PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 6 Het is nu eind januari, de eerste maand van het nieuwe jaar zit er al weer bijna op en er liggen elf maanden 2026 voor ons. Maar toch wil ik met u nog even terugkijken naar het afgelopen jaar 2025. Aan het begin van dat jaar werd de bestratingsbranche geconfronteerd met het programma ‘Goed Werkgeverschap’ van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). De straatmakers branche had de eer om als eerste beroepsgroep hiermee te worden geconfronteerd en dat hebben wij geweten ook. Doel van dit programma was en is: betere naleving van wet- en regelgeving. Naleving door de bedrijven zelf, maar ook in de (productie)keten waarbinnen die bedrijven invloed hebben op de arbeidsomstandigheden bij andere bedrijven - bijvoorbeeld als opdrachtgever. Het programma richt zich op sectoren en ketens waar de risico’s op oneerlijk, ongezond en onveilig werk het grootst zijn. De bestratingsbranche werd hier vorig jaar volop mee geconfronteerd. Maar laat ik hier direct zeggen dat wij de controles door de NLA op naleving van de wet- en regelgeving toejuichen. In geval van de straatmakers gaat het in veel gevallen om terugdringing van de fysieke belasting, zodat er veilig en gezond gewerkt wordt. Op zich is dit niet nieuw; sinds 1 januari 2007 moesten in redelijkheid en billijkheid al aaneengesloten werken van tenminste 1.500 m² machinaal verwerkt worden. En al vrij snel werd dat machinaal, tenzij. CROW te Ede heeft daarvoor de afgelopen jaren publicaties 255, 282 en 324 uitgegeven. Hierin is het gehele proces helder en duidelijk omschreven hoe te komen tot een verantwoorde afweging tussen handmatig en mechanisch straatwerk. Dit alles om de fysieke belasting van de beroepsgroep te beperken. Dat is geen overbodige luxe. Sterker nog: het is bitter noodzaak. GOED OPDRACHTGEVERSCHAP? Dat vanuit het programma ‘Goed Werkgeverschap’ de NLA werken controleert en daar waar nodig bij overtreding van de wet werken stillegt is toe te juichen. Maar wat wel jammer is dat de opdrachtnemer het slachtoffer hiervan is, terwijl in het merendeel van de gevallen de oorzaak ligt bij de opdrachtgever. Uit de cijfers van de NLA (bijgewerkt t/m oktober 2025) blijkt dat na inspectie bij meer dan de helft van de gecontroleerde werken (55%) een overtreding is geconstateerd. De opdrachtgever van straatwerk is in de meeste gevallen een Nederlandse gemeente. Juist van zo’n organisatie mag je toch verwachten dat zij de wet kennen en zich als zodanig naar verhouden. Dit blijkt echter in de praktijk vaak niet het geval. De kennis hieromtrent en de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt, zowel in de ontwerpfase als in de uitvoeringsfase, is nagenoeg niet aanwezig. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. IN DE SPIEGEL KIJKEN Het onvoldoende tegengaan van fysieke belasting bij het aanbrengen van elementenverharding ligt niet alleen aan opdrachtgeverszijde. Ook de opdrachtnemers dragen hierin verantwoordelijkheid. Wij hebben het met zijn alle gewoonweg niet voldoende opgepakt en hebben dit laten gebeuren. Dus laten wij als sector vooral naar onszelf kijken en niet de NLA hiervoor verantwoordelijk stellen. Nu we aan het begin van een nieuw jaar staan, is het ook weer tijd om na te denken over de goede voornemens voor het jaar 2026. Ik zou daar graag een voorschot op willen nemen voor zowel de opdrachtgevers en opdrachtnemers: na ruim achttien jaar wil ik het terugdringen van de fysieke belasting bij de beroepsgroep straatmakers nu echt als prioriteit stellen en dit tot een succes maken. Dit succes hebben wij als maatschappij nodig om het vak aantrekkelijk te houden. Daardoor kan er weer meer instroom komen, zodat er in de toekomst ook nog straten, stoepen en pleinen aangelegd kunnen worden. Opdrachtgever; verdiep je in de vergewisplicht vanuit het arbo-omstandighedenbesluit artikel 2.26 en neem je verantwoordelijkheid in zowel ontwerp- als uitvoeringsfase. Opdrachtnemer; maak vooral gebruik van je waarschuwingsplicht als tijdens de aanbestedingsfase iets je niet duidelijk is of als het straatwerkplan ontbreekt bij de stukken. Ga immer uit