GWW-Totaal 2 - 2026

39 NUMMER 2 / APRIL 2026 0NDERNEMEN AANBESTEDEN & AANNEMEN Losliggende gootelementen Het argument van onvoldoende wapening in de gootelementen gaat evenmin op. Wapening in gootelementen is niet bedoeld om de krachten op te vangen. Aanneemster had opdrachtgeefster moeten waarschuwen, indien een perfecte aanligging van de elementen op de stellaag alleen mogelijk zou zijn met uitvoeringsvoorschriften die in de infra ongebruikelijk waren. Ook het argument dat conform de uitgangspunten van de UAV 2012 en Standaard RAW Bepalingen 2015 in het ontwerp gedetailleerd door opdrachtgeefster wordt uitgewerkt, maakt al het voorgaande niet anders. Arbiters oordelen dat aanneemster aansprakelijk is voor de gevolgen van de gebrekkige uitvoering van de stellaag. MAAR... Opdrachtgeefster had in het bestek heel specifieke voorschriften opgenomen. Precies op het gevoelige punt van de samenstelling van de stellaag had opdrachtgeefster verwezen naar de leverancier. Opdrachtgeefster had daarom vinger aan de pols moeten houden, aldus arbiters. Opdrachtgeefster had echter niet nagevraagd of aanneemster overleg had gehad met de leverancier. De bouwdirectie had niet gezien, dat aanneemster droge stelmortel toepaste, terwijl die uitvoering vele maanden in beslag nam. Van een afstand had het bovendien zeker waarneembaar moeten zijn geweest dat geen half plastische mortel werd raadplegen van plaatsingsvoorschriften is in de ogen van arbiters onvoldoende. De door aanneemster ingenomen tegenstrijdige stellingen over het met leverancier gevoerde overleg zijn voor arbiters voldoende om te oordelen dat aanneemster niet had voldaan aan haar besteksverplichtingen. Daar haakt opdrachtgeefster bij aan, stellende dat als het overleg wel had plaatsgevonden, dit precies neer zou komen op wat opdrachtgeefster wenste. TE LAGE DRUKSTERKTE Arbiters gaan daar niet in mee. Arbiters stellen wel vast dat overleg met de leverancier geleid had tot een stellaag bestaand uit cementrijk mengsel met een druksterkte van 30 N/mm2. Uit de eigen bedrijfscontrole van aanneemster volgde een gemiddelde druksterkte tussen slechts 2,5 en 8 N/mm2. Omdat de goten niet op een half plastische maar een droge mortelbaan waren aangebracht zijn zij bij de uitvoering van het werk niet volledig gezet en daarom niet volledig aangesloten. Spanningen toegebracht door de reach stackers leidden vervolgens tot verpulvering en disintegratie. Tot slot overwegen arbiters dat de dikte van de stellaag niet maximaal 5 cm was. maar varieerde tussen 2 en 9 cm. Dat dit type gootelementen uitvoeringstechnisch niet in een half plastische mortel aangebracht hadden kunnen worden, had aanneemster moeten melden. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft zelf zonder overleg met de leverancier gekozen voor een volgens haar ‘gebruikelijke standaard aardvochtige mortel’. Arbiters overwegen dat aanneemster had moeten voorzien dat daardoor een mortel toegepast zou worden die niet geschikt zou zijn voor de gootelementen. TEKST: BARD VAN VEEN Aanneemster had in opdracht van opdrachtgeefster een bestaande terminal omgebouwd naar een multifunctionele containeroverslag-railterminal. Dit op basis van een van opdrachtgeefster afkomstig bestek (RAW 2015). Onderdeel van het werk was het aanbrengen van een nieuwe verharding van het kadeplatform. Dit moest voorzien worden van specifiek benoemde betonnen verholen hemelwaterafvoergoten, te stellen op een laag ‘stelmortel’ van maximaal 5 cm dikte. Het bestek bepaalde tevens dat de samenstelling van de toe te passen stelmortel in overleg met de leverancier van de goten moest gebeuren. De fundering onder de stellaag was een zogenaamde cement treated base (CTB-laag). Het kadeplatform zou worden bereden door reach stackers. Dat zijn zware voertuigen om