PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 8 Bouwen op slappe bodem vraagt om innovatie aanpak In grote delen van Nederland wordt al decennia lang op slappe bodem gebouwd. “Toch moet er iets veranderen om steeds hogere kosten van constante reconstructies te voorkomen”, zegt expert klimaatadaptatie en bodemdaling Arend van Woerden. Er lopen dan ook onderzoeken naar diverse lichte ophoogmaterialen om ze goed te documenteren en om de modellen voor bodemdaling te verbeteren. Daarnaast adviseert Van Woerden een aanpassing van het ontwerp van nieuwbouw in deze gebieden. TEKST: HENK WIND BEELD: STILLS UIT VIDEO’S REGIODEAL BODEMDALING GROENE HART In de delta die Nederland is, is het vrijwel niet te voorkomen om te bouwen op slappe bodem, zoals veen en klei. Dat hoeft geen probleem te zijn mits de goede maatregelen worden getroffen, stelt Arend van Woerden van ingenieursbureau Sweco, tevens als expert verbonden aan het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen (KBF). “Doordat goede grond in Nederland in toenemende mate volgebouwd raakt, bouwen we steeds vaker op slappe bodem. Dat vereist extra maatregelen die tijd en geld kosten, maar die door de enorme druk op de woningmarkt vaak niet worden genomen. Tegelijkertijd is bouwen op de slappe bodem in het verleden ook niet altijd goed gedaan.” GROTE SPONS Slappe bodem komt met name voor in Zuid-Holland, Noord-Holland, Friesland en Groningen, maar bijvoorbeeld ook in de regio Zwolle. “Kijk je naar veen, dan zie je dat dat eigenlijk één grote spons van plantenresten is, volgezogen met water. Als je daarop gaat bouwen, wordt er water uitgeperst en verliest die spons volume. Dan krijg je dus zakking. Dat doen we al eeuwen, maar de echte uitbreidingen zijn gaande vanaf de Tweede Wereldoorlog. Je ziet dan dat huizen op palen worden gebouwd, maar de weg op het veen of de klei ligt. Neem je geen tijd voor voorbelasting – waarbij je de spons goed indrukt met zand – dan gaat de weg zakken en moet je na tien tot twintig jaar alles fors ophogen. Dat is inclusief kabels en leidingen, maar ook moet je de bomen vervangen. Je kunt niet zo maar een extra grondpakket bovenop de wortels van bomen aanbrengen want dan gaan die verstikken.” De kosten van dergelijke constante reconstructies lopen enorm op. “Op zandgebieden als de Veluwe en de Achterhoek gaat riolering wel tot 80 jaar mee met goed onderhoud. In gebieden met slappe bodems moet je die dus elke tien, twintig of dertig jaar vervangen. Dat is een groot verschil in kosten. Je komt dan op kosten van wel € 30.000,- tot € 70.000,- per woning, nog los van de kosten die bewoners maken voor het ophogen van hun eigen tuin.” ONTWERPEN OP SLAPPE BODEM Het moet dus echt anders. Dat begint wat Van Woerden betreft al bij nieuwbouwplannen: “Je ziet dat nieuwbouwwijken in gebieden met slappe bodem nu net zo worden ontworpen als in gebieden met een stevige zandgrond. Om zo’n inrichting mogelijk te maken moet je dat hele gebied langdurig voorbelasten met een metersdikke laag zand. Maar daarmee trek je wel de hele natuurlijke situatie uit het lood. In plaats daarvan kun je ook ontwerpen maken met die slappe bodem als gegeven. Je zou er voor kunnen kiezen om tussen woningen en tuinen een vlonder of trapje te maken en dus te ontwerpen op een zakkende tuin. Beplanting kun je aanpassen op een nattere tuin, bijvoorbeeld door voor een wilg te kiezen in plaats van een eik. Ook de infrastructuur kun je in je ontwerp aanpassen. Moet je per se een brede straat hebben met aan beide kanten parkeervakken en een stoep? Of kan het ook een eenrichtingsweg zijn met aan één zijde een stoep, waarbij je elders gaat parkeren? Dan krijg je een veel kleiner oppervlak aan infrastructuur en voor dat deel wat je overhoudt kun je dan duurdere maatregelen nemen.” ROBUUSTE OPLOSSING Die maatregelen zijn dan altijd maatwerk. “Je kunt plaatselijk voorbelasten, maar daar moet je dan wel de tijd voor nemen. Je kunt ook kiezen om de infrastructuur te onderheien. Of je kunt werken met lichte ophoogmaterialen. Persoonlijk zou ik de voorkeur geven aan onderheien of een ophoging met zand. Als je goed voorbelast kun je een heel groot deel van de zakking wegnemen en onderheien is zettingsvrij. Toepassing van lichte ophoogmaterialen is technisch ingewikkelder. Het vereist zorgvuldigheid in de uitvoering en een speciale aanpak, zoals het inpakken van het materiaal. Verder moet je het riool inpassen en liggen kabels en leidingen liever in zand dan in lichte ophoogmaterialen. Ophogen met zand of onderheien is voor nieuwbouw een robuustere oplossing dan toepassing van lichte ophoogmaterialen.” RECONSTRUCTIE Bij reconstructies van wegen is voorbelasten geen optie en worden andere afwegingen gemaakt. “Ophogen met zand is het goedkoopste. Maar het gewicht daarvan is wel 1.600 kg/m3. Daarmee neemt de belasting dus weer toe en drukt er nog meer water uit de spons. Aangezien die veenlaag soms wel 10 meter dik is of meer, gaat dat nog wel een tijdje door. Je kunt ook kiezen voor lichte ophoogmaterialen. Een materiaal als EPS bijvoorbeeld wordt al meer dan 40 jaar toegepast. Dat is het lichtste materiaal met 15 tot 30 kg/m3, maar is ook pakweg vier keer zo duur als zand. Andere ophoogmiddelen zijn er ook, zoals Bims (500 tot 900 kg/m3 droog gewicht) en Argex-korrels (400 tot 500 kg/m3), waarvan de kosten ook behoorlijk hoger zijn dan zand. Het komt er dan eigenlijk op neer dat je financieel een afweging moet maken tussen de verschillende materialen. Werk je met lichte ophoogmaterialen – en doe je dat goed – dan wordt de levensduur van de constructie significant beter en komt die uit op twintig tot veertig jaar. Maar daar komt wel bij dat uitvoering met licht ophoogmateriaal in de praktijk niet altijd goed is gegaan en dus geen absolute zekerheid biedt. Dan ga je toch afwegingen maken.” Op slappe bodems moet infrastructuur regelmatig fors worden opgehoogd. Arend van Woerden - destijds nauw betrokken bij de proefvakken die de Gemeente Woerden opzette - toont de schade door verzakkingen.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=