GWW-Totaal 2 - 2026

21 NUMMER 2 / APRIL 2026 Onderhoud kunstwerken vraagt samenwerking met markt KUNSTWERKEN Slijtlaag op aluminium ondergrond. “Bij de beheerders van kunstwerken vloeit steeds meer kennis weg. Wij kunnen echter samen met de beheerder de onderhoudsopgave in beeld brengen en voorkomen dat gemeenschapsgeld wordt verspild aan verkeerde beslissingen”, zegt Johannes Slurink van familiebedrijf Slurink Specialistische Infra. Dit MKB-bedrijf is van alle markten thuis op het gebied van deklagen, voeg- en dilatatieconstructies en onderhoud of reparatie van kunstwerken. TEKST: ING. FRANK DE GROOT BEELD: SLURINK SPECIALISTISCHE INFRA Hij ziet met lede ogen aan dat er steeds meer specialistische kennis ontbreekt bij beheerders van kunstwerken. Vakmensen met veel ervaring gaan met pensioen en het blijkt heel lastig om de daarmee wegvloeiende kennis te vervangen. “Gemeenten laten daarom vaak een ingenieursbureau een bestek maken voor onderhoud of vervanging van kunstwerken. Maar bij ingenieursbureaus vloeit er ook kennis weg. Ik zie soms bestekken waarin gewoon verkeerde aannames en oplossingen staan. Maar het gaat hier wel om gemeenschapsgeld”, zegt Johannes Slurink, die het in 2010 opgerichte familiebedrijf overnam van zijn vader Witte Slurink. Nog even en zijn zoon – die ook Witte heet – gaat eveneens bij het bedrijf werken. Om kennis op te doen begint hij in de uitvoering. Het MKB-bedrijf uit Gorinchem is actief in Nederland en België en doet vooral specialistische opdrachten die qua omvang passen bij Slurink. Denk aan het aanbrengen van combinatiedeklagen (ZOAB, gevuld met betonmortel), gietasfalt en slijtlagen. Daarnaast is het bedrijf gespecialiseerd in voeg- en dilatatieconstructies, beton- en staalbescherming, betonreparatie en -onderhoud en zelfs betonprint en gefigureerd beton. “Grote projecten of grote kunstwerken doen we in principe niet. Onze kracht ligt bij de kleine en middelgrote specialistische projecten. Door ons brede scala aan activiteiten zijn we veel flexibeler dan een groot bedrijf. Wij scoren met oplossingen, in plaats van hoeveelheden”, aldus Johannes. SLOPEN OF ONDERHOUDEN? Steeds meer gemeenten hebben door een gebrek aan kennis vaste aannemers waarmee ze samenwerken om de infrastructuur te beheren. “Dan moet er wel wederzijds vertrouwen zijn dat de gekozen oplossingen ook kostenoptimaal zijn. Soms is levensverlengend onderhoud gunstiger dan domweg maar slopen. Kijk, als een kunstwerk in een zeer slechte staat is, binnen vijf jaar verbreed moet worden of de huidige verkeerslast niet meer aan kan, dan kun je beter kiezen voor vervanging. Maar vaak kun je met de juiste maatregelen de levensduur van een kunstwerk wel vijftien jaar verlengen. Dat is beter voor het milieu en de kosten op korte termijn. Het is wel zo dat een nieuw kunstwerk op termijn lagere onderhoudskosten heeft. Maar wij kunnen beide opties doorrekenen voor de beheerder. Daarnaast kan de vervanging van een kunstwerk tot veel overlast leiden, hoewel wij ook wel eens een brug hebben gesloopt en de volgende dag de nieuwe hebben geplaatst”, vertelt Johannes. Hij noemt een ander voorbeeld van verkeerd gekozen maatregelen: “Dan schrijven ze voor een composiet brug het herstel van de slijtlaag voor over 0,7 m2. Maar dan blijkt de onderliggende dekplank gebroken. Alsof je een verrot kozijn een nieuwe verflaag moet geven. Kijk dus ook naar de