging ten opzicht van het verharde oppervlak. Maar als we dit aantal opschalen in hetzelfde tempo naar 2050 komen we behoorlijk in de buurt. Het ligt ook aan de eisen van de hoeveelheid water die je wilt bergen en de eisen aan hittestress. Je zou volgens de 3, 30, 300 regel eigenlijk om de 300 meter een schaduwplek willen hebben. Dat betekent dat praktisch elke straat wel een boom en een bankje voor hittestress en waterberging met infiltratie tegen droogte en wateroverlast zou moeten hebben. Want je moet het water verwerken en gebruiken waar het valt en niet afwentelen naar je buren.” Doorgroeibare verharding is ook prima te maken met circulaire materialen, zoals in Leiden gedaan is. Foto: Floris Boogaard. Er zijn diverse testen uitgevoerd met doorgroeibare verharding, onder meer in Groningen. Foto: Guus Schoonewille.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=