GWW-Totaal 7 - 2025

Elektrisch ondanks tegenwind aandrijving van de toekomst Pag. 13 BEZOEK OOK DE WEBSITE WWW.GWWTOTAAL.NL NUMMER 7 | JAARGANG 16 | DECEMBER 2025 HET GROOTSTE GWW PLATFORM IN NEDERLAND THEMA BODEM & GRONDVERZET BODEM Bouwen op slappe bodem vraagt om innovatie aanpak 8 MATERIEEL Pon Equipment en Hitachi veranderen van naam 15 OPENBARE RUIMTE & GROEN Zonder gezonde aarde geen leven 24 BETONPLATEN KEERWANDEN T : +31 (0)528 28 70 07 info@zwaagstrabeton.nl www.zwaagstrabeton.nl NU MAILEN: BINNEN 24 UUR EEN COMPLETE OFFERTE! GOTEN SPECIALS www.bredenoord.com Duurzame mobiele energieoplossingen Jouw veiligheid staat voorop Voorkom ongelukken Meer weten? Scan de QR-code TIJDELIJKE BRUGGEN Jansonbridging.nl m o d u l a i r e o p l o s s i n g e n Ahlmann Nederland 073 599 7755 info@ahlmann.nl STERKER COMPACTER VEELZIJDIGER

VOOR SAMENWERKING IN DE GROND-,WEG-, EN WATERBOUW 10 | 11 | 12 FEBRUARI 2026 EVENEMENTENHAL HARDENBERG www.infrarelatiedagen.nl InfraRelatiedagen infrarelatiedagen InfraRelatiedagen REGISTREER JE NU OF GEBRUIK CODE MP1260 OP WWW.INFRARELATIEDAGEN.NL

3 NUMMER 7 / DECEMBER 2025 INHOUD COLUMN ING. FRANK DE GROOT 23 36 advertenties 04 Actueel Berm infrastructuur voor planten en dieren 06 Actueel Opladen aan trolleymast 07 Actueel In de spotlight THEMA BODEM & GRONDVERZET 08 Bodem & Grondverzet Bouwen op slappe bodem vraagt innovatie aanpak 10 Bodem & Grondverzet Gebruik staalslakken alleen met ontheffing 13 Bodem & Grondverzet Elektrisch ondanks tegenwind 15 Bodem & Grondverzet Materieelnieuws 17 Bodem & Grondverzet Nieuws EN VERDER 21 Materieel Hoe financier ik materieel als ondernemer? 24 Groen Zonder gezonde aarde geen leven 27 Groen De Groene Sector Vakbeurs 29 Groen Nieuws 33 Automatisering Innovatieve AutoCAD-plugin versnelt werk aanzienlijk 35 Ondernemen Aanbesteden & Aannemen 37 MKB INFRA Samen werken aan synergie 38 Productnieuws Productnieuws GWW-sector rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tra ng Equipment Industrial Manufacturing Maintenance and Repair Services Next Generation Automated Lu tem Accessories Specialty Products Industry Specific Solutions System Design and Engineering Custom desig Construction and Heavy Equipment Agricultural Machinery Mining Equipment Industrial Manufacturing Ma rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tra ng Equipment Industrial Manufacturing Maintenance and Repair Services Next Generation Automated Lu tem Accessories Specialty Products Industry Specific Solutions System Design and Engineering Custom desig Construction and Heavy Equipment Agricultural Machinery Mining Equipment Industrial Manufacturing Ma rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tra ng Equipment Industrial Manufacturing Maintenance and Repair Services Next Generation Automated Lu tem Accessories Specialty Products Industry Specific Solutions System Design and Engineering Custom desig Construction and Heavy Equipment Agricultural Machinery Mining Equipment Industrial Manufacturing Ma rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tra WELK SMEERSYSTEEM KIEST U? saleseurope@lubecore.com +31(0)592 37 27 19 info@middelbos.nl www.middelbos.nl Import en Groothandel ON-VOOR-STEL-BAAR Onvoorstelbaar groot is ons assortiment aanhangeronderdelen en banden voor Landbouw, Tuin & Park, Quad en Industrie. Door dat enorme assortiment hebben wij altijd voor u het beste, het snelst leverbare en het meest prijsvriendelijke artikel in huis. Vandaag besteld, is morgen in huis. Wielen kunnen we passend maken in onze eigen workshop. In elke gewenste kleur. Met plezier werken wij ons uit de naad voor uw sloffen. NIEUW Landbouwassen Landbouwbanden Industriebanden Velgen BEZOEK ONZE WEBSHOP NIEUW +31(0)592 37 27 19 info@middelbos.nl www.middelbos.nl Import en Groothandel ON-VOOR-STEL-BAAR Onvoorstelbaar groot is ons assortiment aanhangeronderdelen en banden voor Landbouw, Tuin & Park, Quad en Industrie. Door dat enorme assortiment hebben wij altijd voor u het beste, het snelst leverbare en het meest prijsvriendelijke artikel in huis. Vandaag besteld, is morgen in huis. Wielen kunnen we passend maken in onze eigen workshop. In elke gewenste kleur. Met plezier werken wij ons uit de naad voor uw sloffen. NIEUW Landbouwassen Landbouwbanden Industriebanden Velgen BEZOEK ONZE WEBSHOP NIEUW 592 37 27 19 middelbos.nl middelbos.nl n Groothandel EK E OP Elektrisch wint Tijdens de wereldwijd toonaangevende vakbeurs voor bouwmachines Bauma in München (7 – 13 april 2025) bleek dat de grootte van de machine nauwelijks nog een belemmering is voor elektrificering. Zo was er een elektrisch/hydraulische mijnbouwgrijper met een gewicht van ongeveer 700 ton en een 44 kuubs dieplepelbak te zien. Vooral de grotere ondernemingen bezitten ZE-materieel, omdat die eerder geneigd zijn om dit materieel aan te schaffen. Kleinere ondernemers aarzelen nog. Dat komt vooral doordat ze geen (extra) vergoeding krijgen voor de inzet van duurder ZE-materieel. Daarnaast wordt bij circa 80 procent van de door gemeenten uitgezette aanbestedingen nog niet om ZE-materieel gevraagd. Daardoor gaat elektrificering (nog) niet zo hard bij vooral het MKB. " Pas wanneer het merendeel van de gemeenten het SEB-convenant ondertekent én er een passende vergoeding komt, zal ZE-bouwen gemeengoed worden. Dat is ook een duidelijk signaal naar de fabrikanten van ZE-materieel. Want een deel daarvan doet het nog steeds rustig aan omdat de vraag ontbreekt", zegt ons materieelspecialist Pieter de Mos in deze uitgave. De Groene Koers – die versnelling wil naar een uitstootvrije(re) sector in 2030 - is positief gestemd: “Deze zomer is het aantal gemeenten dat het SEB-convenant ondertekende gestegen naar meer dan 25 procent. De verwachting is dat daardoor de vraag naar ZE-materieel over circa een jaar - de tijd die organisaties nodig hebben om de documenten en contracten aan te passen - flink zal stijgen.” Verder zien we steeds grotere machines geëlektrificeerd worden, want de techniek ontwikkeld zich voortdurend. Daarnaast zijn fabrikanten blij met de ZE-ontwikkelingen in Nederland, dat samen met enkele andere Noord-Europese landen nog altijd tot de koplopers behoort. Inmiddels dalen de tarieven voor snelladen ook. Ik heb al wat forse aanbiedingen voorbij zien komen. En de ene verlaging, lokt vaak de andere verlaging uit! Elektrisch werken lijkt definitief door te breken!

PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 4 Berm als infrastructuur voor planten en dieren Rijkswaterstaat zorgt voor een groot deel van de snelwegen, tunnels, rivieren en bruggen in Nederland. Dat ze gaten in de weg repareren of verouderde viaducten een opknapbeurt geven, weet bijna iedereen. Maar dat Rijkswaterstaat een van de grootste natuurbeheerders van Nederland is, is minder bekend. Rijkswaterstaat beheert en onderhoudt ruim 18.000 hectare aan bermen langs de snelweg. Deze bermen zijn niet alleen belangrijk voor veilige wegen, maar deze zijn ook het leefgebied van een heleboel wilde planten en kleine dieren. Een gezonde berm, met een verscheidenheid aan planten en dieren draagt bij aan een veiliger wegdek. De wortels van planten houden de grond stevig vast. Zonder deze wortels kan de grond wegspoelen. Dit kan leiden tot verzakkingen van de wegfundering en gaten in het asfalt. Daarom wordt na een ongeluk de berm geïnspecteerd en, als dat nodig is, opnieuw gezaaid met gras of andere geschikte vegetatie. VEILIGHEID EN ECOLOGIE Peter Buijsman is adviseur natuur- en groenbeheer bij Rijkswaterstaat West-Nederland Noord. Volgens hem staat in zijn werk veiligheid op en naast de weg voorop, maar kijkt hij zoveel mogelijk met een ‘groene bril’: “De weg is de infrastructuur voor mensen en de berm is dat voor planten en dieren. Daar moeten we rekening mee houden. We voorkomen onveilige situaties door takken en struiken te snoeien die het zicht op de weg wegnemen. Ook kunnen we niet ergens gaan maaien waar bijvoorbeeld eenden aan het broeden zijn.” Hij vervolgt: “Zo houden we rekening met beschermde planten en dieren, zoals broedende vogels. Voordat er gemaaid of gesnoeid wordt, onderzoeken we de berm. Dit heet een schouw. Soms stellen we een maaironde uit, een andere keer maaien we om de broedende vogels heen.” Normaal gesproken maait Rijkswaterstaat een berm één keer per jaar. Maar soms vaker, bijvoorbeeld om bermbranden te voorkomen en ter versteviging van de graszode bij bijvoorbeeld brughoofden om de kunstwerken te beschermen van erosie. WERKZAAMHEDEN VOORAL ‘S NACHTS Veel van het onderhoud aan het groen langs de snelwegen gebeurt ‘s nachts om hinder voor het verkeer zoveel mogelijk te beperken. Soms worden vluchtstroken afgezet en geldt er een snelheidsbeperking. Dit geldt vooral als de eerste meter van de berm wordt gemaaid. Door deze maatregelen kunnen aannemers hun werk veilig blijven uitvoeren. Buijsman: “Vaak valt het werk niet eens op. Het gaat pas opvallen als het niet zou gebeuren; dat takken zo laag over de weg hangen dat je borden niet meer kunt lezen. Dat soort situaties proberen wij te voorkomen.” Desondanks kan het hier en daar ‘nog’ niet zijn verwijderd. “Maar we doen ons best door zelf te zoeken en de meldingen van weggebruikers op te pakken.” Foto: Rijkswaterstaat. Foto: Rijkswaterstaat. Miljarden voor betere bereikbaarheid In totaal investeert het kabinet € 2,5 miljard in de aanleg van wegen, fietspaden, tunnels en tramlijnen die nieuwe woonwijken bereikbaar maken. Daarnaast trekt het kabinet nog eens € 877 miljoen uit voor noodzakelijke gebiedsgerichte maatregelen voor woningbouwprojecten. De bouw van 273.000 nieuwe woningen in heel Nederland komt sinds 10 november 2025 een grote stap dichterbij dankzij de rijksbijdrage aan gemeentelijke projecten. Dat maakte de demissionaire ministers Tieman (Infrastructuur en Waterstaat), Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening) en staatssecretaris Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat) op die dag bekend. Nederland wil 100.000 woningen per jaar bouwen. Om op koers te blijven en de bouw van nieuwe woningen te faciliteren, is een goede bereikbaarheid en ontsluiting van nieuwe en bestaande woongebieden essentieel. Het kabinet heeft daarom € 2,5 miljard beschikbaar gesteld voor de bereikbaarheid van nieuwe woningen, zowel in stedelijke gebieden als in kleinere kernen. Het kabinet kiest nu voor spreiding van investeringen over het hele land, inclusief Caribisch Nederland, met extra aandacht voor gebieden waar de druk op de woningmarkt het hoogst is. BOUW SNEL VAN START Van de € 2,5 miljard wordt € 1,3 miljard Foto: Rijkswaterstaat. ingezet voor ‘Woningbouw op Korte Termijn’ (WoKT). Dit zijn woningbouwprojecten waarvoor de schop in ieder geval vóór 2030 in de grond gaat. Met dit geld kunnen de geplande woningen goed ontsloten worden waardoor de bouw nu snel van start kan gaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aanleggen van wegen, fietspaden en tramlijnen. Voorbeelden zijn de regionale doorfietsroute Veluwewaalpad tussen Arnhem en Nijmegen. In totaal zal dit ongeveer 145.000 woningen opleveren voor 2034. Verder krijgen zeventien al bestaande nationaal grootschalige woningbouwgebieden een extra impuls van € 1,2 miljard. Met dit bedrag draagt het Rijk bij aan 44 infrastructurele maatregelen die deze gebieden bereikbaar en toegankelijk houden. De woon- en leefkwaliteit gaat fors omhoog in bestaande en nieuwe buurten in die gemeenten. Zo draagt het Rijk bij aan de aanleg van de Merwedelijn voor Utrecht omdat deze van belang is voor zowel de realisatie van de nieuwe wijken Groot Merwede als op termijn Rijnenburg. Niet alle goede plannen konden worden gehonoreerd. Deze plannen worden meegegeven aan de formatie van een nieuw kabinet. GEBIEDSGERICHTE MAATREGELEN Daarnaast heeft het kabinet € 877 miljoen beschikbaar gesteld via het zogeheten Gebiedsbudget. Hiermee kunnen gebiedsgerichte maatregelen worden getroffen, zoals oplossingen voor netcongestie en bodemsanering. Die zijn noodzakelijk om woningbouw te realiseren binnen de zeventien bestaande en de vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden: Alkmaar, Apeldoorn, Enschede/Hengelo en Helmond. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de openbare ruimte met het plaatsten van groen en het verplaatsen van bedrijvigheid. De middelen uit het Gebiedsbudget en de middelen voor infrastructuur dragen bij aan de bouw van ongeveer 128.000 woningen tot 2035 in totaal. NADERE AFSPRAKEN Voor alle rijksbijdragen aan woningbouwprojecten is het noodzakelijk om nadere afspraken over kaders en randvoorwaarden te maken met gemeenten. Dat wordt dit jaar bij de Bestuurlijke overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport in november vastgelegd. Afgelopen maart zijn door het kabinet de criteria en afweegkaders vastgesteld voor de beoordeling van de voorstellen van gemeenten. Doel is zo snel mogelijk zo veel mogelijk bereikbare woningen helpen bouwen door heel Nederland. Daarbij wordt ook getoetst op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid, samen met het effect op netcongestie, stikstofruimte, financiën en de benodigde capaciteit bij Rijkswaterstaat en ProRail.

