PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 38 AANBESTEDEN & AANNEMEN Gebreken tijdens de onderhoudstermijn verzakkingen zouden optreden. Mede vanwege de complexiteit van de toegepaste cementgebonden fundering (CTB-laag) is de exacte oorzaak van de ondeugdelijke werking daarvan niet duidelijk geworden. Aanneemster heeft niet (voldoende) aangetoond, dat het ontwerp of de engineering aan de ontstane problemen hebben bijgedragen. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van de ondergrond en de conditie van de straatlaag. Aanneemster had bovendien bevestigd, dat Powerbase een functioneel geschikte bouwstof was. Aanneemster heeft daarmee niet aangetoond dat de Powerbase is bezweken door een aan opdrachtgeefster toerekenbare oorzaak. Daarmee is aanneemster aansprakelijk. Toezichthouder? Ook de vingerverwijzing naar de toezichthouder brengt aanneemster niets. Door aanneemster is bevestigd dat de Powerbase er destijds goed uitzag en dat de druksterktes bij oplevering werden behaald; wat had de toezichthouder dan (extra) moeten zien? Algemene voorwaarden aanneemster Aanneemster had verder nog een beroep gedaan op haar algemene voorwaarden. Dit brengt appelarbiters echter niet tot een anverplicht aanneemster tot herstel, tenzij aanneemster aantoont dat opdrachtgeefster de verantwoordelijkheid draagt voor die gebreken of daarvoor aansprakelijk is. Aanneemster moet derhalve bewijzen dat sprake is van een ontwerpfout (§ 5 lid 2) dan wel sprake is van gebreken in door opdrachtgeefster ter beschikking gestelde bouwstoffen of hulpmiddelen (§ 5 lid 3). Appelarbiters overwegen dat aanneemster onvoldoende gesteld en aangetoond heeft dat sprake is van één van de hiervoor genoemde gevallen. Appelarbiters hebben op het gehele terrein wijdverspreide schades aan de verharding waargenomen. De druksterktemetingen van de adviseurs van opdrachtgeefster tonen aan dat plaatselijk lagere druksterktes van de Powerbase zijn gemeten, dan voorgeschreven in het ontwerp en gemeten bij oplevering. De contractuele verplichting van aanneemster beperkte zich niet tot het leveren van Powerbase met vooraf overeengekomen druksterkte, ook al waren die bij oplevering aantoonbaar wel gehaald. Appelarbiters verwijzen naar het verhardingsadvies bij het DO met daarin een ‘ontwerplevensduur van 20 jaar’. Afgezien van de vraag of dit betekent dat aanneemster moet instaan voor een levensduur van 20 jaar, hoefde opdrachtgeefster redelijkerwijze niet te verwachten dat binnen een zo korte termijn na oplevering TEKST: BARD VAN VEEN Opdrachtgeefster kwam in appel. Zij had met aanneemster een bouwteamovereenkomst gesloten ter voorbereiding van de realisatie van een containerterminal. Opdrachtgeefster, aanneemster en een partij voor de ‘ontwerpende, adviserende en ondersteunende werkzaamheden’ zaten in het bouwteam. Vervolgens is in december 2011 een aannemingsovereenkomst gesloten, waarvan diverse bouwteamdocumenten, alsmede de RAW 2010 en UAV 1989 deel uitmaken. De ontwerpende partij heeft ook directie gevoerd op het werk. In augustus 2012 is de containerterminal in gebruik genomen. Binnen een maand na ingebruikname zijn er verzakkingen in de klinkerbestrating geconstateerd. Deze gebreken zijn aan aanneemster gemeld. Partijen hebben zich vervolgens geruime bezig gehouden met het vinden van de oorzaak en een oplossing, alsmede de verantwoordelijkheid. Uiteindelijk heeft aanneemster aansprakelijkheid afgewezen en zijn partijen niet tot elkaar gekomen. Vervolgens heeft opdrachtgeefster de procedure in eerste aanleg opgestart, doch verloren. In appel waagt zij opnieuw een kans. STANDPUNT OPDRACHTGEEFSTER Hoewel aanvankelijk water als oorzaak voor het verzakkende straatwerk werd gezien is duidelijk geworden dat de fundatie