BEZOEK OOK DE WEBSITE WWW.GWWTOTAAL.NL NUMMER 5 | JAARGANG 17 | OKTOBER 2026 HET GROOTSTE GWW PLATFORM IN NEDERLAND Jouw veiligheid staat voorop Voorkom ongelukken Meer weten? Scan de QR-code BETONPLATEN KEERWANDEN T : +31 (0)528 28 70 07 info@zwaagstrabeton.nl www.zwaagstrabeton.nl NU MAILEN: BINNEN 24 UUR EEN COMPLETE OFFERTE! GOTEN SPECIALS ONDERDELEN NODIG VOOR UW BOUWMACHINE? KIJK OP GRANIT-PARTS.NL Ahlmann Nederland 073 599 7755 info@ahlmann.nl THEMA ONDERGRONDSE INFRA & BODEMVERBETERING ONDERGRONDSE INFRA Groen en ondergrondse infra vechten om ruimte 10 BODEMVERBETERING Herinrichting? Vergeet de bodem niet! 19 MATERIEEL Succesvolle vrachtautovakbeurs in teken van energietransitie 33
STOP MET GEWONE BENZINE START MET ASPEN Nu zelfs tot wel 80% biobased! Werk je met machines? Dan wil je dat ze altijd starten en blijven draaien. Tanken met Aspen is kiezen voor brandstof zoals het hoort: krachtig, schoon en betrouwbaar. • Minder onderhoud, minder kosten • Je machines blijven in topconditie • Start altijd, ook na stilstand • Geen ethanol, geen storingen • 99% minder kankerverwekkende stoffen • Blijft jarenlang goed Scan de QR-code voor alle info over Aspen brandstof
3 NUMMER 5 / OKTOBER 2026 Grondcongestie Ik kende de term nog niet: ‘grondcongestie’. In een gesprek dat ik had met een projectleider civieltechnische werken. De ondergrond zit zo vol met kabels, leidingen, riolering, warmtenetten en huisaansluitingen, dat er vaak geen plek meer is voor bomen of ondergrondse afvalcontainers. Grond- of netcongestie: het is hoog tijd voor een integrale aanpak, vanaf de eerste planvorming. We zijn in Nederland vaak nog steeds gewend om de processtappen tijdens ontwerp en uitvoering achter elkaar te zetten. Daardoor lopen we vaak tegen het probleem aan, dat de volgende stap nauwelijks is te maken, door beslissingen tijdens vorige stappen. Probeer bij een herinrichtingsplan van openbare ruimte maar eens ruimte te vinden voor bomen, als de ondergrond langs de wegen vol ligt met nutsleidingen. “Groen komt later wel”, is de veelgehoorde kreet. Een pijnlijke constatering, omdat de rol van groen in stedelijke gebieden steeds belangrijker wordt om hitte-stress tegen te gaan, biodiversiteit te vergroten en afvoer en bufferring van regenwater te verbeteren. Daarnaast is veel groen prettig voor ons welzijn. Waarom dan niet al vanaf de eerste digitale streep rekening houden met plantruimte voor bomen? NETCONGESTIE Hetzelfde probleem speelt bij woningbouwplannen die vertragen door netcongestie. Veelal is de opgave: bouw een x aantal woningen in vooraf bepaalde categorieën. Draai die opgave nu eens om: wat is de beschikbare netcapaciteit en hoe kunnen we binnen die capaciteit een woningbouwplan realiseren? Denk aan zonne- en windenergie, warmte- en koude-opslag, wijkgebonden energie-opslag en energieverdeling en aanleg van warmtenetten. De mogelijkheden zijn er, maar komen pas in beeld als het plan al volledig is ontworpen. Traditionele patronen moeten we doorbreken om voldoende woningbouwplannen te blijven realiseren en ook om stedelijke gebieden leefbaar te houden. Dus groen en een minimale energievraag. Kun je lekker in de schaduw van een boom je auto opladen met de energie die je zonnepanelen hebben opgewekt. COLUMN ING. FRANK DE GROOT advertenties +31(0)592 37 27 19 info@middelbos.nl www.middelbos.nl Import en Groothandel ON-VOOR-STEL-BAAR Onvoorstelbaar groot is ons assortiment aanhangeronderdelen en banden voor Landbouw, Tuin & Park, Quad en Industrie. Door dat enorme assortiment hebben wij altijd voor u het beste, het snelst leverbare en het meest prijsvriendelijke artikel in huis. Vandaag besteld, is morgen in huis. Wielen kunnen we passend maken in onze eigen workshop. In elke gewenste kleur. Met plezier werken wij ons uit de naad voor uw sloffen. NIEUW Landbouwassen Landbouwbanden Industriebanden Velgen BEZOEK ONZE WEBSHOP NIEUW +31(0)592 37 27 19 info@middelbos.nl www.middelbos.nl Import en Groothandel ON-VOOR-STEL-BAAR Onvoorstelbaar groot is ons assortiment aanhangeronderdelen en banden voor Landbouw, Tuin & Park, Quad en Industrie. Door dat enorme assortiment hebben wij altijd voor u het beste, het snelst leverbare en het meest prijsvriendelijke artikel in huis. Vandaag besteld, is morgen in huis. Wielen kunnen we passend maken in onze eigen workshop. In elke gewenste kleur. Met plezier werken wij ons uit de naad voor uw sloffen. NIEUW Landbouwassen Landbouwbanden Industriebanden Velgen BEZOEK ONZE WEBSHOP NIEUW )592 37 27 19 middelbos.nl middelbos.nl en Groothandel n OEK ZE HOP rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tran ng Equipment Industrial Manufacturing Maintenance and Repair Services Next Generation Automated Lu tem Accessories Specialty Products Industry Specific Solutions System Design and Engineering Custom desig Construction and Heavy Equipment Agricultural Machinery Mining Equipment Industrial Manufacturing Ma rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tran ng Equipment Industrial Manufacturing Maintenance and Repair Services Next Generation Automated Lu tem Accessories Specialty Products Industry Specific Solutions System Design and Engineering Custom desig Construction and Heavy Equipment Agricultural Machinery Mining Equipment Industrial Manufacturing Ma rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tran ng Equipment Industrial Manufacturing Maintenance and Repair Services Next Generation Automated Lu tem Accessories Specialty Products Industry Specific Solutions System Design and Engineering Custom desig Construction and Heavy Equipment Agricultural Machinery Mining Equipment Industrial Manufacturing Ma rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Indust ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment Agric rvices Next Generation Automated Lubrication Automatic Lubrication Systems Lubrication System Compon m Design and Engineering Custom design and Engineering Grease and Lubricants Installation Tools Tran ease and Lubricants Installation Tools Transportation and Trucking Construction and Heavy Equipment rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Ind tem Accessories Specialty Products Industry Specific Solutions System Design and Engineering Custom rication Systems Lubrication System Components Lubrication System Accessories Specialty Products Ind WELK SMEERSYSTEEM KIEST U? saleseurope@lubecore.com INHOUD 16 33 06 Column Straatwerk Straatsteen krijgt een wachtwoord THEMA ONDERGRONDSE INFRA & BODEMVERBETERING 08 Ondergrondse infra Netcapaciteit vanaf eerste schets woningbouw meenemen 10 Ondergrondse infra & Bodemverbetering Groen en ondergrondse infra vechten om ruimte 16 Bodemverbetering Cumela en Vakgroep Bodembewust slaan handen ineen 19 Bodemverbetering (Her)inrichting? Vergeet de bodem niet! 21 Bodemverbetering Duizendknoop tot laatste wortel uitroeien EN VERDER 23 Bestratingen Slimme software voor infrasector 24 Waterwerken Nederland klaar voor de toekomst (I) 27 Ondernemen Aanbesteden & Aannemen 29 Groen Samen bouwen aan een groene klimaatadaptieve stad 31 Groen Vele hete straten vragen meer groen 33 Materieel IAA Transportation 36 MKB INFRA Nieuwe betalingsregeling voor de hele sector 38 Productnieuws Productnieuws GWW-sector
