37 NUMMER 1 / JANUARI 2026 MKB INFRA NIEUWS COLUMN Philip van Nieuwenhuizen Nog lang niet klaar Sinds ruim tien jaar mag ik namens MKB INFRA – inmiddels als sectie van Cumela – op deze plek kort uw aandacht vragen. Ik heb daarbij de mijlpaal van zestig columns in GWW Totaal al ruim overschreden. Desondanks is mijn inspiratie gelukkig nog niet uitgeput. Zolang er onlogische, bizarre of gewoon vermeldenswaardige dingen voorvallen in de infrastructuur, is er iets om over te schrijven. Ik hoop dat de lezers evenveel plezier in het lezen hebben, als ik in het schrijven. Dat schrijven werkt in ieder geval louterend als het om ergernissen gaat over hoe er wordt omgegaan met infrastructuur. Maar ook hoe weinig de bedrijven worden gewaardeerd, die zich dagelijks met aanleg en onderhoud van infrastructuur bezighouden. En dat doen ze met en vanuit passie, want iedereen die de sector een beetje kent, weet dat je het voor het geld niet hoeft te doen. De gemiddelde winsten zijn lager dan de rente die je krijgt op je spaarrekening. En dat in een sector waar het gevaar om met onverwachte tegenslagen geconfronteerd te worden en verliezen te lijden groter is dan in de meeste andere sectoren van de economie. Bovendien is het werk arbeidsintensief en zwaar, wat extra onzekerheid met zich brengt gezien de loondoorbetalingsplicht van twee jaar bij arbeidsongeschiktheid. Toch staat de mkb-ondernemer in de GWW-sector iedere ochtend (of beter: bij nacht en ontij) op om met zijn mensen door weer en wind te zorgen voor de fysieke en sociale verbinding, die onze infrastructuur biedt. En als de nood echt aan de man is, zijn zij het die met spoed op komen draven om riolen te ontstoppen, zout te strooien en wegdekken te repareren. Zelfs als ze daarbij worden uitgescholden en verwenst, bekogeld met van alles of zelfs van de sokken worden gereden. Zolang dáár geen verandering in komt, zal ik trouw mijn columns blijven schrijven in de hoop dat onze ondernemers en hun mensen meer waardering krijgen en ook voelen. Die waardering kan worden getoond met respectvol gedrag op de weg en niet in de laatste plaats met aanbestedingen op waarde in plaats van de laagste prijs. Philip van Nieuwenhuizen Voorzitter van de sectie MKB INFRA van de Vereniging Cumela Nederland Cumela, sectie MBK INFRA Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk Tel. 033 247 49 00 E. info@cumela.nl www.cumela.nl/sectie-MKB-INFRA TAKEN VAN DELTACOMMISSARIS De functie van de deltacommissaris is wettelijk verankerd in de Deltawet, die op 1 januari 2012 in werking is getreden. De Deltawet omschrijft de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden van de deltacommissaris, die onder andere adviezen uitbrengt aan bewindspersonen. De deltacommissaris zorgt voor draagvlak voor het Deltaprogramma waarbinnen het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken aan maatregelen voor waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en een klimaatbestendige inrichting van ons land. Meer informatie over het Nationaal Deltaprogramma en het werk van de deltacommissaris is te vinden op de website deltaprogramma.nl. hoeveel millimeter er precies zal gaan vallen. Maar door de stresstesten weten we wel bij benadering wat de gevolgen zullen zijn. Daarin breng je dan prioriteiten aan. Wat is van vitaal belang en moet beslist kunnen blijven functioneren bij calamiteiten? Denk aan ziekenhuizen en dergelijke. Je kunt ook risico’s in kaart brengen. Zo blijken twee belangrijke servers die diensten leveren voor de financiële sector en het betalingsverkeer binnen één ringdijk te zijn gevestigd. Dat is niet handig.” VASTHOUDEN IN PLAATS VAN SNEL AFVOEREN De omstandigheden per stroomgebied zijn telkens anders. De Drentse Aa is niet te vergelijken met Amsterdam en omgeving. En de situatie in de polders verschilt van het stroomgebied van de Dommel in Oost-Brabant of het heuvelland in Overijssel. Het stroomgebied van de Dommel is volgens Verdaas exemplarisch voor hoe we de afgelopen eeuwen het waterbeheer hebben aangepakt. “Dat we het water zo snel mogelijk moeten afvoeren, zit