GWW-Totaal 1 - 2026

7 NUMMER 1 / JANUARI 2026 ACTUEEL Grootste walstroomproject ter wereld Natuur herstelt na ophoging Roggenplaat Zicht op de Roggenplaat, met daarachter de Oosterscheldekering. Foto: Edwin Paree / Rijkswaterstaat. In 2019 heeft Rijkswaterstaat de Roggenplaat opgehoogd om dit gebied te behouden als voedselgebied voor watervogels. De resultaten van vijf jaar monitoren laten nu zien dat dit gelukt is. Bodemdieren en vogels zijn teruggekeerd op de opgehoogde plekken en de plaat is in volume behoorlijk toegenomen. water te liggen. Om de platen als voedselgebied voor vogels te behouden is de zandplaat vijf jaar geleden opgehoogd met 1,1 miljoen kuub zand. Suppleties werden verdeeld over zeven plekken om eventuele natuurschade door het aanbrengen van nieuw zand te beperken. Ook startte een monitoringsprogramma om de gevolgen van het suppleren in beeld te brengen. NA VIJF JAAR MONITOREN Uit de monitoringsresultaten die begin december 2025 werden gepubliceerd blijkt dat de Roggenplaat zijn functie als voedselgebied voor vogels heeft behouden en voor de nabije toekomst is veiliggesteld. Het totaal aantal voedselzoekende vogels op de Roggenplaat is steeds vergelijkbaar gebleven met de situatie vóór de ophoging van het gebied. In de eerste jaren na de ophogingen maakten vogels gebruik van de niet-opgehoogde delen van de plaat. Geleidelijk namen de vogels de opgehoogde delen van de plaat weer in gebruik naarmate de bodemdiergemeenschappen en sedimenten zich herstelden. TERUG OP DE PLAAT Op alle opgehoogde delen zijn bodemdieren en vogels na vijf jaar teruggekeerd. Beschutte dunnere suppleties met fijner zand vertoonden al na twee jaar vergelijkbaar bodemleven met de rest van de plaat. Op plekken met veel erosie met dikkere suppleties duurt dit langer. Maar ook hier komen de bodemdieren terug. De meeste vogels (zoals de bonte strandloper, scholekster, rosse grutto, wulp en zilverplevier) maken inmiddels ook gebruik van de gesuppleerde delen van de plaat. Wel zijn er verschillen tussen soorten. De kanoet en rosse grutto, die een voorkeur hebben voor fijner zand en lagergelegen delen van de plaat, gebruiken de opgehoogde plaatdelen nog minder intensief. De bonte strandloper blijkt juist een liefhebber van de nieuwe ophoogde delen van de plaat. NIET MEER TE ZIEN De zandplaat zelf heeft zich naar plan en wens ontwikkeld. De afzonderlijke zeven suppleties zijn na vijf jaar niet meer direct als suppleties te herkennen. Ze lijken te zijn opgegaan in de Roggenplaat als geheel. Het voor vogels belangrijke gebied op de Roggenplaat (het gebied dat meer dan 50% van de tijd droogvalt) is fors groter geworden door de zandsuppleties: van 602 naar 726 hectare. En ook de erosie van de plaat verloopt naar verwachting. Na vijf jaar is 90% van het aangebrachte volume nog aanwezig op de plek van aanleg of binnen 50 meter. LESSEN VOOR DE GALGENPLAAT “We zijn heel blij met dit resultaat. Het laat zien dat we steeds beter worden in het suppleren op dit soort gevoelige gebieden”, aldus projectleider Harry de Looff bij Rijkswaterstaat. “Door bewust zones op de plaat ongemoeid te laten hebben we de vogelgemeenschap in staat gesteld zich aan te passen zonder verlies aan soorten en aantallen.” In de winter van 2026 is de planning om ook de Galgenplaat, het tweede belangrijke voedselgebied in de Oosterschelde, op te gaan hogen. De lessen die bij de Roggenplaat zijn opgedaan worden meegenomen voor dit project. De Roggenplaat is één van de belangrijkste voedselgebieden van vogels in de Oosterschelde. Bij laagwater wordt de plaat bezocht door bijna 20.000 vogels die genieten van de vele kreeftjes, wormen en schelp- en schaaldieren die in de bodem vertoeven. Ook voor zeehonden is de plaat een belangrijke rustplek. Sinds de komst van de Oosterscheldekering is de getijdewerking in de Oosterschelde veranderd en komt de Roggeplaat steeds dieper in het De haven van Rotterdam krijgt gecombineerde walstroomsystemen die naar verwachting de grootste ter wereld zijn tot nu toe. ABB