GWW-Totaal 7 - 2025

9 NUMMER 7 / DECEMBER 2025 BODEM Groen en klimaatbewust parkeren Op steeds meer plekken in Nederland zijn klimaatadaptieve groene parkeerplaatsen te vinden. Groen parkeren is vooral populair omdat het een slimme oplossing is om de gevolgen van weersextremen zoals wateroverlast en hittestress tegen te gaan. Bovendien biedt de groene uitstraling een aantrekkelijk alternatief voor het grijze beton of asfalt. Met EUROGRASS MaaiMinder biedt DSV zaden een grasmengsel met een supersnelle beginontwikkeling gevolgd door minimale lengtegroei bovengronds. “De combinatie van grassoorten in het mengsel zorgt ervoor dat na een week al gras zichtbaar is en tegelijk een stevige zode ontstaat”, zegt Carin van den Dungen van Rain(a)Way, dat met Park Positive een concept voor groen parkeren aanbiedt. EUROGRASS MaaiMinder is een standaard onderdeel van dit concept. Het Park Positive-systeem bestaat uit drie lagen. Van den Dungen: “De eerste laag is een funderingssubstraat waarop de speciale cementloze grastegels met openingen komen. We hebben binnen dit concept twee verschillende soorten tegels met verschillende openingen. In de derde, bovenste, laag is het grassenmengsel, in het inveegsubstraat, verwerkt.” REGENWATER INFILTREREN Park Positive wil regenwater in de openbare ruimte zoveel mogelijk in de bodem laten infiltreren. “Door de stevige zode en diepe worteling van het mengsel kan het regenwater snel infiltreren en wordt het vastgehouden op de plek waar het valt, zodat de riolering minder belast wordt. In tijden van langdurige droogte, blijven de grassen mooi groen dankzij het stevige funderingssubstraat waardoor de lange wortels het water dieper uit de bodem kunnen opnemen”, zegt Van den Dungen. Thijs Schoenmakers, Salesmanager Recreatiegrassen van DSV zaden, vult aan: “In EUROGRASS MaaiMinder zitten vier verschillende grassoorten, die samen voor een onderhoudsarme begroeiing zorgen. Het gewoon roodzwenkgras en roodzwenkgras forse uitlopers zijn sterk zodevormend, terwijl het Limousine veldbeemd zelf herstellend is. Nadat het Engels raaigras voor de eerste snelle grasvorming zorgt, geven de andere drie soorten het mengsel zijn klimaatadaptieve eigenschappen. De lange wortels fungeren bij regenval als ondergronds drainagesysteem, terwijl ze in tijden van extreme droogte de oppervlakte groen houden.” BEPERKTE LENGTEGROEI Door de grassen te selecteren op hun beperkte lengtegroei, biedt EUROGRASS MaaiMinder een mengsel voor plekken waar sierwaarde belangrijk is, maar waar maaien ongewenst of onmogelijk is. “Dat is voor ons ook een belangrijke reden geweest om het mengsel onderdeel te maken van Park Positive. Op de delen van de parkeerterreinen waarover de auto’s niet rijden, is maaien slechts beperkt nodig”, licht Van den Dungen toe. Sinds de introductie van het mengsel is EUROGRASS MaaiMinder populair. Schoenmakers: “We zien jaarlijks een toenemende vraag. Met zijn klimaatadaptieve eigenschappen wordt het steeds vaker toegepast in de openbare ruimte omdat het antwoord biedt op de gevolgen van de klimaatverandering. Meer informatie: www.dsv-zaden.nl Dit ondanks dat er al jarenlange ervaring is met dergelijke lichte ophoogmaterialen en technieken, erkent Van Woerden: “Maar die kennis van vorige projecten zit vooral bij de mensen in het hoofd die straks uitstromen en hoe hou je die kennis dan op peil? Ook blijken die projecten vaak niet goed gedocumenteerd. Wanneer is het aangelegd en hoe en wat is er in de loop der jaren nog aan aangepast? Dat is vaak niet meer te achterhalen. Daarom willen we dat nu goed onderzoeken en documenteren en zijn er een aantal jaren geleden proefvakken opgezet op initiatief van de Gemeente Woerden.’ “De monitoring van die proefvakken loopt tot en met 2028 en is in handen van kennisinstituut Deltares. Die deelt zijn bevindingen met het KBF, dat nu als opdrachtgever fungeert. Van de opgedane kennis kunnen overheden en ingenieursbureaus profiteren.” INPUT VOOR MODELLEN “Het KBF wil de input ook gebruiken voor het verbeteren van de modellen die bodemdaling voorspellen. Die blijken niet nauwkeurig genoeg. Er zit een afwijking in tot wel 30 procent. Ze geven wel richting, maar het is vaak te veel om een goede keuze te maken tussen de verschillende materialen. Daarom meten we nu heel nauwkeurig. We meten niet alleen de verzakking van de top, maar ook dieper in de ondergrond, maar ook de lengte van het vak en de achtergrondzettingen. Met de informatie die we hiermee opdoen kan ook het onderwijs aan de hbo- en WO-opleidingen verbeteren.” NIEUWE MATERIALEN In de proefvakken worden naast de meer traditionele ook nieuwe, innovatieve materialen onderzocht. ‘Er is een behoefte aan een uitgebreidere toolbox aan materialen, onder meer vanwege aspecten als de grote variatie in de bodem, grondwaterstand en de snelheid van bouwen. Het is geen one size fits all. We hebben een heel palet nodig tussen 0 en 1.600 kg/m3 dat zand weegt. Inmiddels is bijvoorbeeld al schuimglas toegevoegd als nieuw licht ophoogmateriaal. Dat is met 150 tot 180 kg/m3 een echte lichtgewicht. Maar het is over het algemeen wel duurder dan EPS. Verder is er behoefte aan biobased materialen, ook al gezien de ambitie van Nederland om te komen tot een circulaire economie. We testen bijvoorbeeld wilgentenen. Dat is een materiaal dat al door de Romeinen werd gebruikt voor wegenbouw in gebieden met slappe bodem.” Wat de beste keuze is, is volgens Van Woerden steeds weer opnieuw een afweging: “Maar wat daarbij kan helpen is een Life Cycle Costing methode. Daarin worden de kosten van aanleg, beheer, onderhoud en levensduur meegenomen en financieel afgewogen. Daarin zie je nu wel al dat lichte ophoogmaterialen zichzelf wel uitbetalen, zeker in de meest slappe gebieden.” KLIMAATVERANDERING Een term die nog niet gevallen is, is klimaatverandering. “We moeten daarin twee soorten bodemdaling onderscheiden: bodemdaling door oxidatie van veen en bodemdaling door het aanbrengen van gewicht op het maaiveld. Oxidatie speelt voornamelijk in landelijke gebieden waar waterschappen het waterpeil laag houden zodat koeien in de wei kunnen lopen. Door toenemende droogte en hitte oxideert het veen sneller, waardoor de bodem daar zakt. Wij denken dat in stedelijk gebied bodemdaling door oxidatie een kleinere rol speelt. Over het algemeen is door ophoging in het verleden het veen onder water gedrukt, waardoor het niet kan oxideren Maar we controleren dat in ons onderzoek wel en bekijken of de ophooglaag daadwerkelijk in het water blijft liggen en de laag daaronder niet droogvalt.” “Er is wel een andere relatie met klimaatverandering. Dan gaat het over bomen. Grotere bomen kunnen helpen om oververhitting te beperken. Maar in de gebieden met slappe bodems krijgen veel bomen niet de kans om oud te worden, omdat ze een ophoging niet overleven. Hierdoor ben je minder in staat om hittestress te voorkomen met bomen. Het rooien van bomen tast ook de kwaliteit van de leefomgeving aan.” “Een ander probleem is rioolschade die optreedt door verzakkingen van slappe bodems. Je kunt daardoor bij hevige regenval vuil water op straat krijgen, maar ook kan het riool gaan werken als drainage. Daardoor onttrek je grondwater aan het gebied en kunnen in combinatie met langere periodes van droogte paalfunderingen droog komen te staan. Houten palen, zoals veel woningen van voor de jaren 80 hebben, gaan dan rotten. Zulke funderingsschade zorgt voor hoge kosten.” HANDLEIDING Van Woerden en KBF zien een grote noodzaak om bij bouwen in gevoelige gebieden meer rekening te houden met de slappe bodem. Daartoe is eerder al onder meer een handleiding opgesteld door Sweco in opdracht van het KBF. De handleiding (te vinden via de site van KBF: https://www.kbf. nl/themes/infrastructuur-handleiding-uitvoeringsprojecten-openbare-ruimte/) geeft overzichtelijke handvatten en een stapsgewijze aanpak om op juiste wijze rekening te houden met bodemdaling in een project. Tevens biedt KBF een Toolbox Bodemdaling in Steden aan en werkt het KBV voor nieuwbouw en bestaande bouw actief met partners aan kennisontwikkeling/-bundeling doet om tot nieuwe handelingsperspectieven te komen. Schuimglas is een relatief nieuw materiaal om infrastructuur op te hogen zonder toevoeging van veel gewicht. Bims en Argex zijn lichte ophoogmaterialen die geregeld worden toegepast.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=