ons zo ongeveer in de genen gebakken. In het stroomgebied van de Dommel heeft dat geleid tot een goed onderhouden slotennetwerk van 30.000 kilometer. In heel Brabant hebben we het over 100.000 kilometer. Dat is een prestatie van formaat en was lange tijd zinvol. De snelle afvoer heeft echter ook een keerzijde waar we nu mee worden geconfronteerd. Als het hard regent, loopt het water heel snel het gebied uit. In de lager gelegen delen kun je dan wateroverlast krijgen. Tijdens drogere perioden met hoge temperaturen kom je tot de ontdekking dat je te veel water hebt afgevoerd. Dat leidt tot economische schade en problematisch lage grondwaterstanden. Dat is niet waterrobuust zoals we dat in de ambities voor 2050 hebben verwoord.” Hoe moet het dan wel? “Het regenwater zoveel mogelijk vasthouden waar het valt door de omgeving wateradaptief te maken. Denk aan parken geschikt maken voor wateropvang en nog meer ruimte voor beken en rivieren dan we nu al hebben. Ik ben me ervan bewust dat je zoiets niet op stel en sprong realiseert. Je kunt niet in een paar jaar de geschiedenis van honderd jaar uitwissen. En ik begrijp heel goed dat er discussies ontstaan over hoe je de belangen moet wegen.” DISCUSSIE CORTELANDE Eén van die discussies brandde onlangs weer los over een al jarenlang slepende kwestie en haalde voor de zoveelste keer de nationale televisie. De gemeente Zuidplas wil een nieuw dorp, Cortelande, met 8.000 woningen realiseren in Zuiderplaspolder. Het verantwoordelijke waterschap, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, vindt dat niet zo’n goed idee. De polder ligt namelijk ongeveer 6.80 meter beneden NAP en is daarmee het laagst gelegen gebied van Nederland. Waarom zou je juist daar bouwen in een tijd waarin we door klimaatverandering rekening moeten houden met zeespiegelstijging en hoogwater in de rivieren? In de nieuwsuitzending spitste de discussie zich toe op wie het voor het zeggen moet hebben in zo’n geval: de gemeente of het waterschap. Tot nu toe heeft het waterschap een adviserende rol en neemt de gemeente, met op de achtergrond de provincie, uiteindelijk het besluit. Maar zou de stem van het waterschap niet veel zwaarder moeten wegen en moet dat dan wettelijk vastgelegd worden? Deze vragen waren de kern van het nieuwsitem. Hoe zou desgevraagd het advies van de deltacommissaris luiden? “Het feit dat er discussie is, is een teken dat we ons bewust zijn van de risico’s. Wel goed om onderscheid te maken tussen waterveiligheid en wateroverlast. Die raken elkaar. Een derde van Nederland ligt onder NAP. In Nederland wonen ongeveer 4 miljoen mensen onder zeeniveau. Strikt genomen is het niet zo relevant of je vijf of zes meter onder NAP woont en evenmin of er op die locatie 8.000 woningen bijkomen of niet. De oorspronkelijke discussie tussen waterschap en gemeente ging over de vraag of er wel genoeg rekening gehouden werd met het risico van wateroverlast. Waterveiligheid was helemaal geen issue. Mijn voorganger en eerste deltacommissaris, Wim Kuijken, heeft bemiddeld. Er is extra geld gekomen en er is kritisch gekeken naar de inrichting. En in de plannen die voorliggen, zullen de toekomstige bewoners van de nieuw te bouwen woningen minder risico lopen op wateroverlast dan de mensen die al binnen de dijkring wonen.” MET Z’N ALLEN DE BOCHT NEMEN Volgens Verdaas verloopt het overleg tussen gemeenten en waterschappen in negen van de tien gevallen in volstrekte harmonie en wordt aan de voorkant met dankbaarheid gebruik gemaakt van de kennis en kunde van de waterschappen. “Het is niet verstandig om op basis van een incident rigoureuze maatregelen door te voeren. In de aangehaalde casus vindt men elkaar een keertje niet en ook dan wordt het uiteindelijk opgelost. We zitten nog volop in de fase van een zoektocht naar de juiste weg. De koers naar 2050 gaat door een bocht die we met ons allen moeten nemen. Daarbij past een constructief gesprek waaraan overheden, waterschappen, ontwikkelaars, banken, verzekeraars, burgers en ondernemers deelnemen.”
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=