GWW-Totaal 2 - 2026

PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 4 Drinkwater wordt volgende netcongestie Een bedrijf wil een nieuwe fabriekshal realiseren, productie opschalen of een proces aanpassen. Tegelijkertijd willen we in Nederland richting de bouw van 100.000 woningen per jaar. Zowel fabrieken als woningen vragen om een drinkwateraansluiting, maar vooral fabrieken krijgen soms al te horen dat er geen extra drinkwateraansluiting beschikbaar is. Wordt drinkwater de volgende netcongestie? “Een bedrijf wil een nieuwe fabriekshal bouwen, productie opschalen of een proces aanpassen. Tegelijkertijd willen we in Nederland richting de bouw van 100.000 woningen per jaar. Zowel fabrieken als woningen vragen om een drinkwateraansluiting. Dat schuurt met de grenzen van winning, vergunningverlening, infrastructuur en ruimtelijke inpassing. Dit speelt nu, niet later.” Dat zegt André Mepschen, werkzaam als Business Developer Nationaal bij Water Alliance en daarnaast bestuurslid van de Raad van Advies Aqua Nederland. URGENTIE OP PAPIER, ONRUST IN DE PRAKTIJK “Het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing is duidelijk. De doelstelling is een besparing van 20 procent ten opzichte van de periode 2016 - 2019, zowel voor industrie als consument. In 2035 moet het drinkwatergebruik per hoofd van de bevolking richting 100 liter per dag. De vraag die daarbij blijft hangen is eenvoudig en ongemakkelijk: sturen we hier als Nederland echt op? Met concrete maatregelen, duidelijke afspraken en consequent handelen? Of blijft het bij ambities, pilots en goede bedoelingen terwijl de druk op het systeem verder toeneemt? Water is nog steeds goedkoop. Daardoor voelt schaarste niet als schaarste. De waarde van water is hoog, maar dat zie je niet terug op de factuur. In 2023 lag het drinkwatergebruik gemiddelde op 118 liter per persoon per dag. Ongeveer 40 procent daarvan gaat op aan douchen en zo’n 30 procent aan toiletgebruik. Met relatief simpele maatregelen is een besparing van 10 tot 20 procent mogelijk. Dat geldt voor huishoudens, maar in de praktijk net zo goed voor de industrie. In de industrie krijgt water echter een extra lading. Daar draait het niet alleen om gebruik, maar om bedrijfszekerheid. Een fabriek die stilvalt door waterschaarste of strengere lozingseisen betaalt een veel hogere prijs dan de waterrekening alleen. Productieverlies, verstoring van processen en onzekerheid in de bedrijfsvoering wegen zwaar.” KRW: WATERKWALITEIT ALS EXTRA DRUK “Naast beschikbaarheid speelt ook waterkwaliteit een steeds grotere rol. De Kaderrichtlijn Water stelt duidelijke eisen aan de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Dat raakt bedrijven die lozen op oppervlaktewater of anderszins invloed hebben op een waterlichaam, bijvoorbeeld via Straks bij nieuwbouw geen drinkwater beschikbaar? André Mepschen, Business Developer Nationaal bij Water Alliance en bestuurslid van de Raad van Advies Aqua Nederland: “De grootste blokkades zitten niet in installaties of technologie maar in keuzes, prioriteiten en besluitvorming.” grondwater. De samenstelling van oppervlaktewater verandert namelijk door seizoenen, droogte en piekbelastingen. Bedrijven die oppervlaktewater innemen voor proceswater merken dat direct. En wie zuivert met membranen of andere technieken krijgt te maken met concentraatstromen waar een oplossing voor nodig is. Dit vraagt om een andere manier van denken. Het klassieke lineaire model van innemen, gebruiken en lozen loopt tegen zijn grenzen aan. Circulair denken wordt steeds noodzakelijker.” KIKKERS IN DE PAN “We lijken als sector kikkers in een pan op het vuur. Het water wordt warmer, maar zolang het nog niet kookt blijft iedereen zitten. De landelijke overheid, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven en waterschappen hebben ieder hun rol. Wie brengt de verschillende partijen bij elkaar en zorgt voor richting en samenhang? Die regie ontbreekt vaak. Daardoor zijn we afhankelijk van early adopters: organisaties die vooruit willen, die