LOQSIE EN LOQSIE PLUS Wil je voertuigen, machines, trailers of ander waardevol materieel eenvoudig volgen zonder abonnement? Met LOQSIE en LOQSIE PLUS biedt Trackpointer twee praktische GPS-trackers verborgen kosten of ingewikkelde installatie. LOQSIE € 120,-* LOQSIE PLUS€ 220,-* * eenmalig, ex. btw LOQSIE Eenvoudig locatie-inzicht De Loqsie is bedoeld voor materieel dat je eenvoudig wilt kunnen lokaliseren, zonder vaste installatie of contract. Denk aan machines, containers, aanhangwagens, trailers of ander materieel dat op wisselende plekken kan staan. De tracker stuurt standaard twee locaties per dag en werkt vier jaar op de ingebouwde batterij. Voor € 120,- excl. btw weet je dus jarenlang waar je materieel is, zonder kabels of gedoe. TRACKPOINTER: PERSOONLIJK ADVIES | MAATWERK | TOP SERVICE Bij TRACKPOINTER profiteer je van ruim twintig jaar ervaring in track & trace en diefstalbeveiliging. Altijd een passende oplossing voor voertuigen, machines en materieel, met 24/7 inzicht in locatie en gebruik. LOQSIE PLUS Meer inzicht bij beweging Voor materieel dat vaker beweegt of waarbij je tijdens verplaatsing meer inzicht wilt, is er de Loqsie Plus. Deze tracker geeft bij stilstand vier locatiemeldingen per dag. Zodra het materieel in beweging komt, wordt elke vijf minuten een positie gemeten en elke 30 minuten doorgestuurd. Daardoor houd je ook tijdens transport, opslag of inzet op projectlocaties beter zicht op wat er gebeurt. De Loqsie Plus kost € 220,- excl. btw en heeft eveneens een standaard batterijlevensduur van vier jaar. trackpointer.nl/loqsie Geen abonnement, geen verborgen kosten. Direct toegang tot app & webportaal
5 NUMMER 5 / OKTOBER 2026 OP DE RADAR Ontdek de buitenruimte van morgen tijdens De Groene Sector Vakbeurs advertentie Technologie en kwaliteit „Made in Germany“ Veegmachines | Sneeuwschuiven | Zoutstrooiers 12-Volt | Onkruidbestrijding machines | Boorwagens Informeer nu bij: + 31 6 24764353 j.withag@adler-arbeitsmaschinen.nl | www.adler-arbeitsmaschinen.nl Anzeige ADLER Programm 117x85 (NL).indd 1 12.11.20 12:15 advertenties Vernieuwingsopgave vergroot kansen biobased en daarmee de urgentie voor duurzame toepassing Nederland staat voor een enorme vervangings- en renovatieopgave. Veel bruggen, viaducten, sluizen en andere civiele kunstwerken naderen het einde van hun verwachte levensduur. Alleen al gemeenten beheren zo’n 66.000 bruggen. De groene branche verandert snel. Klimaatadaptatie, biodiversiteit, duurzame materialen en nieuwe technieken hebben steeds meer invloed op de manier waarop de buitenruimte wordt aangelegd en beheerd. Tegelijkertijd blijft goed vakmanschap onmisbaar. Tijdens De Groene Sector Vakbeurs komen die ontwikkelingen samen in een omgeving waar praktijkervaring, kennis en ontmoeting centraal staan. klimaatbestendige keuzes. Bij Elektrificatie & Slimme Techniek ligt de nadruk op onder meer elektrische machines, digitalisering en toepassingen die het werk efficiënter maken. Personeel & Vakmanschap richt zich op talentontwikkeling, kennisoverdracht en het behoud van praktijkkennis. In De Tuin van de Toekomst wordt zichtbaar hoe natuurlijke materialen, duurzame keuzes en slimme techniek samenkomen in een toekomstbestendige buitenruimte. Ook de Innovatie Awards laten zien welke vernieuwingen de groene branche vooruithelpen. Producten en technieken krijgen een podium binnen Tuin & Park Inrichting en Tuin & Park Mechanisatie. De categorieën lopen uiteen van bodem, bestrating, afwatering en verlichting tot robotmaaiers, elektrische machines en mini trekkers. Zo biedt de beurs volop aanleiding om ideeën uit te wisselen, nieuwe oplossingen te zien en vooruit te kijken naar de buitenruimte van morgen. De Groene Sector Vakbeurs vindt plaats op 19, 20 en 21 januari 2027, dagelijks van 13:00 tot 21:00 uur, in Evenementenhal Hardenberg. Meer informatie: www.groenesector.nl. Tegelijkertijd moet de GWW-sector fors verduurzamen. Nederland werkt toe naar een klimaatneutrale en circulaire infrastructuur, waardoor ook de materialen waarmee we bouwen steeds nadrukkelijker tegen het licht worden gehouden. Juist nu de komende decennia zoveel infrastructuur wordt vernieuwd, ligt er een kans om naar duurzamere materialen te kijken. Hiermee groeit de aandacht voor biobased materialen, waaronder hout. Hout wordt in de GWW al beperkt toegepast, o.a. in bruggen en voor damwanden, oeverbeschoeiingen en funderingsconstructies. Bij bredere toepassing stijgt ook het belang van een goede afstemming: waar is hout een goed alternatief en waar niet? Een lange levensduur kan met hout worden bereikt, mits de juiste keuze wordt gemaakt voor de houtsoort, de houtkwaliteit, het ontwerp, de detaillering, en de uitvoering. Want in die details zit de oplossing, maar ook zeker het gevaar. Het zijn inzichten die relevanter worden nu duurzaamheid en materiaalkeuze dichter bij elkaar komen te liggen, en tegelijk vragen oproepen waar niet elke professional antwoord op heeft. Een gerenommeerde opleiding of cursus biedt die kennis, zoals de cursus ‘Hout & GWW’ van De Houtbouw Opleider. Aan de hand van theorie én praktijk wordt daar ingegaan op onder meer houtsoorten en -eigenschappen, aantasting, verduurzaming en modificatie en het beoordelen en monitoren van hout. De eerstvolgende cursus is op 11 en 18 november, dus schrijf je snel in. Meer informatie: https://dehoutbouwopleider.nl/ cursus/houtbouw-gww/ De drie hoofdthema’s geven richting aan wat er op de beursvloer te ontdekken valt. Verduurzaming & Natuurlijke Materialen gaat over circulair werken, biodiversiteit en
PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 6 Extra geld voor infrastructuur Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijft werken aan een bereikbaar, schoon, veilig en economisch sterk Nederland. Daarom wordt tot en met 2040 in totaal 5,1 miljard euro extra toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Hiervan wordt 1,5 miljard euro uitgetrokken voor groot onderhoud van onze infrastructuur. Met jaarlijks 300 miljoen euro wordt de regionale bereikbaarheid verbeterd, door te investeren in infrastructuur en mobiliteit in de regio. Ondanks het extra geld blijven scherpe keuzes noodzakelijk. Het kabinet maakt dit jaar 1,5 miljard euro extra vrij voor groot onderhoud van de infrastructuur. Dat staat in de Miljoenennota 2027. Dit bedrag zorgt ervoor dat er meer belangrijke projecten op korte termijn kunnen worden uitgevoerd en dat is goed nieuws voor de bereikbaarheid van Nederland. De opgave is groot en de middelen zijn beperkt. Ondanks de extra 1,5 miljard euro blijven scherpe keuzes noodzakelijk. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram werken daarom aan een herprioritering van álle infrastructurele projecten van het Rijk, waarbij miljarden worden verschoven van nieuwe aanleg naar vernieuwing en onderhoud. Om elke euro zo goed mogelijk uit te geven zijn met de Tweede Kamer criteria afgesproken om te bepalen welke projecten als eerst worden uitgevoerd. Minister Karremans: “Infrastructuur is het fundament van onze economie en samenleving. Maar een groot deel van dat fundament is gebouwd in de jaren ‘60 en ’70 en is daarmee sterk verouderd. Dus moet het nu goed onderhouden of vernieuwd worden. Daarom zijn we bezig met de voorbereidingen voor de grootste verbouwing van onze infrastructuur ooit, waarbij we miljarden verschuiven naar onderhoud en vernieuwing. Dit is noodzakelijk om Nederland bereikbaar en economisch sterk te houden.” REGIONALE BEREIKBAARHEID De bereikbaarheid van de regio staat onder druk. Het kabinet trekt daarom structureel 300 miljoen euro extra uit om specifiek die regionale bereikbaarheid te verbeteren. Dit geld geeft een stevige impuls aan bijvoorbeeld infrastructuur en OV in de regio. Want elke regio telt. Staatssecretaris Bertram: “Vooral in de regio zien we de bereikbaarheid verslechteren. Maar mensen moeten wel werk, school, winkels of het ziekenhuis kunnen bereiken. Niet voor niets stelt het kabinet dat elke regio telt. Dat vertaalt zich nu in een structurele investering in regionale bereikbaarheid. Daar ben ik heel blij mee. We kunnen hiermee echt stevige stappen zetten. Het sluit ook aan bij de huidige herprioritering van infrastructurele projecten. Dat gaat perspectief bieden voor een sterke infrastructuur in de toekomst, ook in de regio.” BESCHERMING NOORDZEE Op en onder de Noordzee bevinden zich verschillende soorten infrastructuur die cruciaal zijn voor Nederland en onze buurlanden, zoals kabels voor elektriciteit en data, windmolenparken en boorplatformen. Vanwege de toegenomen geopolitieke dreiging werd in 2024 het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur opgezet. Het kabinet trekt nu jaarlijks 78 miljoen euro uit, waarmee onder meer de oprichting van een Nationaal Maritime Security Centre wordt gefinancierd. Er worden miljarden verschoven van nieuwe aanleg naar vernieuwing en onderhoud. Foto: MKB INFRA. De bereikbaarheid van de regio staat onder druk. Het kabinet trekt daarom structureel 300 miljoen euro extra uit om specifiek die regionale bereikbaarheid te verbeteren. Foto: Frank de Groot. Vroeger had een stratenmaker een paar dingen nodig: hamer, schop, waterpas en een collega die kon rekenen. Tegenwoordig heeft hij daarnaast een tablet, telefoon, minimaal drie apps, GPS-systeem en veel wachtwoorden nodig. Welkom in de gedigitaliseerde bestratingssector! Niet dat we vroeger nou zo slecht bezig waren. Een tekening zat gewoon in de bus, een maat werd met de rolmaat opgenomen en als de uitvoerder zei dat iets 4,80 meter moest worden, dan was het 4,80 meter. Of 4,90 meter. Afhankelijk van wie de rolmaat vasthield. De planning stond op papier. En als er iets veranderde, kreeg je een telefoontje. Kort, duidelijk en meestal met een boodschap die begon met: ‘Luister even…’. Nu krijgen we een Teams-bericht, pushmelding, gewijzigde planning, nieuwe revisietekening en vervolgens nog een mail met de mededeling dat de vorige mail niet meer geldig is. Je zou bijna verlangen naar vroeger. Bijna. Want laten we eerlijk zijn: digitalisering heeft de sector ook een hoop gebracht. We kunnen projecten beter voorbereiden, uren registreren, machines slimmer inzetten, tekeningen direct op de bouw bekijken en opdrachtgevers sneller informeren. WACHTWOORD Alleen heeft digitalisering één merkwaardige eigenschap: ze belooft vooral tijd te besparen en vervolgens moet je een tijd zoeken naar het juiste wachtwoord. En ergens tussen de cloud en GPS-coördinaten blijft de ouderwetse praktijk vrolijk doorgaan. De tekening zegt A. De GPS zegt B. De uitvoerder zegt C. En de stratenmaker zegt: “Ik zou hem gewoon hier leggen.” Meestal is dat het moment waarop iedereen even stil wordt. Want digitalisering is prachtig, maar een tablet kan nog steeds niet voelen of een straat lekker onder de hamer, klem of machine ligt. Een app ziet niet dat die ene band er nét iets te diep in zit. En een algoritme heeft geen zesde zintuig voor de ondergrond waarvan de tekenaar achter zijn bureau blijkbaar heeft besloten dat die ‘volgens de gegevens’ perfect is. De toekomst belooft overigens nog veel meer. Kunstmatige intelligentie gaat straks de planning maken. Machines worden steeds zelfstandiger. Drones meten het werk op en slimme systemen voorspellen waar problemen ontstaan voordat iemand überhaupt een schop heeft opgepakt. Prachtig. Maar ik verheug me vooral op de eerste AI die een bouwplaats bezoekt en na drie minuten zegt: “Volgens mijn analyse ontbreekt er materiaal, de planning klopt niet en de ondergrond is anders dan op de tekening.” Waarop de uitvoerder antwoordt: “Dat zeg ik al twee weken.” ECHTE UITDAGING Misschien is dat uiteindelijk de echte uitdaging van digitalisering: niet ervoor zorgen dat machines slimmer worden, maar dat we de informatie die ze produceren ook daadwerkelijk gebruiken. Want we hebben inmiddels systemen die exact kunnen vertellen hoeveel stenen er nodig zijn, hoeveel vierkante meter er is gelegd en hoeveel minuten een machine heeft gedraaid. Wat we nog niet digitaal hebben opgelost, is degene die belt met de vraag waarom het werk morgen klaar moet zijn terwijl de stenen volgende week pas geleverd worden. Daarvoor hebben we voorlopig nog gewoon mensen nodig. En misschien is dat maar goed ook. De bestratingssector mag dan steeds digitaler worden. De straat zelf blijft gelukkig ouderwets: steen voor steen, meter voor meter. En als hij uiteindelijk niet goed ligt, kun je altijd nog de schuld geven aan de GPS. Of aan de app. Maar vooral niet aan degene die de rolmaat vasthield. Theo Noorlander Operationeel directeur STRAATWERK Nederland Theo geeft in iedere uitgave van GWWTotaal zijn visie op de bestratingsbranche. Straatsteen krijgt een wachtwoord COLUMN STRAATWERK