van de containerterminal gebrekkig is. De door aanneemster aangebrachte stabilisatielaag (‘Powerbase’) en de onderliggende fundatielaag voldoen niet aan de daaraan te stellen eisen. Opdrachtgeefster voert aan dat sprake is van uitvoeringsfouten aan de zijde van aanneemster. Er is geen homogene en gebonden funderingslaag aangebracht en verdicht. Deze fouten hadden door de toezichthouder, die slechts in beperkte mate toezicht hield, redelijkerwijs niet onderkend kunnen worden. Ook overigens meent opdrachtgeefster dat aanneemster aansprakelijk is, omdat de aansprakelijkheidstermijnen nog niet verstreken zijn. STANDPUNT AANNEEMSTER Aanneemster stelt dat de uitvoeringsfouten, zo daarvan al sprake was, zichtbaar waren voor de toezichthouder. Bovendien voldeed het werk volgens aanneemster bij oplevering aan het bestek en is zij niet aansprakelijk voor na de oplevering opgetreden gebreken in de fundatie. Daarvoor heeft aanneemster zich geëxonereerd (bevrijding van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding, red.) en zijn volgens haar de gebreken het gevolg van ontwerpkeuzes die voor rekening van opdrachtgeefster komen. OORDEEL APPELARBITERS Probleem opdrachtgeefster? Niet bestreden is dat de verzakkingen in de onderhoudsperiode zijn opgetreden. § 11 lid 2 UAV 1989 (UAV 2012 is op dit punt gelijk) De onderhoudstermijn uit de UAV is in meerdere opzichten een bijzondere periode. Indien partijen een onderhoudstermijn zijn overeengekomen, bepaalt paragraaf 11 UAV de spelregels. Hoe die spelregels toegepast worden blijkt uit een interessant appelvonnis van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen van 14 februari 2025. B.R. (Bard) van Veen is advocaat bij Severijn Hulshof Advocaten te Den Haag. Tel. (070) 304 55 90, E-mail: b.veen@shadv.nl, www.severijnhulshof.nl. Voor vragen over dit artikel, kunt u mij bereiken via het genoemde mailadres. Het RvA geschilnummer van deze zaak is: 72.331. der oordeel. De exoneratie in haar algemene voorwaarden ziet alleen op zichtbare en onzichtbare (verborgen) gebreken, en niet op onderhoudsgebreken. Aanneemster erkende bovendien dat de UAV 1989 prevaleren boven haar algemene voorwaarden. Alle afwijkingen zijn dus irrelevant, zoals een vervalbeding van één jaar en een schadevergoedingsbeperking. Het in de aannemingsovereenkomst opgenomen exoneratiebeding voor schade aan het terrein als gevolg van zettingen brengt aanneemster niets. Appelarbiters oordelen, dat zettingen wat anders zijn dan verzakkingen door een gebrekkige funderingslaag. Dat het voor opdrachtgeefster duidelijk moest zijn dat dit exoneratiebeding op alle zakkingen betrekking had, is onvoldoende gebleken. Ook de exoneratiebeding waarin staat dat aanneemster alleen verantwoordelijk is voor uitvoeringsfouten brengt aanneemster niets. Immers, ontwerpfouten zijn niet aan de orde. CONCLUSIE Het hoger beroep slaagt. Uit deze uitspraak is af te leiden dat de aansprakelijkheid van een aannemer in de onderhoudstermijn (veel) ruimer is dan men zou vermoeden na oplevering. Aannemers moeten van goede huize komen om te bewijzen dat het gebrek – kort gezegd – niet voor hun rekening en risico komt. Wil je aan bepalingen uit algemene voorwaarden of de overeenkomst zelf nog rechten kunnen ontlenen, is het van belang dat je die goed formuleert. Vraag bijstand, als je twijfelt. Houd je tot slot als aannemer aan de beproevingen en andere tests die uit de RAW volgen. Daar kun je je positie goed mee verbeteren. Binnen een maand na ingebruikname van een containerterminal zijn er verzakkingen in de klinkerbestrating geconstateerd. Bij oplevering voldeed het werk volgens aanneemster aan het bestek. Wie is aansprakelijk? Foto ABB ter illustratie.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=