5 NUMMER 7 / DECEMBER 2025 ACTUEEL advertentie Dé plek waar de hele sector samenkomt in 2026 Infra Relatiedagen 2026 is hét jaarlijkse ontmoetingspunt voor iedereen die actief is in de grond-, weg- en waterbouw. Op 10, 11 en 12 februari komt de hele sector samen in Evenementenhal Hardenberg om kennis uit te wisselen, te netwerken en concrete stappen te zetten voor de uitdagingen van morgen. Met ruim 350 exposanten vormt de beurs een compleet overzicht van de nieuwste producten, diensten, innovaties en praktijkoplossingen die direct toepasbaar zijn in projecten door het hele land. Nieuw dit jaar is een uitgebreid driedaags kennisprogramma. Tijdens inspirerende lezingen, panelgesprekken en workshops gaan experts, beleidsmakers en praktijkprofessionals in gesprek over urgente thema’s. Denk aan klimaatadaptatie, de grote renovatie- en vervangingsopgave, duurzame en circulaire grondbouw én het belang van veilig en efficiënt werken. De focus ligt op samenwerken: hoe bundelen we kennis en ervaring om tot toekomstbestendige infrastructuur te komen? DE IDEALE ONTMOETINGSPLEK Infra Relatiedagen 2026 biedt de ideale setting om bestaande contacten te versterken en nieuwe partners te ontmoeten. Of je nu leverancier, aannemer, opdrachtgever, ingenieur of beleidsadviseur bent: hier vind je de inzichten en verbindingen die het verschil maken in een snel veranderende sector. MELD JE GRATIS AAN! Meld je vandaag nog gratis aan via www. infrarelatiedagen.nl met code MP1260 en maak deel uit van het gesprek over de infrastructuur van de toekomst. Samen bouwen we aan een duurzame, veilige en veerkrachtige leefomgeving. Infra Relatiedagen www.infrarelatiedagen.nl J.Withag: + 31 6 247643 53 j.withag@adler-arbeitsmaschinen.nl www.adler-arbeitsmaschinen.nl Boorwagen B 75 Pro voor aardwarmteboringen! Extreme compacte boortoren voor moeilijke projecten in krappe ruimtes Capaciteit voor boordieptes tot 150 m 1m & poedercoating .EU Inzaaien taluds met erosie werende mulch advertenties Elektrisch materieel duurzaam? Niet als je heen en weer moet rijden om te laden. De inzet van elektrisch materieel in de GWW-sector groeit snel, een belangrijke stap richting verduurzaming. Maar de praktijk laat zien dat hogere vermogens serieuze laadcapaciteit vragen en die is op veel infralocaties niet beschikbaar. Het gevolg? Elektrische machines moeten op een vrachtwagen naar een laadlocatie worden vervoerd. Dat betekent extra ritten, extra uitstoot én extra kosten. Ironisch genoeg wordt een duurzame machine zo onderdeel van een vervuilende logistieke keten. Dat moet anders. Maak kennis met BATTBOY®: een mobiele energieoplossing die je meeneemt naar de infralocatie. Geen heen-en-weer transport, geen afhankelijkheid van vaste laadpunten, maar wel grip op je energie, snelladen op elke infralocatie en minder uitstoot. DE VOORDELEN VAN HET INZETTEN VAN BATTBOY®-OPLOSSINGEN OP EEN RIJ: • Tot 350 kWh DC snelladen op locatie • Emissievrij en stil • Veelzijdig inzetbaar voor elk project • Eenvoudig verplaatsbaar tussen projecten • Duurzame energie op elke locatie • Hoog uitgaand piekvermogen. Benieuwd hoe je emissievrij kunt werken op jouw infralocatie? Kijk op de website of bel naar 085 – 029 18 44 voor meer informatie. Bezoek voor meer informatie: battboy.nl

PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 6 Optimaal ontwerpen en aanbesteden doe je met: houtindegww.nl l LCA’s (EPD) damwand, beschoeiing en dekdelen l Voorbeeldprojecten Hout in de gww l Bestekteksten en detaillering l Rekenen aan houten damwanden l Houtsoorten en duurzaam bosbeheer l Duurzaam inkopen en garantiesysteem l Lunchbijeenkomsten (gratis kennis op locatie) l Helpdesk voor verdere ondersteuning Milieuschade (MKI) materialen per m2 damwand (EY, 2016) Hout (Azobé) PVC (Recycled) PVC Staal €2,50 €5,– €25,– Deelnemende bedrijven Actieplan Hout in de gww: Nuchter | Betrouwbaar | Betrokken | Experts | Oplossingsgericht Al sinds 1978 levert en monteert ons familiebedrijf (duurzame) aanrijdbeveiliging, geleiderail en geluidsschermen. www.eurorail.nl Opladen aan trolleymast in Arnhem Zware elektrische bouwmachines kunnen in Arnhem binnenkort rechtstreeks aan het bestaande trolleynet worden opgeladen. Aan de helft van de ruim 4.000 trolleymasten komt een mobiel laadpunt met hoog vermogen. De gemeente wil zo emissievrij bouwen versnellen, zonder te worden afgeremd door het volle stroomnet. Wethouder duurzame mobiliteit Nermina Kundić en Alexander ten Have van Transdev (gemeente Arnhem) koppelen een elektrische bouwkraan, van het eerste pilotproject door Roelofs, aan het trolleynet. Foto: Gemeente Arnhem. “We willen dat grote wegwerkzaamheden zoveel mogelijk zero-emissie worden uitgevoerd”, aldus wethouder duurzame mobiliteit Nermina Kundić. “Het komende jaar gaat het om tien tot vijftien grote projecten. Zero-emissie werken levert schonere lucht op en is ook stiller voor de omwonenden. Maar daarvoor heb je wel voldoende laadpunten nodig, om al die zware machines aan op te laden. Met het overvolle elektriciteitsnet is dat een groot probleem, overal in Nederland. Door de inzet van het Arnhemse trolleynet – uniek in Nederland – kan dit wél. Dat trolleynet is feitelijk een tweede stroomnet, dat ’s nachts nauwelijks gebruikt wordt.’ ’S NACHTS LADEN Het trolleynet ligt als een spinnenweb door de hele stad. Daardoor is er altijd een trolleymast in de buurt van een bouwplaats. Het is de bedoeling dat gedurende een wegreconstructie er enkele industriële laadpunten’ met hoge vermogens aan een trolleymast worden geïnstalleerd. Tijdelijk, voor de duur van de werkzaamheden. Daarna wordt het laadpunt weer weggehaald en kan het elders in de stad dienst doen. ’s Nachts – als er bijna geen bussen rijden – kan al het zware elektrisch materieel worden opgeladen. Om overdag extra stroom te hebben, is het mogelijk om één of meer grote batterijen op te laden. Zo kan er de hele dag zero-emissie gewerkt worden. Arnhem is zelf eigenaar van het trolleynet, maar werkt intensief samen met Transdev, die de afgelopen jaren het openbaar busvervoer in de regio verzorgde en ook de komende tien jaar dat zal doen onder de naam RRReis. “Het openbaar vervoer mag hier immers geen hinder van hebben”, legt Kundić uit, “de trolleys moeten zelf immers ook kunnen laden en op tijd rijden.” LAADPLEINEN EN SNELLADERS Arnhem had eerder al een laadplein voor zwaar materieel in gebruik genomen, maar dat is op één vast locatie in de nieuwe haven. Kundić: “De inzet van het trolleynet levert in feite zo’n duizend laadpunten op, overal in de stad.” De gemeente wil daarnaast kijken of er nog enkele vaste laadpleinen voor industrieel gebruik kunnen worden aangelegd, waar ook overdag geladen kan worden. Ook wordt bekeken of er voor dit doel gebruik kan worden gemaakt van snellaadlocaties van derden. PILOT DOOR ROELOFS Het eerste project waarbij materieel wordt opgeladen aan het netwerk, is de herinrichting van het Olympus Kwartier. Het gebied tussen Decathlon en het Olympus College wordt hier door Roelofs toekomstbestendig gemaakt. Dit betreft onder andere vervanging van riool en verharding, een uitbreiding van het sportcircuit, verplaatsing van parkeerplaatsen en een herinrichting van de oude ligweide van het zwembad. Bij deze werkzaamheden wordt elektrisch materieel ingezet, zoals een mobiele graafmachine. Het project fungeert als pilot om te kijken of het trolleynet naar behoren werkt, en hoeveel kWh daadwerkelijk gebruikt kan worden. Het functioneren van het openbaar vervoer via het trolleynet is namelijk topprioriteit en moet altijd doorgang vinden. Samen met de gemeente Arnhem, Transdev en VECS heeft Roelofs deze pilot afgestemd en ingevuld. advertenties

