27 NUMMER 5 / OKTOBER 2026 0NDERNEMEN AANBESTEDEN & AANNEMEN Gelijkwaardigheid van bouwstoffen wel degelijk toegestaan om met die alternatieve oplossing in te schrijven, en deze toe te passen. OORDEEL SCHEIDSGERECHT Het scheidrecht behandelt eerst de vraag of sprake is van een bestekswijziging. Dit argument van opdrachtgeefster lijkt niet zo gek, omdat in plaats van het expliciet in het bestek genoemde Yalibims nu Mineralight wordt voorgesteld. Het scheidsrecht vindt echter niet dat sprake is van een bestekswijziging. Niet omdat er een ander merk bims zou worden toegepast. Het verhardingsadvies vereist namelijk slechts dat het gewicht van de te realiseren wegconstructie niet mag afwijken van het gewicht van de constructie zoals door de adviseur was berekend, mits dezelfde laagdiktes als in het bestek is opgenomen worden aangehouden. Aanneemster had aangegeven daarvan niet af te wijken. Een bestekswijziging is in de ogen van het scheidsrecht dus echt de onderliggende constructie, zoals ontworpen voor en voorgeschreven door opdrachtgeefster; vgl. paragraaf 5 UAV-2012. Overigens overweegt het scheidrecht dat een wijziging van de omgevingsvergunning graaf 36 UAV-2012. Een bestekswijziging, waaraan zij niet haar medewerking moest of wenste te verlenen. Ook herhaalde opdrachtgeefster dat zij niet overtuigd was van de gelijkwaardigheid. WANNEER AANTONEN? Uit het vonnis blijkt dat aanneemster haar optimalisatie onder meer onderbouwde met aanbestedingsrechtelijk argument dat aanbestedende diensten niet merkproducten zoals Yalibims mogen voorschrijven zonder de ruimte voor een gelijkwaardig alternatief te bieden. Aanbestedende diensten dienen inderdaad technisch/functioneel te omschrijven, en als dat niet kan, een product met naam en toenaam voor te schrijven met de toelichting ‘of gelijkwaardig’/ ‘o.g.’. Slechts in uitzonderlijke situaties mag een aanbestedende dienst anders handelen. Uit de uitspraak blijkt niets over een aanbestedingsprocedure. En de opgevoerde optimalisatie lijkt volledig tijdens de uitvoering te zijn opgekomen. Opgemerkt wordt, dat aanneemster – toen nog als inschrijfster - tijdens de inlichtingenfase bij de aanbesteding de gelijkwaardigheid van Mineralight had moeten aantonen. Stel als inschrijver dan wel een vraag over de wijze waarop de aanbestedende dienst de gelijkwaardigheid onderbouwd wenst te zien; schrijf je direct in met het ‘gelijkwaardige’ product, dan bestaat de kans dat de inschrijving terzijde wordt gelegd. Als die gelijkwaardigheid correct en tijdens is aangetoond, dan is het in beginsel TEKST: BARD VAN VEEN Het in het RAW-bestek beschreven werk betrof onder meer de realisatie van fietspad op een bestaand dijklichaam. Opdrachtgeefster (een gemeente) had op basis van een – bij het bestek gevoegd - verhardingsadvies een constructie laten ontwerpen. Deze bestond uit een gewichtsbesparende laag, waarvan bims deel uitmaakten. Bestekspost 411140 schreef het gebruik van Yalibims voor. STANDPUNT AANNEEMSTER Tijdens de uitvoering had aanneemster zich tot opdrachtgeefster gewend met het verzoek om een tweeledige optimalisatie te mogen doorvoeren. Ten eerste het heroverwegen van het bestekontwerp. Dit, vanwege - aldus aanneemster – potentieel grote uitvoeringsrisico’s voor het kwalitatief goed en soepel aanbrengen van de betonverharding over de relatief dunne laag lichte ophoogmaterialen. Aanneemster wilde de constructie eigenlijk omkeren. Ter verkleining van dit risico stelde aanneemster lichtere bims van Mineralight voor, toepasbaar als een ‘niet-voorgegeven bouwstof’ in de zin van het Besluit bodemkwaliteit, en passend binnen het verhardingsadvies. Verder had aanneemster onderbouwd dat de massa