7 NUMMER 5 / OKTOBER 2026 IN DE SPOTLIGHT MEER INFORMATIE: WWW.ACO.NL OP DE RADAR Slimme vergroening: van 42 naar slechts 3 watergiften per jaar Gemeenten zetten steeds vaker in op vergroening om de gevolgen van klimaatverandering in stedelijke gebieden te beperken. Bomen en planten zorgen voor verkoeling, verbeteren de leefkwaliteit en helpen hittestress te verminderen. Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om stedelijk groen gezond te houden. Langdurige droogte, hogere temperaturen en beperkte beheerbudgetten zetten bomen in de openbare ruimte onder druk. continu belangrijke parameters zoals bodemvochtigheid, waterniveau, temperatuur, accustatus en connectiviteit. Deze gegevens worden verwerkt via de ACOCloud, waarna het systeem de irrigatie automatisch optimaliseert. Hierdoor ontvangt de boom precies de juiste hoeveelheid water op het juiste moment en direct bij de wortelzone. Dit voorkomt zowel over- als onderbewatering en zorgt voor optimale groeiomstandigheden. MINDER ONDERHOUD, MINDER KOSTEN Voor beheerders levert deze slimme aanpak grote voordelen op. Waar traditionele boombakken gemiddeld circa 42 watergiften per groeiseizoen nodig hebben, volstaat de ClimateBoxx gemiddeld met slechts drie watergiften per jaar. Dat betekent minder onderhoudsuren, minder transportbewegingen en minder verkeershinder in drukke stadscentra. Bovendien neemt de kans op uitval van jonge bomen af, waardoor herplantkosten worden beperkt en investeringen beter worden beschermd. Ook het watergebruik wordt aanzienlijk efficiënter doordat water direct in de wortelzone wordt afgegeven en verliezen door verdamping worden geminimaliseerd. BEKROONDE INNOVATIE De combinatie van technologie, duurzaamheid en efficiënt groenbeheer werd in 2026 bekroond met een iF Design Award. Daarmee biedt de ACO ClimateBoxx gemeenten, projectontwikkelaars en beheerders een toekomstgerichte oplossing waarmee stedelijk groen beter presteert, minder onderhoud vraagt en een grotere bijdrage levert aan een klimaatbestendige leefomgeving. Met de ACO ClimateBoxx biedt ACO GreenCity een innovatieve oplossing die vergroening combineert met slimme irrigatietechnologie. Hierdoor blijven bomen en planten beter in conditie, terwijl onderhouds- en beheerkosten juist afnemen. FLEXIBEL VERGROENEN ZONDER ONDERGRONDSE BEPERKINGEN In veel binnenstedelijke gebieden maken kabels, leidingen en beperkte groeiruimte het planten van bomen complex en kostbaar. De bovengrondse ClimateBoxx vormt hiervoor een praktisch alternatief. De boombakken zijn flexibel inzetbaar, eenvoudig te plaatsen en indien nodig te verplaatsen. Daardoor kunnen gemeenten snel extra groen toevoegen aan pleinen, winkelstraten, stationsomgevingen en andere sterk verharde locaties. Naast hun functionele waarde dragen de bakken ook bij aan een aantrekkelijke en groene openbare ruimte. SLIMME IRRIGATIE VOOR GEZONDE BOMEN Het onderscheidende vermogen van de ClimateBoxx zit in de gepatenteerde irrigatietechnologie. Sensoren meten SGGB bv advertentie
PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 8 Neem netcapaciteit mee vanaf eerste schets woningbouw Volgens ABF Research kan Nederland in 2027 mogelijk weer 100.000 nieuwe woningen per jaar realiseren. Maar zonder tijdige aandacht voor het overvolle stroomnet dreigen haalbare bouwplannen alsnog vast te lopen. Nieuwe wijken vragen immers steeds meer elektriciteit, terwijl de netcapaciteit beperkt is. Toch is wachten op netverzwaring niet de enige optie. Babette van Loon, directeur Woningbouw bij Hoppenbrouwers, benoemt vijf noodzakelijke keuzes om netcapaciteit beter te verankeren in de woningbouwopgave. BEELD: HOPPENBROUWERS, TENZIJ ANDERS VERMELD 1. ZET NETCAPACITEIT OP AGENDA VÓÓR EERSTE SCHETS Bij gebiedsontwikkeling gaan de eerste gesprekken meestal over het aantal woningen, de verkaveling, woningtypen, mobiliteit en de inrichting van de openbare ruimte. De energievoorziening volgt vaak later. Dat is niet langer houdbaar, omdat juist de eerste keuzes grote invloed hebben op de toekomstige energievraag en piekbelasting. “Als we het netcongestieprobleem niet oplossen, halen we die 100.000 woningen simpelweg niet”, zegt Van Loon. “We rijden op een muur af, terwijl er meer mogelijk is dan wachten tot het net wordt uitgebreid. Maar dan moeten we netcapaciteit wel vanaf het begin meenemen in de manier waarop we een wijk ontwerpen.” Om netcapaciteit aan de voorkant van bouwplannen mee te nemen, moet eerst duidelijk zijn wat er op de beoogde locatie mogelijk is. Daarbij moet duidelijk worden hoeveel transportcapaciteit beschikbaar is, of en wanneer uitbreiding wordt verwacht, welke elektriciteitsvraag de nieuwe wijk met zich meebrengt en welke ontwerpkeuzes de piekbelasting kunnen beperken. Gemeenten, provincies, ontwikkelaars, netbeheerders, woningcorporaties, bouwbedrijven en installateurs moeten dit beeld gezamenlijk vormen, vanuit ieders eigen kennis en verantwoordelijkheid. Zo ontstaat een realistischer beeld van wat op een locatie mogelijk is. Ook kunnen deze partijen eerder bepalen welke randvoorwaarden nodig zijn. Dat verkleint de kans dat een plan in een laat stadium moet worden aangepast, terwijl grondposities, woningprogramma’s en ontwerpen al zijn vastgelegd. 2. ONTWERP ENERGIESYSTEEM VAN WIJK ALS GEHEEL Een woonwijk is geen verzameling losstaande aansluitingen. De keuzes die binnen afzonderlijke woningen worden gemaakt, hebben samen invloed op de belasting van het net in de hele wijk. Zonnepanelen, warmtepompen, laadpunten, thuis- en buurtbatterijen, ventilatie en koeling moeten daarom niet los van elkaar worden bekeken, maar als onderdelen van één energiesysteem. “100.000 woningen per jaar is een mooie ambitie, maar die ambitie maken we alleen waar als alle partijen écht samen optrekken”, stelt Van Loon. “Niet ieder voor zich, maar als één keten.” Dat gezamenlijk optrekken begint bij het energieprofiel van de hele wijk. Daarin komen de energievraag van de woningen, collectieve voorzieningen, lokale opwek en tijdelijke opslag bij elkaar. Partijen moeten inschatten wanneer de grootste vraag ontstaat, op welke momenten lokaal elektriciteit wordt opgewekt, welke vraag kan worden verschoven en welke energie tijdelijk kan worden opgeslagen. Daar is nauwe samenwerking voor nodig tussen gemeenten, provincies, netbeheerders, ontwikkelaars, woningcorporaties, bouwbedrijven en installateurs. Deze partijen werken aan dezelfde woningbouwopgave, maar hebben ieder hun eigen planning, verantwoordelijkheden en belangen. Als hun keuzes pas laat samenkomen, is het moeilijk om maatregelen op woning- en wijkniveau nog als één geheel te ontwerpen. 