7 NUMMER 7 / DECEMBER 2025 ACTUEEL IN DE SPOTLIGHT VOORDELEN VOOR JOUW PROJECTEN • Zelfdragend ontwerp: De ExoDrain heeft geen extra betonfundatie nodig. Dit bespaart tijd, minimaliseert plaatsingsfouten en verlaagt de totale kosten van het project. • Grenzeloze ontwerpmogelijkheden: Breedte, hoogte, bochten en zelfs verval in de bodem zijn volledig aanpasbaar. Radius- en hoekelementen zijn mogelijk, evenals lengtes tot drie meter. Dit maakt het Herinrichting binnenstad Tiel: waarom gekozen is voor deze lijnafwatering Bij de herinrichting van de binnenstad van Tiel is gekozen voor de ACO ExoDrain lijnafwatering. Dit is een oplossing die niet alleen functioneel is, maar ook perfect aansluit bij de eisen van stedelijke projecten. systeem ideaal voor complexe stedelijke ontwerpen. • Duurzaamheid en maatwerk: Het EXO-skelet van CorTen staal of RVS, gevuld met beton, zorgt voor een oersterke constructie die lang meegaat. Bovendien kunnen roosters in CorTen, RVS of gietijzer worden uitgevoerd, inclusief unieke designs afgestemd op het project. ESTHETIEK EN FUNCTIONALITEIT HAND IN HAND In Tiel is gekozen voor een oplossing die niet alleen water efficiënt afvoert, maar ook visueel aansluit bij de binnenstad. Roosters kunnen laser-gesneden of gefreesd worden, en zelfs voorzien van een eigen design. Dit biedt architecten en stedenbouwkundigen maximale vrijheid, zonder concessies aan verkeersbelasting of veiligheid. WAAROM ACO? De engineers van ACO ontwikkelen producten die inspelen op actuele eisen zoals duurzaamheid, circulair bouwen en lage Total Cost of Ownership. Met een eigen ontwerpstudio en volledige projectbegeleiding leveren zij maatwerkoplossingen die jouw ideeën tot leven brengen. De keuze voor ACO ExoDrain in Tiel laat zien hoe techniek, design en klimaatadaptatie samenkomen. Voor civiele projecten biedt dit systeem niet alleen een robuuste en flexibele oplossing, maar ook een kans om stedelijke gebieden toekomstbestendig én aantrekkelijk te maken. WAT MAAKT EXODRAIN UNIEK? De ExoDrain is een innovatieve gootconstructie met een monoliet afdekking. Dit betekent dat rooster en goot één geheel vormen, waardoor losse of rammelende roosters tot het verleden behoren. Toegang tot de goot blijft eenvoudig dankzij inspectiedelen met een scharnierend deksel. Dit verhoogt het onderhoudsgemak en voorkomt storingen in drukke binnenstedelijke omgevingen. ACO. WE CARE FOR WATER WWW.ACO.NL Vrachtwagenheffing vanaf 1 juli 2026: ben je voorbereid? De start van de vrachtwagenheffing in Nederland is gepland op 1 juli 2026. Vanaf die datum betalen eigenaren van vrachtwagens per gereden kilometer, afhankelijk van het gewicht en de emissieklasse van het voertuig. De heffing moet bijdragen aan het verduurzamen en efficiënter maken van het wegvervoer en geldt op vrijwel alle snelwegen en een deel van de provinciale en gemeentelijke wegen. De vrachtwagenheffing raakt ook de bouw- en infrasector, waar veel zware voertuigen dagelijks worden ingezet voor het transport van (wegen)bouwmaterialen, (wegen) bouwafval, sloopmateriaal, gereedschap en machines. Na de start van de vrachtwagenheffing verdwijnt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens tot 12.000 kilo. De motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens van 12.000 kilo en zwaarder wordt dan een stuk lager. Het Eurovignet voor Nederland stopt op 1 juli 2026. De heffing geldt voor Nederlandse én buitenlandse voertuigen in de categorieën N2 en N3. Deze hebben een technische maximummassa van 3.500 kilo. De voertuigen die onder de vrachtwagenheffing vallen, zijn verschillend in formaat en uitvoering. Eigenaren vinden de voertuigcategorie op het kentekenbewijs. VRACHTWAGENHEFFING HEEFT FINANCIËLE GEVOLGEN Voor bouw- en infrabedrijven, loonwerkers en toeleveranciers is het belangrijk om zich goed op de komst van de vrachtwagenheffing voor te bereiden. Heb je een N2 of N3 voertuig? Dan ga je vrachtwagenheffing betalen. Hoe schoner en lichter de vrachtwagen, hoe lager het bedrag per kilometer. Onderzoek welke gevolgen de vrachtwagenheffing heeft voor jezelf en het bedrijf. Zoals voor je administratie of financiën. Deze inzichten helpen om de financiële gevolgen van de heffing te berekenen en tijdig te onderzoeken of je kunt besparen door te investeren in schonere voertuigen. Ook kun je alvast nagaan bij welke leveranciers je boordapparatuur kunt krijgen die bijhoudt hoeveel kilometers een vrachtwagen rijdt op de wegen waar vrachtwagenheffing geldt. SUBSIDIES De vrachtwagenheffing biedt ook mogelijkheden om de verduurzaming van het wagenpark te bespoedigen. Een groot deel van de opbrengsten van de vrachtwagenheffing wordt namelijk gebruikt voor het verduurzamen van de vervoerssector. Zo zijn er subsidies voor elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur op eigen terrein. Deze financiële ondersteuning biedt ook kansen voor bouwbedrijven die hun wagenpark willen moderniseren of toekomstbestendig maken. MEER INFORMATIE Ondernemers en eigenaren van vrachtwagens kunnen onderzoeken welke gevolgen de vrachtwagenheffing voor hen heeft op de website van de RDW: www.vrachtwagenheffing.nl. Hier vind je meer informatie over: • de wegen waar de vrachtwagenheffing geldt; • de tarieven per emissieklasse en gewicht; • de beschikbare subsidies voor emissievrij vrachtvervoer; • informatie over hoe ondernemers zich kunnen voorbereiden op de vrachtwagenheffing; • bij welke leveranciers je boordapparatuur kunt krijgen. Na de start van de vrachtwagenheffing verdwijnt de motorrijtuigenbelasting of wordt deze veel lager, afhankelijk van het gewicht. Het Eurovignet voor Nederland stopt op 1 juli 2026. Ga naar www.vrachtwagenheffing.nl.

PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 8 Bouwen op slappe bodem vraagt om innovatie aanpak In grote delen van Nederland wordt al decennia lang op slappe bodem gebouwd. “Toch moet er iets veranderen om steeds hogere kosten van constante reconstructies te voorkomen”, zegt expert klimaatadaptatie en bodemdaling Arend van Woerden. Er lopen dan ook onderzoeken naar diverse lichte ophoogmaterialen om ze goed te documenteren en om de modellen voor bodemdaling te verbeteren. Daarnaast adviseert Van Woerden een aanpassing van het ontwerp van nieuwbouw in deze gebieden. TEKST: HENK WIND BEELD: STILLS UIT VIDEO’S REGIODEAL BODEMDALING GROENE HART In de delta die Nederland is, is het vrijwel niet te voorkomen om te bouwen op slappe bodem, zoals veen en klei. Dat hoeft geen probleem te zijn mits de goede maatregelen worden getroffen, stelt Arend van Woerden van ingenieursbureau Sweco, tevens als expert verbonden aan het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen (KBF). “Doordat goede grond in Nederland in toenemende mate volgebouwd raakt, bouwen we steeds vaker op slappe bodem. Dat vereist extra maatregelen die tijd en geld kosten, maar die door de enorme druk op de woningmarkt vaak niet worden genomen. Tegelijkertijd is bouwen op de slappe bodem in het verleden ook niet altijd goed gedaan.” GROTE SPONS Slappe bodem komt met name voor in Zuid-Holland, Noord-Holland, Friesland en Groningen, maar bijvoorbeeld ook in de regio Zwolle. “Kijk je naar veen, dan zie je dat dat eigenlijk één grote spons van plantenresten is, volgezogen met water. Als je daarop gaat bouwen, wordt er water uitgeperst en verliest die spons volume. Dan krijg je dus zakking. Dat doen we al eeuwen, maar de echte uitbreidingen zijn gaande vanaf de Tweede Wereldoorlog. Je ziet dan dat huizen op palen worden gebouwd, maar de weg op het veen of de klei ligt. Neem je geen tijd voor voorbelasting – waarbij je de spons goed indrukt met zand – dan gaat de weg zakken en moet je na tien tot twintig jaar alles fors ophogen. Dat is inclusief kabels en leidingen, maar ook moet je de bomen vervangen. Je kunt niet zo maar een extra grondpakket bovenop de wortels van bomen aanbrengen want dan gaan die verstikken.” De kosten van dergelijke constante reconstructies lopen enorm op. “Op zandgebieden als de Veluwe en de Achterhoek gaat riolering wel tot 80 jaar mee met goed onderhoud. In gebieden met slappe bodems moet je die dus elke tien, twintig of dertig jaar vervangen. Dat is een groot verschil in kosten. Je komt dan op kosten van wel € 30.000,- tot € 70.000,- per woning, nog los van de kosten die bewoners maken voor het ophogen van hun eigen tuin.” ONTWERPEN OP SLAPPE BODEM Het moet dus echt anders. Dat begint wat Van Woerden betreft al bij nieuwbouwplannen: “Je ziet dat nieuwbouwwijken in gebieden met slappe bodem nu net zo worden ontworpen als in gebieden met een stevige zandgrond. Om zo’n inrichting mogelijk te maken moet je dat hele gebied langdurig voorbelasten met een metersdikke laag zand. Maar daarmee trek je wel de hele natuurlijke situatie uit het lood. In plaats daarvan kun je ook ontwerpen maken met die slappe bodem als gegeven. Je zou er voor kunnen kiezen om tussen woningen en tuinen een vlonder of trapje te maken en dus te ontwerpen op een zakkende tuin. Beplanting kun je aanpassen op een nattere tuin, bijvoorbeeld door voor een wilg te kiezen in plaats van een eik. Ook de infrastructuur kun je in je ontwerp aanpassen. Moet je per se een brede straat hebben met aan beide kanten parkeervakken en een stoep? Of kan het ook een eenrichtingsweg zijn met aan één zijde een stoep, waarbij je elders gaat parkeren? Dan krijg je een veel kleiner oppervlak aan infrastructuur en voor dat deel wat je overhoudt kun je dan duurdere maatregelen nemen.” ROBUUSTE OPLOSSING Die maatregelen zijn dan altijd maatwerk. “Je kunt plaatselijk voorbelasten, maar daar moet je dan wel de tijd voor nemen. Je kunt ook kiezen om de infrastructuur te onderheien. Of je kunt werken met lichte ophoogmaterialen. Persoonlijk zou ik de voorkeur geven aan onderheien of een ophoging met zand. Als je goed voorbelast kun je een heel groot deel van de zakking wegnemen en onderheien is zettingsvrij. Toepassing van lichte ophoogmaterialen is technisch ingewikkelder. Het vereist zorgvuldigheid in de uitvoering en een speciale aanpak, zoals het inpakken van het materiaal. Verder moet je het riool inpassen en liggen kabels en leidingen liever in zand dan in lichte ophoogmaterialen. Ophogen met zand of onderheien is voor nieuwbouw een robuustere oplossing dan toepassing van lichte ophoogmaterialen.” RECONSTRUCTIE Bij reconstructies van wegen is voorbelasten geen optie en worden andere afwegingen gemaakt. “Ophogen met zand is het goedkoopste. Maar het gewicht daarvan is wel 1.600 kg/m3. Daarmee neemt de belasting dus weer toe en drukt er nog meer water uit de spons. Aangezien die veenlaag soms wel 10 meter dik is of meer, gaat dat nog wel een tijdje door. Je kunt ook kiezen voor lichte ophoogmaterialen. Een materiaal als EPS bijvoorbeeld wordt al meer dan 40 jaar toegepast. Dat is het lichtste materiaal met 15 tot 30 kg/m3, maar is ook pakweg vier keer zo duur als zand. Andere ophoogmiddelen zijn er ook, zoals Bims (500 tot 900 kg/m3 droog gewicht) en Argex-korrels (400 tot 500 kg/m3), waarvan de kosten ook behoorlijk hoger zijn dan zand. Het komt er dan eigenlijk op neer dat je financieel een afweging moet maken tussen de verschillende materialen. Werk je met lichte ophoogmaterialen – en doe je dat goed – dan wordt de levensduur van de constructie significant beter en komt die uit op twintig tot veertig jaar. Maar daar komt wel bij dat uitvoering met licht ophoogmateriaal in de praktijk niet altijd goed is gegaan en dus geen absolute zekerheid biedt. Dan ga je toch afwegingen maken.” Op slappe bodems moet infrastructuur regelmatig fors worden opgehoogd. Arend van Woerden - destijds nauw betrokken bij de proefvakken die de Gemeente Woerden opzette - toont de schade door verzakkingen.