van Mineralight gelijkwaardig was aan de rekenwaarde uit het verhardingsadvies, maar een aanvullende gewichtsreductie zou introduceren. Als aanvullend argument voerde aanneemster aan, dat het opdrachtgeefster Europeesrechtelijk niet was toegestaan om merken of typen voor te schrijven in een bestek. Dit, uitsluitend indien vergezeld met ‘of gelijkwaardig’, reden waarom aanneemster ‘ook als zodanig (had) ingeschreven’. Ter onderbouwing van de gelijkwaardigheid had aanneemster productinformatie en berekeningen overgelegd. STANDPUNT OPDRACHTGEEFSTER Opdrachtgeefster ging daarin niet mee, omdat zij ‘bang was’ dat de lagen onderling gaan schuiven als eroverheen werd gereden. Ook de aanvullende informatie overtuigde opdrachtgeefster niet; zij volhardde dat het Mineralight niet gelijkwaardig was. Aanneemster zag zich daarom genoodzaakt het fietspad conform bestek te realiseren. PROCEDURE Aanneemster beriep zich op paragraaf 17 lid 5 UAV-2012; een bepaling die niet heel vaak in de jurisprudentie voorkomt. Lid 5 bepaalt dat een aannemer in plaats van een in het bestek met fabrieksnaam aangeduide bouwstof een andere mag leveren, mits van overeenkomstige hoedanigheid, en mits de directie dit goed vindt, welke goedkeuring niet op onredelijke gronden mag worden onthouden. Aanneemster vorderde betaling van ruim € 69.000,- aan extra kosten. Opdrachtgeefster meende dat sprake was van een bestekswijziging in de zin van paraOp 31 maart 2026 heeft de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen (RvA) een uitspraak gewezen in een geschil over de vraag of de toepassing van een door aanneemster voorgestelde, andere dan in het bestek voorgeschreven bouwstof, terecht was geweigerd. B.R. (Bard) van Veen is advocaat bij Severijn Hulshof Advocaten te Den Haag. Tel. (070) 304 55 90, E-mail: b.veen@shadv.nl, www.severijnhulshof.nl. Voor vragen over dit artikel, kunt u mij bereiken via het genoemde mailadres. Het RvA geschilnummer van deze zaak is: 38.010. nodig zou zijn om Mineralight toe te passen niet aan de orde komt. Dit omdat het niet relevant is voor de vraag of er sprake is van een bestekswijziging. Het blijft echter wel een relevante omstandigheid. IS SPRAKE VAN GELIJKWAARDIGHEID? Nee, aldus het scheidsrecht. Vooropgesteld, gelijkwaardig betekent niet gelijk. Opdrachtgeefster had gewezen op de zogenaamde LA-coëfficiënt (de weerstand tegen verbrijzeling, schokken en wrijving); de coëfficiënt van Yalibims is beter dan die van Mineralight. Verder had opdrachtgeefster aangevoerd dat Mineralight niet beschikte over een CE-keurmerk - een expliciete eis in het bestek - en Yalibims wel. Omdat aanneemster tegen deze argumenten niets had aangevoerd, oordeelt het scheidrecht dat aanneemster de gelijkwaardigheid niet had aangetoond. CONCLUSIE Wat leert deze uitspraak? Wees er correct en op tijd bij, zeker in aanbestedingen. Gelijkwaardigheid moet in de aanbesteding al worden aangetoond, maar uiteraard ook - zoals in dit geval - tijdens de uitvoering. Wil sprake zijn van gelijkwaardigheid moet het andere product dezelfde relevante eigenschappen bezitten als het voorgeschreven product. Daarbij worden alle eigenschappen meegewogen, en moet een partij die het voorstelt dus goed beslagen ten ijs komen. Zeker als het hier twee relevante, deels zelfs in het bestek benoemde eigenschappen betreft, die worden betwist. Tot slot is geen sprake van een bestekswijziging indien een beroep gedaan wordt op paragraaf 17 lid 5 UAV-2012. Dit kan overigens anders zijn, indien een opdrachtgever overtuigt raakt van de eigenschappen van het alternatief en dit alsnog opdraagt. Voorbeeld betonnen fietspad.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=