3. BENUT KENNIS VAN INSTALLATEURS EN NETBEHEERDERS AAN VOORKANT Installatiepartijen en netbeheerders komen bij woningbouwprojecten vaak in beeld wanneer belangrijke ontwerpkeuzes al zijn gemaakt. Juist vanwege netcongestie is hun kennis eerder nodig. Netbeheerders kunnen inzicht geven in de beschikbare en toekomstige capaciteit. Installateurs kunnen vervolgens doorrekenen wat verschillende woningconcepten, collectieve voorzieningen, installaties en vormen van sturing betekenen voor de energievraag van de wijk. Door die expertise aan de voorkant te betrekken, kunnen keuzes over isolatie, warmtepompen, zonnepanelen, laadinfra, thuis- en buurtbatterijen, software en netaansluitingen in samenhang worden gemaakt. Zo wordt eerder duidelijk of de gekozen oplossingen technisch uitvoerbaar zijn en passen binnen de planning, regelgeving en het toekomstige beheer. Dat voorkomt dat installaties achteraf moeten worden aangepast of dat een project een aansluiting nodig blijkt te hebben die voorlopig niet beschikbaar is. De installateur wordt daarmee niet alleen een uitvoerende partij, maar ook een technische gesprekspartner tijdens de planningsfase. Hetzelfde geldt voor de netbeheerder, die vroeg inzicht kan geven in de verhouding tussen de verwachte belasting van de wijk en de beschikbare capaciteit. 4. ONDERZOEK ALTERNATIEVEN VOORDAT NETVERZWARING ENIGE ROUTE LIJKT Beschikbare netcapaciteit bepaalt steeds vaker of woningbouwplannen haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn. Bij een tekort aan transportcapaciteit gaat de aandacht al snel uit naar een zwaardere aansluiting of uitbreiding van het elektriciteitsnet. Netverzwaring blijft op veel plaatsen nodig, maar kost tijd. Daarom moeten partijen ook onderzoeken Om netcapaciteit aan de voorkant van bouwplannen mee te nemen, moet eerst duidelijk zijn wat er op de beoogde locatie mogelijk is. Foto: TenneT. Babette van Loon, directeur Woningbouw bij Hoppenbrouwers: “Dat het stroomnet op sommige plekken vol zit, betekent niet automatisch dat woningbouw moet stilstaan. De techniek om slimmer met capaciteit om te gaan is beschikbaar.” De keuzes die binnen afzonderlijke woningen worden gemaakt, hebben samen invloed op de belasting van het net in de hele wijk. Installateurs kunnen doorrekenen wat verschillende woningconcepten, collectieve voorzieningen, installaties en vormen van sturing betekenen voor de energievraag van de wijk.
9 NUMMER 5 / OKTOBER 2026 ONDERGRONDSE INFRA hoe zij de beschikbare capaciteit binnen het energiesysteem van de wijk slimmer kunnen benutten. Daarbij gaat het om de combinatie van maatregelen op woningniveau en collectieve oplossingen voor de hele wijk. In woningen kan de piekbelasting worden beperkt door installaties goed op elkaar af te stemmen en slim aan te sturen. Denk aan combinaties van warmtepompen, zonnepanelen, buurt- en thuisbatterijen, laadsturing en klimaatregeling. Goede isolatie en een nauwkeurig ingeregelde installatie verkleinen bovendien de energievraag. “Dat het stroomnet op sommige plekken vol zit, betekent niet automatisch dat woningbouw moet stilstaan”, zegt Van Loon. “De techniek om slimmer met capaciteit om te gaan is beschikbaar. De uitdaging is om die mogelijkheden tijdig mee te nemen en passend te maken voor het gebied.” Onderzoek van Techniek Nederland laat zien dat verduurzaming in veel woningen mogelijk is zonder de netaansluiting te verzwaren, mits installaties goed worden ontworpen, ingeregeld en aangestuurd. Voor nieuwbouw geldt hetzelfde uitgangspunt: kijk niet alleen naar het totale energieverbruik van afzonderlijke woningen, maar vooral naar de momenten waarop de vraag binnen de wijk samenvalt. Maatregelen op woningniveau kunnen daarbij worden gecombineerd met collectieve opslag, lokale energiesystemen en het sturen van gelijktijdig verbruik. Zo versterken individuele en collectieve oplossingen elkaar binnen hetzelfde energiesysteem. Niet iedere combinatie past bij ieder project, maar dat is juist een reden om de mogelijkheden vroegtijdig naast elkaar te zetten. 5. MAAK KANSRIJKE OPLOSSINGEN OOK UITVOERBAAR De oplossingen binnen het energiesysteem van de wijk zijn technisch kansrijk, maar alleen toepasbaar wanneer ook eigendom, beheer en verantwoordelijkheden goed worden geregeld. Dat geldt zowel voor collectieve voorzieningen als voor de installaties en sturing binnen afzonderlijke woningen. Bij een collectieve energievoorziening moet bijvoorbeeld duidelijk zijn wie eigenaar is van de centrale batterij en andere installaties, wie verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud en hoe kosten, opbrengsten en risico’s worden verdeeld. Op woningniveau moet duidelijk zijn hoe installaties worden aangestuurd en beheerd en wat dit vraagt van bewoners, ontwikkelaars en andere betrokken partijen. Deze keuzes horen al thuis in de planontwikkeling, naast het technische ontwerp en de financiële onderbouwing. Wanneer partijen pas later afspraken maken over eigendom, beheer en verantwoordelijkheden, kan een technisch kansrijke oplossing alsnog vertraging oplopen of moeilijk uitvoerbaar blijken. Daar zit volgens Van Loon de spanning: “De techniek ontwikkelt zich sneller dan de regels en samenwerkingsvormen eromheen. Daarom moeten betrokken partijen niet alleen bespreken wat technisch kan, maar ook vooraf vastleggen wie waarvoor verantwoordelijk is. Anders blijft een goede oplossing op de tekentafel liggen.” Met name bij collectieve oplossingen moet wet- en regelgeving voldoende ruimte bieden voor nieuwe vormen van eigendom, beheer en samenwerking. Tegelijkertijd kunnen partijen binnen de bestaande mogelijkheden al tijdens de planontwikkeling onderzoeken welke modellen bij het project passen. Van bijzaak naar vast onderdeel De bouw van 100.000 woningen per jaar in 2027 is volgens Van Loon mogelijk, maar alleen als netcapaciteit niet wordt behandeld als een los technisch probleem. Het is een integraal onderdeel van gebiedsontwikkeling, naast ruimte, mobiliteit, betaalbaarheid en duurzaamheid. “Ik geloof oprecht dat we 100.000 woningen kunnen bouwen”, besluit Van Loon. “Maar dan moeten alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen. Technisch is het mogelijk. Maar de vraag is of we als samenleving de keuzes durven maken die daarvoor nodig zijn.” HDD-markt vraagt om meer kracht en capaciteit Duurzame multikoker houdt ondergrondse kabeljungle in toom De aanleg en uitbreiding van energie- en datanetwerken vragen om krachtige, betrouwbare en efficiënte machines. Daarom biedt Rhino Supply aannemers een compleet pakket: HDD-boormachines, pomp-, mix- en recyclinginstallaties, accessoires, meetsystemen, onderdelen en technisch advies. Als officieel Benelux-dealer levert Rhino Supply XCMG