9 NUMMER 7 / DECEMBER 2025 BODEM Groen en klimaatbewust parkeren Op steeds meer plekken in Nederland zijn klimaatadaptieve groene parkeerplaatsen te vinden. Groen parkeren is vooral populair omdat het een slimme oplossing is om de gevolgen van weersextremen zoals wateroverlast en hittestress tegen te gaan. Bovendien biedt de groene uitstraling een aantrekkelijk alternatief voor het grijze beton of asfalt. Met EUROGRASS MaaiMinder biedt DSV zaden een grasmengsel met een supersnelle beginontwikkeling gevolgd door minimale lengtegroei bovengronds. “De combinatie van grassoorten in het mengsel zorgt ervoor dat na een week al gras zichtbaar is en tegelijk een stevige zode ontstaat”, zegt Carin van den Dungen van Rain(a)Way, dat met Park Positive een concept voor groen parkeren aanbiedt. EUROGRASS MaaiMinder is een standaard onderdeel van dit concept. Het Park Positive-systeem bestaat uit drie lagen. Van den Dungen: “De eerste laag is een funderingssubstraat waarop de speciale cementloze grastegels met openingen komen. We hebben binnen dit concept twee verschillende soorten tegels met verschillende openingen. In de derde, bovenste, laag is het grassenmengsel, in het inveegsubstraat, verwerkt.” REGENWATER INFILTREREN Park Positive wil regenwater in de openbare ruimte zoveel mogelijk in de bodem laten infiltreren. “Door de stevige zode en diepe worteling van het mengsel kan het regenwater snel infiltreren en wordt het vastgehouden op de plek waar het valt, zodat de riolering minder belast wordt. In tijden van langdurige droogte, blijven de grassen mooi groen dankzij het stevige funderingssubstraat waardoor de lange wortels het water dieper uit de bodem kunnen opnemen”, zegt Van den Dungen. Thijs Schoenmakers, Salesmanager Recreatiegrassen van DSV zaden, vult aan: “In EUROGRASS MaaiMinder zitten vier verschillende grassoorten, die samen voor een onderhoudsarme begroeiing zorgen. Het gewoon roodzwenkgras en roodzwenkgras forse uitlopers zijn sterk zodevormend, terwijl het Limousine veldbeemd zelf herstellend is. Nadat het Engels raaigras voor de eerste snelle grasvorming zorgt, geven de andere drie soorten het mengsel zijn klimaatadaptieve eigenschappen. De lange wortels fungeren bij regenval als ondergronds drainagesysteem, terwijl ze in tijden van extreme droogte de oppervlakte groen houden.” BEPERKTE LENGTEGROEI Door de grassen te selecteren op hun beperkte lengtegroei, biedt EUROGRASS MaaiMinder een mengsel voor plekken waar sierwaarde belangrijk is, maar waar maaien ongewenst of onmogelijk is. “Dat is voor ons ook een belangrijke reden geweest om het mengsel onderdeel te maken van Park Positive. Op de delen van de parkeerterreinen waarover de auto’s niet rijden, is maaien slechts beperkt nodig”, licht Van den Dungen toe. Sinds de introductie van het mengsel is EUROGRASS MaaiMinder populair. Schoenmakers: “We zien jaarlijks een toenemende vraag. Met zijn klimaatadaptieve eigenschappen wordt het steeds vaker toegepast in de openbare ruimte omdat het antwoord biedt op de gevolgen van de klimaatverandering. Meer informatie: www.dsv-zaden.nl Dit ondanks dat er al jarenlange ervaring is met dergelijke lichte ophoogmaterialen en technieken, erkent Van Woerden: “Maar die kennis van vorige projecten zit vooral bij de mensen in het hoofd die straks uitstromen en hoe hou je die kennis dan op peil? Ook blijken die projecten vaak niet goed gedocumenteerd. Wanneer is het aangelegd en hoe en wat is er in de loop der jaren nog aan aangepast? Dat is vaak niet meer te achterhalen. Daarom willen we dat nu goed onderzoeken en documenteren en zijn er een aantal jaren geleden proefvakken opgezet op initiatief van de Gemeente Woerden.’ “De monitoring van die proefvakken loopt tot en met 2028 en is in handen van kennisinstituut Deltares. Die deelt zijn bevindingen met het KBF, dat nu als opdrachtgever fungeert. Van de opgedane kennis kunnen overheden en ingenieursbureaus profiteren.” INPUT VOOR MODELLEN “Het KBF wil de input ook gebruiken voor het verbeteren van de modellen die bodemdaling voorspellen. Die blijken niet nauwkeurig genoeg. Er zit een afwijking in tot wel 30 procent. Ze geven wel richting, maar het is vaak te veel om een goede keuze te maken tussen de verschillende materialen. Daarom meten we nu heel nauwkeurig. We meten niet alleen de verzakking van de top, maar ook dieper in de ondergrond, maar ook de lengte van het vak en de achtergrondzettingen. Met de informatie die we hiermee opdoen kan ook het onderwijs aan de hbo- en WO-opleidingen verbeteren.” NIEUWE MATERIALEN In de proefvakken worden naast de meer traditionele ook nieuwe, innovatieve materialen onderzocht. ‘Er is een behoefte aan een uitgebreidere toolbox aan materialen, onder meer vanwege aspecten als de grote variatie in de bodem, grondwaterstand en de snelheid van bouwen. Het is geen one size fits all. We hebben een heel palet nodig tussen 0 en 1.600 kg/m3 dat zand weegt. Inmiddels is bijvoorbeeld al schuimglas toegevoegd als nieuw licht ophoogmateriaal. Dat is met 150 tot 180 kg/m3 een echte lichtgewicht. Maar het is over het algemeen wel duurder dan EPS. Verder is er behoefte aan biobased materialen, ook al gezien de ambitie van Nederland om te komen tot een circulaire economie. We testen bijvoorbeeld wilgentenen. Dat is een materiaal dat al door de Romeinen werd gebruikt voor wegenbouw in gebieden met slappe bodem.” Wat de beste keuze is, is volgens Van Woerden steeds weer opnieuw een afweging: “Maar wat daarbij kan helpen is een Life Cycle Costing methode. Daarin worden de kosten van aanleg, beheer, onderhoud en levensduur meegenomen en financieel afgewogen. Daarin zie je nu wel al dat lichte ophoogmaterialen zichzelf wel uitbetalen, zeker in de meest slappe gebieden.” KLIMAATVERANDERING Een term die nog niet gevallen is, is klimaatverandering. “We moeten daarin twee soorten bodemdaling onderscheiden: bodemdaling door oxidatie van veen en bodemdaling door het aanbrengen van gewicht op het maaiveld. Oxidatie speelt voornamelijk in