heeft contracten getekend met Rotterdam Shore Power (RSP), een joint venture van de Port of Rotterdam en Eneco, een internationaal energiebedrijf met hoofdkantoor in Nederland, voor het ontwerpen en bouwen van walstroomsystemen. De op maat ontworpen oplossingen leveren stroom aan drie diepzeecontainerterminals in de grootste haven van Europa. Naar verwachting worden ze in de tweede helft van 2028 in gebruik genomen. Een walstroomaansluiting stelt schepen in staat hun motoren uit te schakelen terwijl ze aangemeerd liggen. Volgens berekeningen van Rotterdam Shore Power kan de jaarlijkse CO2-uitstoot van de schepen die de drie diepzeecontainerterminals aandoen, met naar schatting 96.000 ton worden verminderd vanaf 2030 door ten minste 90 procent van de ligduur gebruik te maken van walstroom. Dit zal ook geluidsoverlast elimineren en de luchtkwaliteit in het havengebied aanzienlijk verbeteren. Dat leidt tot een betere werk- en leefomgeving. De walstroomsystemen bestaan uit meerdere installaties voor de haven van Rotterdam. De totale capaciteit is meer dan 100 megavoltampère (MVA). De installaties zullen bijdragen aan een aanzienlijke vermindering van de emissies in de haven van Rotterdam en de naleving van de FuelEU Maritieme Verordening ondersteunen. De wetgeving vereist dat alle container- en passagiersschepen met een bruto tonnage van meer dan 5.000 ton vanaf 1 januari 2030 in EU-havens gebruikmaken van walstroomvoorziening of een gelijkwaardige emissievrije technologie. GEPREFABRICEERDE OPLOSSINGEN De walstroomsystemen van ABB leveren stroom op 35 aansluitpunten, verspreid over de APM Terminals Maasvlakte II (APMT)-faciliteit en de Hutchison Ports ECT Delta- en Hutchison Ports ECT Euromax-terminals. Hiermee kunnen tot 32 containerschepen tegelijkertijd van stroom worden voorzien tijdens laad- en loswerkzaamheden. De overeenkomst omvat ook een meerjarig servicecontract voor elke terminal. De contracten werden in december 2025 getekend. De financiële details zijn niet openbaar gemaakt. Naast het ontwerpen, leveren en installeren van de walstroomsystemen is ABB ook verantwoordelijk voor de inbedrijfstelling en het testen op locatie. Geprefabriceerde oplossingen verkorten de installatietijd en minimaliseren de operationele verstoring. Daarnaast is de infrastructuur schaalbaar om te voldoen aan toekomstige groei en integratie met hernieuwbare energiebronnen. De leveringsomvang van ABB omvat ook het SCADA-systeem (Supervisory Control and Data Acquisition), dat de bewaking en besturing van het walstroomnet mogelijk maakt en het energieverbruik registreert voor een nauwkeurige facturering aan de klant. ROTTERDAM IS KOPLOPER “We zijn verheugd om met ABB samen te werken aan dit baanbrekende project voor RSP”, aldus Ina Barge en Tiemo Arkesteijn, co CEO’s van Rotterdam Shore Power. “Dankzij onze diepgaande kennis en bewezen staat van dienst kunnen we walstroom beschikbaar maken voor alle schepen die de APMT- en ECT-terminals in de haven van Rotterdam aandoen. Daardoor wordt de CO2-uitstoot aanzienlijk verminderd. Rotterdam is een koploper op het gebied van elektrificatie op deze schaal.” “Dit grootschalige project met meerdere installaties voor Rotterdam Shore Power toont de expertise van ABB aan in het leveren van walstroom van concept tot aansluiting”, aldus Rune Braastad, President van de divisie Marine & Ports van ABB. “Onze efficiënte, beproefde totaaloplossingen omvatten alles van ontwerp en inbedrijfstelling tot onderhoud en ondersteuning, met minimale verstoring van de bedrijfsvoering tijdens de installatiefase. We zijn er trots op bij te dragen aan de decarbonisatie van de haven van Rotterdam. Dat is een belangrijke stap in de richting van de EU-ambitie voor emissievrije havens.” Onder meer de APM Terminals Maasvlakte II (APMT)-faciliteit krijgt een walstroomaansluiting. Ook de Hutchison Ports ECT Delta- (op foto) en Hutchison Ports ECT Euromax-terminals krijgen een walstroomaansluiting.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=