HDD-machines met trekkrachten van 13 tot 1.200 ton. De Europese uitvoeringen zijn CE-gekeurd, voorzien van Stage V-motoren en snel leverbaar via het distributiecentrum in Polen. XCMG behoort tot de grootste fabrikanten van bouwmachines ter wereld en investeert gericht in prestaties, bedieningsgemak en verduurzaming. Rhino Supply verwacht binnenkort de eerste volledig elektrische gestuurde boormachines met accupakket op de markt te brengen. DE EERSTE XCMG-MACHINES INMIDDELS GELEVERD De eerste machines zijn inmiddels in de Benelux geleverd en in gebruik genomen. De praktijkervaringen bevestigen de degelijke bouw, sterke prestaties en aantrekkelijke verhouding tussen investering en inzetbaarheid. Rhino Supply is er trots op dat enkele van de grootste aannemers van Nederland voor het bedrijf en XCMG hebben gekozen. Volgens de leverancier laat dit zien dat zij vertrouwen hebben in de moderne machines, gunstige gebruikskosten en goede service. SERVICE EN ONDERDELEN DICHTBIJ Rhino Supply beperkt stilstand met een eigen serviceteam, technische expertise en een ruim onderdelenmagazijn. Minder courante componenten zijn snel beschikbaar via de Europese voorraad in Polen. KLAAR VOOR DE VOLGENDE STAP Met investeringen in personeel, kennis, servicecapaciteit en verhuurmaterieel, zoals de boorspoeling hogedrukpompen en elektrische mixinstallaties blijft Rhino Supply het aanbod verbreden. Wilt u weten welke machine of installatie bij uw werkzaamheden past? Neem contact op via info@rhinosupply.nl. Rhino Supply adviseert graag over capaciteit, uitvoering, levering en ondersteuning. MEER INFORMATIE: HTTPS://RHINOSUPPLY.NL/ De ondergrond in Nederland raakt steeds voller. Trek een willekeurige stoep of straat open en je schrikt van de wildgroei. Kabels en leidingen die in afgelopen decennia zijn gelegd, vechten om een plekje. De energietransitie vraagt om een verzwaring van ons netwerk en voor die noodzakelijke kabels moet ook ruimte gevonden worden. De Amersfoortse infraspecialist PION Cable Protection heeft de oplossing: de Utilis Multikoker gecombineerd met CrossCube® trekputten. De kosten van storingen en graafschades stijgen exponentieel, terwijl er komende jaren juist meer bekabeling de grond in moet. Volgens PION-directeur Gerben Borger is de infrasector vaak te conservatief en is de regelgeving te ruimhartig. “Maar wat als een graafmachine z’n tanden in een kabel zet? Zit er iemand te wachten op schadeherstel? Dat er samen wat te winnen valt - bijvoorbeeld op de veiligheid van onze leefomgeving en bij het indammen van (maatschappelijke) kosten - is een mindshift die we nu snel moeten maken.” HET SYSTEEM De vierkante Utilis bestaat uit meerdere van elkaar gescheiden compartimenten, waardoor diverse kabels doorheen getrokken kunnen worden. De koppelbare koker voorkomt graafschades. De unieke ‘schedeldrukklasse’ van minimaal SN140 maakt de Utilis ook geschikt voor ondiepe ligging. Door de Utilis te koppelen met CrossCube® trekputten wordt van bovenaf toegang gecreëerd. De CrossCube® functioneert ook als kruispunt of aftakking voor het ondergrondse netwerk. Met de keuze voor dit systeem hoeft de straat niet steeds opnieuw open gegraven worden. MKI SCORE De Utilis is gemaakt van gerecycled HDPE en na hun levensduur van 100 jaar voor 100% recyclebaar. De Utilis wordt in Nederland geproduceerd en is recent bekroond met een indrukwekkende MKI score van 1,031. MEER INFORMATIE: PIONCABLEPROTECTION.COM
PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 10 ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUUR & BODEMVERBETERING Groen en ondergrondse infra vechten om ruimte We hebben last van grondcongestie. De ondergrond in de openbare ruimte ligt vol met riolering, huisaansluitingen, warmtenetten en tal van kabels en leidingen. Oh ja, er moeten ook nog bomen in! Het zal niet verbazen dat dit vaak leidt tot gebrekkige oplossingen, waarbij het groen meestal het kind van de rekening is. GWWTotaal sprak met Patrick Wagenaar van de Praktijkmeesters over de uitdagingen in stedelijk gebied om de ondergrond optimaal te verdelen. TEKST: ING. FRANK DE GROOT Groen in steden is niet langer vrijblijvend. De Europese Natuurherstelwet stelt namelijk in artikel 8 dat het stedelijk groen en de boomkroonbedekking tot 2030 geen nettoverlies ten opzichte van 2024 laten zien. Daarna moet zelfs een stijgende lijn ontstaan. Deze wet moet onder meer zorgen voor herstel van ecosystemen, vergroten van biodiversiteit, verminderen van hitte-stress en betere afvoer en opslag van regenwater. “Ondanks deze Europese regelgeving wordt de aanleg van groen vaak niet integraal door de gemeente meegenomen bij een inrichtingsplan. Dan moet je achteraf maar zien hoe je dat regelt”, zegt Patrick Wagenaar. Hij begeleidt als projectleider civieltechnische projecten, maar is vooral actief als begeleider van zij-instromers en starters. Daarbij biedt hij cursussen, mentorschap en maatwerk begeleidingstrajecten aan. In zijn werk loopt Patrick regelmatig tegen projecten aan waar onvoldoende is nagedacht over de eisen die groen stelt aan de ondergrond: “De nutsleidingen liggen vaak in of nabij de strook waar je ook bomen wilt planten, dus dat geeft al problemen. Als projectleider kreeg ik bijvoorbeeld een inrichtingsplan aangereikt. Een communicatiemedewerker van de gemeente merkte terecht op: maar waar worden dan de bomen aangeplant? Ik had inderdaad een ontwerp gekregen, waarin geen bomen stonden. De ontwerper reageerde: ja, maar dat is groen, dat doen we daarna. Vraag ik: maar waar moeten die bomen dan komen? In de berm, is de reactie. Oh, maar daar liggen allemaal kabels en leidingen. Daar moet toch ruimte komen voor plantgaten die je met een graafmachine doorspit?” INTEGRAAL ONTWERPEN Hoe vaak komt het niet voor: groen en ondergrondse infrastructuur zijn bij veel gemeenten en provincies een strikt gescheiden wereld. “Dan heb je een projectleider ontwerp en een projectleider uitvoering. De civiel ontwerper houdt vaak geen rekening met groen en verlichting. ‘Dat komt later wel’. Of er wordt door de rioolbeheerder gezegd dat het riool in een straat niet onder bomen mag komen, in verband met mogelijke schade door wortelgroei. Staan er in die hele straat aan weerszijden oude bomen die de gehele weg al overgroeien. Los het maar op, is dan het credo. Maar ze hadden juist samen de situatie moeten bekijken en dan randvoorwaarden moeten stellen. De riolering moet weliswaar worden vervangen, maar oude bomen kun je niet zomaar weghalen. Nog een voorbeeld: houdt de uitvoerder dertig kolken over. Oorzaak: op veel plaatsen konden de 1,00 meter diepe kolken de grond niet in, omdat er op 0,60 meter kabels en leidingen