landelijke gebieden waar waterschappen het waterpeil laag houden zodat koeien in de wei kunnen lopen. Door toenemende droogte en hitte oxideert het veen sneller, waardoor de bodem daar zakt. Wij denken dat in stedelijk gebied bodemdaling door oxidatie een kleinere rol speelt. Over het algemeen is door ophoging in het verleden het veen onder water gedrukt, waardoor het niet kan oxideren Maar we controleren dat in ons onderzoek wel en bekijken of de ophooglaag daadwerkelijk in het water blijft liggen en de laag daaronder niet droogvalt.” “Er is wel een andere relatie met klimaatverandering. Dan gaat het over bomen. Grotere bomen kunnen helpen om oververhitting te beperken. Maar in de gebieden met slappe bodems krijgen veel bomen niet de kans om oud te worden, omdat ze een ophoging niet overleven. Hierdoor ben je minder in staat om hittestress te voorkomen met bomen. Het rooien van bomen tast ook de kwaliteit van de leefomgeving aan.” “Een ander probleem is rioolschade die optreedt door verzakkingen van slappe bodems. Je kunt daardoor bij hevige regenval vuil water op straat krijgen, maar ook kan het riool gaan werken als drainage. Daardoor onttrek je grondwater aan het gebied en kunnen in combinatie met langere periodes van droogte paalfunderingen droog komen te staan. Houten palen, zoals veel woningen van voor de jaren 80 hebben, gaan dan rotten. Zulke funderingsschade zorgt voor hoge kosten.” HANDLEIDING Van Woerden en KBF zien een grote noodzaak om bij bouwen in gevoelige gebieden meer rekening te houden met de slappe bodem. Daartoe is eerder al onder meer een handleiding opgesteld door Sweco in opdracht van het KBF. De handleiding (te vinden via de site van KBF: https://www.kbf. nl/themes/infrastructuur-handleiding-uitvoeringsprojecten-openbare-ruimte/) geeft overzichtelijke handvatten en een stapsgewijze aanpak om op juiste wijze rekening te houden met bodemdaling in een project. Tevens biedt KBF een Toolbox Bodemdaling in Steden aan en werkt het KBV voor nieuwbouw en bestaande bouw actief met partners aan kennisontwikkeling/-bundeling doet om tot nieuwe handelingsperspectieven te komen. Schuimglas is een relatief nieuw materiaal om infrastructuur op te hogen zonder toevoeging van veel gewicht. Bims en Argex zijn lichte ophoogmaterialen die geregeld worden toegepast.

PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 10 Gebruik staalslakken alleen met ontheffing Sinds 23 juli 2025 is er een tijdelijk verbod op de toepassing LD- en ELO-staalslak van kracht. Er is een pauze van een jaar voor bepaalde toepassingen van staalslakken op land waar een risico bestaat voor de gezondheid en/of het milieu. Meerdere gemeenten hebben al bekend gemaakt helemaal te stoppen met het gebruik van bouwstoffen die staalslakken bevatten bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Elders in het land is toepassing nog mogelijk met ontheffing. Wat speelt er allemaal? GEMEENTE ARNHEM STOPT MET GEBRUIK VAN STAALSLAKKEN De gemeente Arnhem liet op 17 oktober 2025 weten per direct te stoppen met het gebruik van bouwstoffen die staalslakken bevatten bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Dit besluit is genomen vanwege grote zorgen over risico’s voor mens, dier en milieu. Ook andere gemeenten hebben aangegeven te stoppen. “De afgelopen jaren zien we dat het risicovol is om te werken met staalslakken”, zegt Eva van Esch, wethouder milieu. “Voor mensen die er mee in contact komen kunnen er directe risico’s zijn. En bij lange en intensieve blootstelling kan het mogelijk zelfs leiden tot orgaanschade en kanker als gevolg. Daarnaast is de invloed op dieren en het milieu in het algeheel ook groot. Als college van Arnhem is het onze eerste taak om te zorgen voor veiligheid, daarom is de keuze om nu te stoppen met staalslakken in navolging van een aantal andere gemeenten logisch.” GEEN ONTHEFFING Landelijk is het gebruik van staalslakken deels verboden via een tijdelijke noodregeling, omdat bij verkeerde toepassing schadelijke stoffen kunnen vrijkomen. Mengsels met minder dan 20% staalslak vallen nog buiten dat verbod en worden ook in Arnhem gebruikt terwijl er nog maar weinig duidelijk is over wat de effecten daarvan zijn. Daarom neemt Arnhem vanuit het voorzorgsbeginsel het besluit om ook daarmee te stoppen. Het besluit geldt voor alle nieuwe opdrachten van de gemeente. Met deze stap wil de gemeente bijdragen aan een schonere en veiligere leefomgeving voor iedereen in Arnhem. Foto: Gemeente Arnhem. TEKST: ING. FRANK DE GROOT Staalslakken zijn restproducten die ontstaan bij de productie van staal en zijn te herkennen als steenachtig materiaal. Nederland gebruikt staalslakken als bouwstof, vooral in infrastructurele werken zoals een geluidswal of een weg, of om stortplaatsen op te vullen of op te hogen. Echter, staalslakken (en andere bouwstoffen) mogen alleen nuttig worden toegepast en moeten volledig terugneembaar zijn. Als het werk zijn functie verliest, moet ook de bouwstof worden verwijderd. Tot slot mag er niet meer worden toegepast dan redelijkerwijze nodig is om het werk te realiseren. Staalslakken kunnen echter gezondheids- en milieuproblemen veroorzaken als er geen rekening wordt gehouden met hun specifieke eigenschappen (hoge pH en verandering van uitloging over tijd). Dit in relatie tot de wijze en locatie van toepassing. Hierdoor mogen ze momenteel alleen nog met ontheffing worden toegepast. Gemeente Arnhem heeft zelfs een totaal verbod ingesteld. AANLEIDING De aanleiding voor de maatregelen is onder andere de maatschappelijke onrust over de risico’s van het gebruik van staalslakken, evenals de rapporten van het RIVM, de ILT en de Algemene Rekenkamer, die aandrongen op ingrijpen. Regelmatig komen er signalen binnen over irritaties aan huid en luchtwegen, en bijvoorbeeld neusbloedingen bij kinderen die spelen op plekken waar staalslakken zijn toegepast. Het is bekend dat er problemen ontstaan wanneer staalslakken in contact komen met regen- of grondwater of kleinschalig