van het machinaal verwerken van elementenverharding. Heb je als opdrachtgever of opdrachtnemer vragen, stel die dan aan onze hulplijn. Deze kan je vinden via https://straatwerknederland.nl/hulplijn-optimaal-machinaal/. Ik wens u voor nu en de toekomst het goede, maar vooral veilig en gezond werken toe. Theo Noorlander Operationeel directeur STRAATWERK Nederland Theo geeft in iedere uitgave van GWW Totaal zijn visie op de bestratingsbranche Veilig en gezond werken COLUMN STRAATWERK Prioriteit op het spoor voor militair transport Militaire transporten op het spoor krijgen voorrang als ze urgent zijn en er geen capaciteit beschikbaar is. Het kabinet wil die voorrang mogelijk maken gezien de verwachte groei van militaire mobiliteit. Zo moet worden voorkomen dat een trein met bijvoorbeeld tanks noodgedwongen moet wachten tot er wel ruimte is. “We leven in een tijd dat het steeds belangrijker wordt om militairen en militair materieel snel te kunnen verplaatsen”, zegt staatssecretaris Thierry Aartsen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “De dreiging van een militair conflict in Europa neemt toe. Met deze maatregel zorgen we ervoor dat er altijd capaciteit is voor militair transport op het spoor. Daarmee lopen we vooruit op besluitvorming in Brussel en laten we zien wat hiervoor nodig is. Zo dragen we bij aan de veiligheid van Nederland en Europa.” GEEN RUIMTE OP SPOOR Het vervoer van militair materieel gebeurt vooral vanuit de Nederlandse zeehavens naar de grens. Maar er kunnen bijvoorbeeld ook militaire transporten vanuit België door Nederland naar Duitsland gaan. Vrijwel alle capaciteit op het Nederlandse spoor wordt jaarlijks verdeeld, maar militaire transporten kunnen moeilijk vooraf worden ingepland. Ze maken daarom gebruik van de capaciteit die ProRail standaard reserveert voor ad hoc vervoer. Maar als die reservecapaciteit ook vol is, zijn treinen met tanks, materieel of mensen gedwongen te wachten. Met de verwachte groei van militaire mobiliteit wordt de kans steeds groter dat die ongewenste situatie zich voordoet. Voldoende capaciteit voor militaire transporten hoort ook bij de verplichtingen als NAVO-lidstaat. URGENT MILITAIR TRANSPORT De regelgeving wordt nu zo aangepast dat militair transport in zo’n geval voorrang krijgt op het andere vervoer op het spoor. Er moet dan wel ook sprake zijn van een urgent militair transport. Dat is bijvoorbeeld het geval als er bijzondere eisen gelden voor een transport, zoals constante bewaking bij een munitietransport. Ook het dreigingsbeeld kan aanleiding zijn om een transport aan te merken als urgent. En ten slotte zijn er treinen die echt op een bepaald moment op een bepaalde plek moeten aankomen. De ministers van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat bepalen gezamenlijk welke transporten urgent zijn en dus prioriteit krijgen. De maatregel kan hinder voor reizigers opleveren, maar er wordt alleen capaciteit ingetrokken als het écht niet anders kan. PLEK IN REGELGEVING Medio december is de internetconsultatie gestart om de regels rond de verdeling van spoorcapaciteit aan te passen. De maatregel gaat op z’n vroegst in het najaar van 2026 in. Daarmee krijgt militair transport voor het eerst een plek in deze regelgeving. Ook in Europa wordt gewerkt aan voorrang voor militaire transporten. Het geven van prioriteit is één van de maatregelen die staatssecretaris Aartsen neemt om het militair transport over het spoor te verbeteren. Zo heeft hij een impactanalyse naar het Nederlandse spoor laten uitvoeren. Naar aanleiding daarvan gaat het ministerie van IenW samen met Defensie en ProRail op zoek naar knelpunten op het spoornetwerk voor militaire transporten. Ook wordt er samen met ProRail een gezamenlijke weerbaarheidsstrategie ontwikkeld, waarmee het spoor weerbaarder wordt tegen hybride dreigingen. Verder wil Aartsen voorkomen dat militaire treinen door papierwerk blijven stilstaan bij de grens. En spooremplacementen worden aangepast om ze beter geschikt te maken voor militaire mobiliteit. Denk aan het faciliteren van 740 meter lange goederentreinen.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=