lagen. Het ontbreekt aan een integrale voorbereiding met alle stakeholders.” Rekening houden met plantvakken in het ontwerpstadium is belangrijk, maar het kan ook zinvol zijn te zorgen voor verbinding tussen de bomen. Er is namelijk een theorie dat bomen van het schimmelnetwerk gebruik maken om met elkaar te communiceren. Op deze wijze zouden bomen elkaar kunnen waarschuwen voor ziekten en plagen, zodat ze tijdig stoffen aanmaken om zich hiertegen te beschermen. “Veel wetenschappers zijn nog sceptisch over dat idee, maar het geeft wel aan dat we veel nog niet weten van wat zich onder de grond afspeelt. Dan kan het dus verstandig zijn een doorgaande strook te creëren voor bomen en laagblijvende planten en struiken.” GEBREK AAN KENNIS Grootste probleem is volgens Patrick dat een civiel ontwerper te weinig kennis heeft van groen. “Een boom heeft een doorwortelbaar volume van minimaal 25 m3 nodig voor de wortels. En dan niet één bij één meter en 25 meter diep, maar vijf bij vijf meter en één meter diep. Daarbij wil de nutsbeheerder ook nog twee meter afstand van de wortelkluit. Die ruimte is echter vaak niet beschikbaar, als er geen rekening met bomen is gehouden in het inrichtingsplan. Denk aan kabels en leidingen, fietsstroken of een cunet voor de wegverharding. Of er komen nog grote ondergrondse afvalcontainers. Dan is het echt dringen onder de grond.” Waar het ook wel eens fout gaat, is bij werkzaamheden in een smalle straat met grote bomen: “Ik heb al eens gezien dat de trekwortels aan de straatzijde waren afgezaagd, omdat anders de banden er niet in konden. Dan kun je wachten tot het een keer gaat stormen en die bomen omgaan. Ook een voorbeeld van niet van te voren nadenken over de gevolgen van herinrichting van straten.” Een andere uitdaging is het aanbrengen van diversiteit in de aanplant. Patrick: “Wanneer je allemaal dezelfde bomen aanplant in een lange rij, kan een ziekte op al die bomen overslaan. Ik heb al eens alle kastanjes in een laan zie afsterven door de kastanjebloedingsziekte.” HOE HET WEL KAN Een mooi voorbeeld van hoe het wel kan, bevindt zich niet ver van de plek waren we een gesprek hebben: de Rijnkade in Arnhem. Patrick: “Vanwege de herinrichting van de Rijnkade was het nodig om tien grote leiplatanen tijdelijk naar een depot te verplanten. De leiplatanen maken onderdeel uit van een lange rij leiplatanen dat behoort tot het kunstwerk Blauwe Golven. Na de renovatie zijn de platanen eind 2024 weer teruggeplant langs het nieuwe wandelpad. Alleen is er nu veel meer aandacht besteed aan de ondergrondse groeiplaats van de bomen. Ze zijn in speciaal boomsubstraat geplaatst, met een beluchtingssysteem. Er is ook sprake van een doorgaande groenstrook van circa 250 meter.” De civiele projectleider noemt nog een fraai voorbeeld: de herinrichting van het stationsplein in Apeldoorn, twintig jaar geleden. Bijzonder is het speciaal hiervoor ontworpen boomrooster om de bomen duurzaam in te passen in een verhardingsoppervlak dat doorloopt tot aan de stamvoet. Het rooster maakt de groei van de stam mogelijk door uitneembare ringen. De groeiplaats van de bomen is ontworpen onder een tweede maaiveld, in een soort bunker. Door deze bijzondere constructie hebben de bomen voldoende grond en is toch (onderhouds)verkeer op het plein mogelijk. De geïntegreerde afwatering zorgt voor voldoende water bij de bomen. De bomen groeien al jaren enorm goed, de eerste ringen van het boomrooster zijn eerder verwijderd dan verwacht. Patrick over het project in Apeldoorn: “Het tweede maaiveld zorgt voor drukverdeling, waardoor de grond niet wordt verdicht. Probleem is namelijk dat bij grondverdichting de poriënruimte afneemt, waardoor de bodem minder goed lucht en water doorlaat. Vooral bij natte omstandigheden kan daardoor zuurstofgebrek ontstaan en kunnen wortels afsterven. Voorbeeld daarvan is bomen die met houten schotten worden beschermd tegen bouwverkeer. Maar vervolgens worden er rondom de boom wel zware pallets neergezet met materialen. Krijg je alsnog een verdichte grond.” Herinrichting van de Rijnkade, waarbij tien grote leiplatanen tijdelijk naar een depot zijn gebracht. Dit jaar zijn de bomen teruggeplaatst in brede plantvakken. Foto: Hoogwaterbeschermingsprogramma / Tineke Dijkstra Fotografie. In 2006 is het heringerichte stationsplein in Apeldoorn opgeleverd, met een tweede maaiveld als drukverdeler. Hierdoor wordt de ondergrond niet verdicht en behouden de bomen een goede groeiplaats. Foto: Apeldoorndirect.nl.
11 NUMMER 5 / OKTOBER 2026 ONDERGRONDSE INFRA De civiele projectleider wijst ook op het belang van een goed wegprofiel: “Zorg dat de weg naar beide zijden afwatert. Door in de banden openingen te creëren met speciale uitstroombanden kan water wegstromen naar plantvakken of wadi’s die regenwater afvoeren. Bij zware regenval kan je overtollig water via een straatkolk afvoeren. Een drainageleiding kan ook, waarbij een leiding bijvoorbeeld uitkomt op open water in een wijk.” VERVANGEN VAN VEEN Een bijzondere opgave is het vervangen van veengrond in stedelijk gebied. In een gesprek dat Patrick in aflevering 143 van de Praktijkmeesters civiele techniek podcast had met Roeland Lelieveld, adviseur duurextra aandacht aan groen niet behandelen als kostenpost!” Daar kan Patrick zich alleen maar bij aansluiten: “Het heeft meer met onze mind-set te maken dan met de mogelijkheden die er zijn om integraal te werken. Ik zie het bij mijn cursisten die net van de opleiding komen of uit een ander vakgebied. Die hebben die kokervisie nog niet en kunnen veel beter integraal werken. Dat is de enige manier waarop we invulling kunnen geven aan de Europese Natuurherstelwet.” Het is woekeren met de ondergrondse ruimte in binnensteden. Naast alle kabels, leidingen en riolering, moeten ook de bomen een goede groeiplaats krijgen. Foto: SEB. Is hier door de civiele ontwerper nog gedacht aan groeiplaatsen voor bomen? Foto: Stichting Belangenorganisatie Grondzuigen (SBG). zaamheid gemeente Den Haag, kwamen er verrassende conclusies naar boven. Volgens Roeland zorgt veen in stedelijke grond voor veel CO2-uitstoot: “Veengrond bestaat uit halfverteerde resten van planten. Doordat ze duizenden jaren lang onder water stonden, kwam er nauwelijks zuurstof bij. Dit zorgde ervoor dat ze niet verder verteerden, niet oxideerden en het opgeslagen CO2 vasthielden. Als dit veen wordt gebruikt voor plantvakken dan komt het plantmateriaal in aanraking met zuurstof, treedt oxidatie op en wordt het veen afgebroken. Hierbij komt de opgeslagen CO2 vrij. Wanneer we al het veen uit de bodem in Den Haag halen dan besparen we net zoveel CO2-uitstoot als het gehele gemeentelijke apparaat uitstoot!” “Weet je dat we 30% van het veen uit China halen om te verwerken in substraten? We willen juist CO2-uitstoot beperken en dan gaan we veen uit China halen! De subtraatsector wil daarom in 2050 gestopt zijn met het gebruik van veen en in 2040 voor 50%”, aldus Roeland, in de podcast. Maar wat is het alternatief? Roeland noemt het gebruik van hernieuwbaar substraat, bijvoorbeeld van boomschors of thermisch bewerkte vezels die minder snel verteren. En dan een strooisellaag van bovenaf om te voeden, om te voorkomen dat wortels voeding gaan zoeken op plaatsen waar je geen wortels wilt hebben. “We verbranden nu veel biomassa om energie op te wekken, maar dan komt er ook CO2 vrij. En daarnaast is er nota bene een tekort aan organische grondstoffen in Europa!” Roeland merkt in de podcast ook nog op: “Door een andere biodiverse inrichting kunnen we 20 miljoen euro besparen aan het bestrijden eikenprocessierups. We moeten advertentie
PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 12 INSTALLATIEVERANTWOORDELIJKE BIJ GEMEENTEN: HOE BEHEER JE EFFICIËNT EEN GROOT EN DIVERS AREAAL IN DE ONDERGRONDSE INFRA? Van constateren naar proactief beheersen Ondergrondse infrastructuur is voor inwoners grotendeels onzichtbaar. Maar juist deze infrastructuur is essentieel voor het functioneren van onze leefomgeving. Een inwoner staat er normaal gesproken niet bij stil dat ergens een gemaal staat dat ervoor zorgt dat afvalwater of hemelwater wordt afgevoerd. Pas wanneer zo'n installatie uitvalt, wordt duidelijk hoe belangrijk deze infrastructuur is. Uitval kan leiden tot verstoringen en in het uiterste geval tot wateroverlast en andere problemen in de openbare ruimte. Gemeenten dragen vanuit het oogpunt van volksgezondheid en veiligheid zorg voor een deugdelijke inzameling, berging, transport en/of lokale zuivering van stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en van grondwater. Zo houden inwoners droge voeten en wordt water afgevoerd naar waterzuiveringsinstallaties middels gemalen (assets). A-Quin helpt gemeenten deze functionaliteit zo goed mogelijk in stand te houden en zo structureel grip te houden op haar elektrische installaties. Voor gemeente Lansingerland en Lingewaard levert A-Quin momenteel een Installatieverantwoordelijke. Wat kan A-Quin voor gemeenten betekenen om de werking van riolering, gemalen en van de veiligheid van elektrische installaties te waarborgen? MET EEN NEN 3140-INSPECTIE Met een NEN 3140-inspectie voldoet u in elk geval aan de norm. Het geeft antwoord op de vraag hoe een installatie er vandaag voorstaat. A-Quin inspecteert een installatie, constateert afwijkingen en rapporteert deze op onafhankelijke wijze. “Aanvankelijk lag de nadruk ook sterk op de NEN3140-inspecties welke A-Quin nog steeds uitvoert", aldus Mans Damen, directeur van A-Quin. "Maar we kwamen er ook achter dat een inspectierapport eigenlijk pas het begin is”, aldus Mans Damen, directeur van A-Quin. “Met het voldoen aan de norm en de optekening van alle gebreken ontstaat namelijk vervolgens een belangrijke vraag: wat gaan we met al die informatie doen?” EEN INSTALLATIEVERANTWOORDELIJKE OP LOCATIE Met een Installatieverantwoordelijke – oftewel IV’er – op locatie organiseert en borgt A-Quin de elektrische veiligheid van de installaties binnen het areaal of de openbare ruimte die onder de verantwoordelijkheid van de organisatie vallen. Gemeenten, maar ook winkelcentra en andere commerciële bedrijven, doen steeds vaker een beroep op A-Quin. De werkzaamheden van een IV-er gaan veel verder dan alleen het uitvoeren van NEN 3140-inspecties. De installatieverantwoordelijk zorgt ervoor dat: • verantwoordelijkheden en bevoegdheden duidelijk zijn vastgelegd; • dat medewerkers en externe partijen over de juiste aanwijzingen beschikken; • dat werkzaamheden aan of nabij elektrische installaties veilig worden uitgevoerd middels vastgelegde procedures. • periodieke inspecties worden bewaakt; • geconstateerde afwijkingen en risico’s worden beoordeeld; • de gemeente wordt geadviseerd over herstel, onderhoud en vervanging. EEN INSTALLATIEVERANTWOORDELIJKE 2.0 De rol van A-Quin is de afgelopen jaren steeds breder geworden. Gemeenten beheren een groot en divers areaal. Niet iedere gemeentelijke medewerker kan alle specialistische kennis over elektrische veiligheid, NEN 3140, inspecties en risicobeheersing actueel houden. Door het IV-schap professioneel te organiseren, beschikken gemeenten over een partij die niet alleen naar individuele installaties kijkt, maar die het totale overzicht bewaakt. Daarmee krijgen gemeenten meer grip op de veiligheid van de installaties, maar ook op onderhoud, vervanging en toekomstige investeringen. Verder is een belangrijk voordeel van een IV-er dat er continuïteit is. De kennis zit niet alleen bij één gemeentelijke medewerker, maar wordt vastgelegd in processen, inspectieresultaten en assetinformatie. Een belangrijk speerpunt voor 2026 en 2027 is het verder ontwikkelen van risicogestuurd beheer. Bij een Installatieverantwoordelijke 2.0 wordt niet alleen gekeken naar de vraag of een installatie vandaag aan de norm voldoet. A-Quin kijkt daarnaast naar vragen als: • Welke risico's zijn er? • Hoe ontwikkelt de technische conditie zich? • Hoe kritisch is deze installatie en wanneer moeten we ingrijpen? • Welke installaties naderen het einde van hun technische levensduur? • Waar worden investeringen noodzakelijk en hoe hoog zijn deze? Daarbij combineert A-Quin inspectieresultaten met informatie over onder andere leeftijd, storingen, technische conditie, kritikaliteit en verwachte resterende levensduur. Een gemaal dat bij uitval direct tot grote problemen leidt, vraagt immers om een andere benadering dan een installatie waarbij de gevolgen van uitval beperkt zijn. De combinatie van IV-schap, risicomanagement en assetmanagement maakt het mogelijk het IV-schap te ontwikkelen van reactief controleren naar proactief beheersen. Vervolgens kun je daar ook financiële informatie aan koppelen. Dan ontstaat een totaal ander gesprek. Niet meer alleen: "Deze installatie heeft een afwijking en moet worden hersteld." Maar bijvoorbeeld: "Deze installatie heeft een verhoogd risico, nadert het einde van haar levensduur en vervanging binnen enkele jaren is economisch verstandiger dan blijven repareren." Daarmee krijgt een gemeente een compleet overzicht en informatie waarmee onderhouds- en investeringsbeslissingen veel beter kunnen worden onderbouwd. Mans Damen omschrijft die ontwikkeling als: “Van constateren naar beheersen, voorspellen en adviseren.” Meer informatie: https://a-quin.nl
www.gwwtotaal.nlRkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=