oppervlaktewater, zoals sloten. Daarom geldt er een zorgplicht: milieu- en/ of gezondheidsschade moet in beginsel worden voorkomen. Ook zijn de risico’s op milieuschade door de toepassing van staalslakken onvoldoende duidelijk. Deze signalen zullen de komende periode verder worden onderzocht. Tegelijkertijd wordt, samen met bedrijven, gekeken naar alternatieven voor het gebruik van staalslakken. De pauzeknop geldt niet voor alle toepassingen. Zo blijft het gebruik in groot oppervlaktewater toegestaan. Onderzoek wees eerder al uit dat daar geen gezondheids- of milieurisico’s zijn aangetoond. Hetzelfde geldt voor situaties waarin staalslak is verwerkt tot betonsteen, is gebruikt als toeslagmateriaal in beton of asfalt of wordt gebruikt als bindmiddel. GEZONDHEIDSPROBLEMEN Uit eerder onderzoek van het RIVM in 2023 blijkt dat de meeste gezondheidsklachten worden genoemd bij blootstelling aan opwaaiend stof bij grootschalige toepassingen van staalslakken of bij toepassingen aan het oppervlak waar contact met ogen, luchtwegen of hand-mondcontact mogelijk is. Dit zijn klachten als bloedneuzen, irritatie van de huid en ogen, en de luchtwegen. Deze klachten zijn tijdelijk van aard en verdwijnen meestal als het contact met het materiaal stopt (reversibel). De klachten worden voornamelijk veroorzaakt door de irriterende werking van het hoge gehalte aan (on)gebluste kalk (calciumoxide en calciumhydroxide) in de in Nederland toegepaste staalslakken. Daarnaast kunnen er bij langdurige blootstelling aan bepaalde gevaarlijke stoffen (zoals metalen) die in staalslakken aanwezig zijn op de langere termijn gezondheidsrisico’s ontstaan. MILIEUPROBLEMEN Als staalslakken in contact komen met regen- of grondwater, kunnen er schadelijke stoffen uit het materiaal vrijkomen die in het water terecht komen. Via dit ‘uitspoelwater’ komen er verschillende metalen in de bodem, grond- of het oppervlaktewater terecht. Bovendien heeft het uitspoelwater een heel lage zuurgraad (ofwel hoge pH). Deze zuurgraad verstoort chemische, biologische en ecologische processen in de bodem en de kleinere oppervlaktewateren. De lange termijn gevolgen voor het milieu zijn volgens RIVM nog onbekend. NOODREGELING Staatssecretaris Thierry Aartsen (Openbaar Vervoer en Milieu) liet op 21 juli aan de Tweede Kamer weten dat er een pauze zou komen van een jaar voor bepaalde toepassingen van staalslakken op land waar een risico bestaat voor de gezondheid. Het gaat daarbij om de zogenoemde LD- en ELO-staalstak. LD-slakken zijn slakken die als afvalproduct vrij komen bij de bereiding van staal volgens de methode Linz-Donawitz (LD-proces). ELOstaalslak is een bijproduct dat ontstaat bij de productie van staal uit schroot volgens het elektrostaalprocédé (ELO=Electric Low Oxygen). Het tijdelijk verbod geldt voor toepassingen op of in de landbodem van niet-vormgegeven bouwstoffen met meer dan 20 massaprocent LD-staalslak of ELO-staalslak als deze worden toegepast: • In een laagdikte van meer dan 0,5 meter of, • Op een locatie waar inname of inhalatie hiervan of oog, mond- of huidcontact niet is uitgesloten. Dit heet een open toepassing. Daarnaast is er een vergunningplicht voor overige toepassingen op of in de landbodem van niet-vormgegeven bouwstoffen met meer dan 20 massaprocent LD -staalslak of ELO-staalslak. BGS-pad is een veelgebruikte gecertificeerde halfverharding, waarbij in de toplaag staalslakken zijn toegepast.

11 NUMMER 7 / DECEMBER 2025 BODEM AL MINSTENS 216 PLEKKEN MET STAALSLAKKEN IN NEDERLAND Op zeker 216 plekken in Nederland zijn staalslakken gebruikt. Dat is bijna twee keer zoveel als eerder werd aangenomen, blijkt uit onderzoek van NU.nl en Investico, dat op gang kwam na tips van lezers. Dankzij die meldingen ontdekten journalisten ruim honderd nieuwe locaties waar staalslakken liggen. Omdat overheden en aannemers het gebruik van het grindachtige materiaal lange tijd niet hoefden bij te houden, was er geen landelijk overzicht van de locaties waar het restproduct uit de staalindustrie ligt. Afgelopen voorjaar brachten NU.nl en Investico al in beeld dat op meer dan honderd plekken door het hele land staalslakken liggen. Na dat onderzoek werd duidelijk dat die inventarisatie verre van compleet was door het gebrek aan registratie. Daarom riepen de journalisten lezers op tips in te sturen. Volgens de nieuwssite stroomde de mailbox vol met foto’s van ‘mysterieus’ grind dat aan een magneet bleef kleven, verhalen over honden die na een wandeling rode ogen kregen en een bericht van een voormalige sluismeester die schepen vol staalslakken zag binnenvaren. In samenwerking met De Groene Amsterdammer, Omroep Zeeland en het Noordhollands Dagblad klopten ze aan bij gemeenten, provincies en natuurbeheerders om te kijken of er daadwerkelijk staalslakken op paden lagen. Daardoor komen er nu 109 plekken bij, waardoor het totaal op 216 locaties uitkomt. Ook dat aantal wordt nog steeds als incompleet gezien. Bron: NOS.nl Foto: Spyder Marketing Co., Unsplash. Het is mogelijk om een ontheffing van het verbod of de vergunningplicht aan te vragen bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Ga naar www.ilent.nl en vul ‘staalslak’ in het zoekvak in. Deze ontheffing is bedoeld voor bijzondere gevallen waar toepassing van het verbod of de vergunningplicht tot onevenredige gevolgen voor de toepasser kan leiden. Hierbij is het van belang dat de bescherming van de bodem, het milieu en de gezondheid van de mens niet in het geding zijn. Er kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden aan een ontheffing. Bij een aanvraag voor een ontheffing moet een zienswijze van het bevoegd gezag voor de milieubelastende activiteit toepassen bouwstoffen worden verstrekt. Algemene informatie over de tijdelijke regeling staalslakken: ga naar www.iplo.nl. Vul in zoekvak in: ‘tijdelijke regeling verbod staalslakken’. STERK IN VORM Nieuw en gebruikt staal Groot assortiment Verkoop en verhuur hpstaal.nl advertenti

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=