onderliggende constructie.” Dit ontlokt Johannes wel de opmerking dat het breukrisico een nadeel is van composiet bruggen: “Als een fiets- en voetgangersbrug ineens zwaar wordt belast door bijvoorbeeld een strooiwagen dan kunnen composietplanken breken. Composiet is namelijk minder vergevingsgezind dan hout, dat eerst nog meebuigt. Het valt me ook op dat de toepassing van composietbruggen niet echt toeneemt in Nederland.” BETONONDERHOUD Voor het onderhoud van betonnen kunstwerken biedt Slurink betonreparatie aan: “Wij zijn niet KOMO gecertificeerd voor betonreparatie, maar voeren de werkzaamheden wel uit zoals in de BRL 3201 ‘Uitvoeren van betonreparaties’ staat beschreven . Maar dat gaat dan vaak om kleinschalige betonreparaties. Dat kan zowel om betonschade door carbonatatie of chloride geïnitieerde wapeningscorrosie gaan. Uiteindelijk kunnen we ook een beschermende coating aanbrengen, zoals een carbonatatie remmende coating. Er is keuze uit transparante coatings of in een bepaalde kleur. Desgewenst kunnen de coatings deels in een anti-graffiti variant worden geleverd, zoals voor de kolommen onder viaducten die graffiti-gevoelig zijn.” Omdat Slurink multifunctioneel opereert kan tevens het stalen leuningwerk worden hersteld, alsmede een eventuele asfaltdeklaag en slijtlaag. Ook bijvoorbeeld geluidsarme dilatatievoegen met overrijdbare klauwprofielen, kit- en schijnvoegen en andere voegovergangen kunnen worden aangepakt. “Doordat we alle werkzaamheden kunnen uitvoeren, kunnen we materialen en werkwijzen optimaal op elkaar afstemmen.” SAMENWERKEN Johannes Slurink pleit wederom voor een betere samenwerking tussen beheerders en aannemers: “Nu gaat het geld naar een ingenieursbureau dat een ontwerp en bestek maakt en dan volgt nog een aanbesteding bij de aannemers. Maar wij kunnen ook advies en ontwerp verzorgen. Er zit veel kennis bij de aannemers en het gemeenschapsgeld wordt beter besteed. Ja, ik hoor je al zeggen dat de aannemer dan wel zal zorgen dat de onderhoudskosten hoger uitvallen dan strikt noodzakelijk. Maar je hoeft maar één keer betrapt te worden op onnodig opgevoerde werkzaamheden en je komt nergens meer aan de bak. Wij hebben daarnaast een reputatie hoog te houden, dus als iets goedkoper kan, stellen we dat ook voor. Je investeert in een langdurige samenwerking met wederzijds vertrouwen.” Tot besluit geeft Johannes een praktijkvoorbeeld van besparingsmogelijkheden voor gemeenten op wegenonderhoud: “Ik kreeg een keer eind van het jaar van een gemeente de vraag: wat kost het om een slijtlaag te vervangen? De bestaande slijtlaag zag er nog redelijk goed uit, maar had plaatselijk schade. In verband met de offerte was mijn vraag wanneer de slijtlaag uiterlijk vervangen moest worden. ‘Dat moet nog dit jaar’, zeiden ze tot mijn verbazing. Tja, dat kon alleen nog door een dure tent over het werk te plaatsen, in verband met de winterse omstandigheden in december. Dan is mijn advies: plan dit soort werk in mei of juni, dat scheelt veel geld. Maar blijkbaar was er nog budget dat op moest in dat jaar. Dat moet toch anders kunnen…” Soms is levensverlengend onderhoud gunstiger dan domweg maar slopen. “Ik zie soms bestekken waarin gewoon verkeerde aannames en oplossingen staan. Maar het gaat hier wel om gemeenschapsgeld”, zegt Johannes Slurink. Hier een project met slijtlaag met amaril.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=