containers mee te verplaatsen en te stapelen. Kort na oplevering verzakten de goten, of kwamen omhoog. Dit, naast scheurvorming en het afbrokkelen van het beton aan de bovenkant van de gootelementen. Na een melding van opdrachtgeefster had aanneemster plaatselijk herstel uitgevoerd. Vervolgens ontstond een lange discussie tussen partijen over de verantwoordelijkheid en de oorzaak. Meer specifiek ging het erom of aanneemster de besteksverplichting was nagekomen om in overleg met de leverancier de samenstelling van de stelmortel te bepalen. Diverse deskundigenrapportages werden uitgewisseld. Deskundigen van opdrachtgeefster zagen de oorzaak in het bezwijken van de stellaag, die van onvoldoende kwaliteit was en slecht was aangebracht. Aanneemster voerde aan dat er nog veel meer oorzaken zouden kunnen zijn. Omdat aanneemster niet zelf tot herstel overging, had opdrachtgeefster een derde aannemer opgedragen om herstel uit te voeren aan een gedeelte van de goten. VORDERINGEN OPDRACHTGEEFSTER Opdrachtgeefster vorderde betaling van gemaakte en een veroordeling voor toekomstige herstelkosten. Aanneemster vorderde op haar beurt betaling van de laatste termijn en vergoeding van herstelkosten. OORDEEL ARBITERS: UITVOERINGSFOUTEN Centraal stond de vraag of de oorzaak van de schade gelegen is in een gebrekkige stellaag en of aanneemster daar volledig voor aansprakelijk was. Arbiters lopen de door aanneemster opgevoerde alternatieve oorzaken af. Noch de CTB-laag noch de daaronder gelegen ondergrond waren het probleem. De gootelementen werden niet zwaarder belast dan overeengekomen en waren niet gebrekkig; dat had een ander schadebeeld opgeleverd. Arbiters oordelen met opdrachtgeefster dat de oorzaak de stellaag moet zijn. Dan staan arbiters stil bij de bestekverplichtingen van aanneemster voor het correct leggen van de gootelementen op een met de leverancier af te stemmen correct samengestelde stellaag. Het alleen Dit keer aandacht voor een aanneemster en opdrachtgeefster die in gelijke mate voor herstelkosten worden veroordeeld. Dat gebeurt niet vaak. Hoe is de RvA tot dat oordeel gekomen? B.R. (Bard) van Veen is advocaat bij Severijn Hulshof Advocaten te Den Haag. Tel. (070) 304 55 90, E-mail: b.veen@shadv.nl, www.severijnhulshof.nl. Voor vragen over dit artikel, kunt u mij bereiken via het genoemde mailadres. Het RvA geschilnummer van deze zaak is: 37.698. toegepast. Dat keuring van bouwstoffen niet plaatsvond, en de leverancier niet aanwezig was maakt dit naar het oordeel van arbiters niet anders. Opdrachtgeefster komt geen beroep toe op de besteksbepaling waarin staat dat het toezicht van de directie niet strekt tot vermindering van de verantwoordelijkheid van aanneemster. Ook het argument van aanneemster dat sprake is van een voorgeschreven leverancier wordt gepasseerd. Arbiters overwegen dat geen sprake is van een functioneel ongeschikt door de leverancier geleverd product. Arbiters oordelen dat de helft van de herstelkosten voor rekening van aanneemster moet komen en de helft voor rekening van opdrachtgeefster moet blijven. De herstelkosten worden bovendien bepaald op basis van een uitvoering overeenkomstig het besteksontwerp. CONCLUSIE In deze zaak is sprake van uitvoeringsfouten van aanneemster, waarmee haar aansprakelijkheid vaststaat. In de afrekening van de gevolgen van die uitvoeringsfout dient opdrachtgeefster de helft van de herstelkosten zelf te dragen; arbiters baseren dit impliciet op art. 6:101 BW (eigen schuld). Zeker bij een RAW-bestek waarin een opdrachtgever zeer gedetailleerd bepaalt (en zelfs moet bepalen) wat er gebeuren moet, is het loslaten en niet controleren op een cruciaal punt wel degelijk een risico voor opdrachtgever. Voorbeeldsituatie. Foto: Intercodam.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=