zich willen voorbereiden op de toekomst en niet wachten tot het te laat is. Dat is waardevol maar onvoldoende om de opgave als geheel te dragen. Bij watermaatregelen komt steevast dezelfde vraag op tafel: wat is de terugverdientijd? Investeren in water gaat echter niet alleen over besparen. Het gaat over zekerheid. Over de vraag of je in de toekomst kunt blijven produceren, of je afhankelijk bent van beperkingen in levering of lozing, en hoe robuust je bedrijfsvoering is bij veranderende omstandigheden. Soms is er geen directe financiële terugverdientijd, maar wel zekerheid dat je niet stilvalt tijdens een droge periode. Soms zijn er nauwelijks meerkosten, maar voorkom je afhankelijkheid van een drinkwatermaatschappij die geen extra water kan leveren of strengere eisen stelt aan lozingen.” SPRING UIT DE PAN “Wachten helpt niet. Techniek is het zelden het probleem. De vraag is hoe je begint. Breng eerst je eigen situatie in kaart. Maak inzichtelijk waar water vandaan komt, waar het wordt gebruikt en waar het verdwijnt. Kijk vervolgens naar mogelijke oplossingsrichtingen en ga in gesprek met partijen die daarbij kunnen helpen, wie dat ook zijn. Wie die stap zet, ontdekt vaak dat er meer mogelijk is dan vooraf gedacht. De grootste blokkades zitten niet in installaties of technologie maar in keuzes, prioriteiten en besluitvorming. Precies daarom hoort water niet alleen thuis in de technische hoek, maar daar waar richting wordt bepaald. Dit vraagstuk staat centraal in het bredere gesprek dat Aqua Nederland richting 2026 voert over de toekomst van de watersector.” SSEB 2026 is geopend Op 3 maart opende de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) weer. Met deze regeling krijg je subsidie voor de aanschaf van nieuwe, uitstootvrije bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen. De RVO meldt op hun website dat de begroting voor 2026 nog niet is goedgekeurd. Zij geven aan dat aanvragen wél beoordeeld worden, maar dat ze verwachten dat besluiten en de uitbetaling van voorschotten in april of mei 2026 mogelijk zijn. Dit meldt Cumela. Voor 2026 is in totaal 50 miljoen euro beschikbaar: 25 miljoen euro voor de aanschaf van emissieloos bouwmaterieel en 25 miljoen euro voor laadinfrastructuur. Je kunt een aanvraag indienen tot en met 30 oktober 2026. DIT VERANDERT IN 2026 SSEB en MIA zijn niet meer gekoppeld: de belangrijkste wijziging is dat je niet langer SSEB en MIA/Vamil kunt combineren. Je moet dit jaar kiezen tussen één van beide regelingen. De subsidiepercentages voor SSEB zijn verder verhoogd: • 30% van de meerkosten voor mkb-bedrijven; • 25% van de meerkosten voor grootbedrijven. Vorig jaar was dit nog 19% (mkb) en 14% (grootbedrijven), in combinatie met MIA/Vamil. Ter vergelijking: • SSEB vergoedt 30% van de meerkosten. • MIA/Vamil levert gemiddeld ongeveer 6,75% voordeel op over het totale investeringsbedrag. • In veel gevallen is SSEB daardoor financieel aantrekkelijker. De Kamer van Koophandel heeft verder in september de SBI-codes aangepast, zodat deze beter aansluiten bij de huidige economie. RVO heeft de regeling hierop aangepast. Hierdoor blijven de juiste bedrijven binnen de definitie van de bouwsector vallen. HOGERE MAXIMALE SUBSIDIE Per aanvrager kun je nu maximaal 1,5 miljoen euro per jaar aanvragen (was 1 miljoen euro). Per machine kan het subsidiebedrag oplopen tot 500.000 euro voor zwaardere machines (voorheen maximaal 300.000 euro). Er zijn ook nieuwe mogelijkheden toegevoegd: • A1.38. Een tractor of vergelijkbaar multifunctioneel bouwwerktuig met een motorvermogen vanaf 19 kW. De machine moet bedoeld zijn voor gebruik in de bouw. • A2.13. Een mobiel DC (gelijkstroom) laadstation op een bouwlocatie. Dit mag je nu los aanvragen. Voorheen kon dit alleen in combinatie met A2.7 (batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh). Voor SSEB-laadinfrastructuur wordt de regeling gekoppeld aan de SPRILA-regeling. Bron: Cumela. Kijk op de website voor meer informatie. Foto: Staad.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=