GWW-Totaal 5 - 2026

PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 6 Extra geld voor infrastructuur Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijft werken aan een bereikbaar, schoon, veilig en economisch sterk Nederland. Daarom wordt tot en met 2040 in totaal 5,1 miljard euro extra toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Hiervan wordt 1,5 miljard euro uitgetrokken voor groot onderhoud van onze infrastructuur. Met jaarlijks 300 miljoen euro wordt de regionale bereikbaarheid verbeterd, door te investeren in infrastructuur en mobiliteit in de regio. Ondanks het extra geld blijven scherpe keuzes noodzakelijk. Het kabinet maakt dit jaar 1,5 miljard euro extra vrij voor groot onderhoud van de infrastructuur. Dat staat in de Miljoenennota 2027. Dit bedrag zorgt ervoor dat er meer belangrijke projecten op korte termijn kunnen worden uitgevoerd en dat is goed nieuws voor de bereikbaarheid van Nederland. De opgave is groot en de middelen zijn beperkt. Ondanks de extra 1,5 miljard euro blijven scherpe keuzes noodzakelijk. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram werken daarom aan een herprioritering van álle infrastructurele projecten van het Rijk, waarbij miljarden worden verschoven van nieuwe aanleg naar vernieuwing en onderhoud. Om elke euro zo goed mogelijk uit te geven zijn met de Tweede Kamer criteria afgesproken om te bepalen welke projecten als eerst worden uitgevoerd. Minister Karremans: “Infrastructuur is het fundament van onze economie en samenleving. Maar een groot deel van dat fundament is gebouwd in de jaren ‘60 en ’70 en is daarmee sterk verouderd. Dus moet het nu goed onderhouden of vernieuwd worden. Daarom zijn we bezig met de voorbereidingen voor de grootste verbouwing van onze infrastructuur ooit, waarbij we miljarden verschuiven naar onderhoud en vernieuwing. Dit is noodzakelijk om Nederland bereikbaar en economisch sterk te houden.” REGIONALE BEREIKBAARHEID De bereikbaarheid van de regio staat onder druk. Het kabinet trekt daarom structureel 300 miljoen euro extra uit om specifiek die regionale bereikbaarheid te verbeteren. Dit geld geeft een stevige impuls aan bijvoorbeeld infrastructuur en OV in de regio. Want elke regio telt. Staatssecretaris Bertram: “Vooral in de regio zien we de bereikbaarheid verslechteren. Maar mensen moeten wel werk, school, winkels of het ziekenhuis kunnen bereiken. Niet voor niets stelt het kabinet dat elke regio telt. Dat vertaalt zich nu in een structurele investering in regionale bereikbaarheid. Daar ben ik heel blij mee. We kunnen hiermee echt stevige stappen zetten. Het sluit ook aan bij de huidige herprioritering van infrastructurele projecten. Dat gaat perspectief bieden voor een sterke infrastructuur in de toekomst, ook in de regio.” BESCHERMING NOORDZEE Op en onder de Noordzee bevinden zich verschillende soorten infrastructuur die cruciaal zijn voor Nederland en onze buurlanden, zoals kabels voor elektriciteit en data, windmolenparken en boorplatformen. Vanwege de toegenomen geopolitieke dreiging werd in 2024 het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur opgezet. Het kabinet trekt nu jaarlijks 78 miljoen euro uit, waarmee onder meer de oprichting van een Nationaal Maritime Security Centre wordt gefinancierd. Er worden miljarden verschoven van nieuwe aanleg naar vernieuwing en onderhoud. Foto: MKB INFRA. De bereikbaarheid van de regio staat onder druk. Het kabinet trekt daarom structureel 300 miljoen euro extra uit om specifiek die regionale bereikbaarheid te verbeteren. Foto: Frank de Groot. Vroeger had een stratenmaker een paar dingen nodig: hamer, schop, waterpas en een collega die kon rekenen. Tegenwoordig heeft hij daarnaast een tablet, telefoon, minimaal drie apps, GPS-systeem en veel wachtwoorden nodig. Welkom in de gedigitaliseerde bestratingssector! Niet dat we vroeger nou zo slecht bezig waren. Een tekening zat gewoon in de bus, een maat werd met de rolmaat opgenomen en als de uitvoerder zei dat iets 4,80 meter moest worden, dan was het 4,80 meter. Of 4,90 meter. Afhankelijk van wie de rolmaat vasthield. De planning stond op papier. En als er iets veranderde, kreeg je een telefoontje. Kort, duidelijk en meestal met een boodschap die begon met: ‘Luister even…’. Nu krijgen we een Teams-bericht, pushmelding, gewijzigde planning, nieuwe revisietekening en vervolgens nog een mail met de mededeling dat de vorige mail niet meer geldig is. Je zou bijna verlangen naar vroeger. Bijna. Want laten we eerlijk zijn: digitalisering heeft de sector ook een hoop gebracht. We kunnen projecten beter voorbereiden, uren registreren, machines slimmer inzetten, tekeningen direct op de bouw bekijken en opdrachtgevers sneller informeren. WACHTWOORD Alleen heeft digitalisering één merkwaardige eigenschap: ze belooft vooral tijd te besparen en vervolgens moet je een tijd zoeken naar het juiste wachtwoord. En ergens tussen de cloud en GPS-coördinaten blijft de ouderwetse praktijk vrolijk doorgaan. De tekening zegt A. De GPS zegt B. De uitvoerder zegt C. En de stratenmaker zegt: “Ik zou hem gewoon hier leggen.” Meestal is dat het moment waarop iedereen even stil wordt. Want digitalisering is prachtig, maar een tablet kan nog steeds niet voelen of een straat lekker onder de hamer, klem of machine ligt. Een app ziet niet dat die ene band er nét iets te diep in zit. En een algoritme heeft geen zesde zintuig voor de ondergrond waarvan de tekenaar achter zijn bureau blijkbaar heeft besloten dat die ‘volgens de gegevens’ perfect is. De toekomst belooft overigens nog veel meer. Kunstmatige intelligentie gaat straks de planning maken. Machines worden steeds zelfstandiger. Drones meten het werk op en slimme systemen voorspellen waar problemen ontstaan voordat iemand überhaupt een schop heeft opgepakt. Prachtig. Maar ik verheug me vooral op de eerste AI die een bouwplaats bezoekt en na drie minuten zegt: “Volgens mijn analyse ontbreekt er materiaal, de planning klopt niet en de ondergrond is anders dan op de tekening.” Waarop de uitvoerder antwoordt: “Dat zeg ik al twee weken.” ECHTE UITDAGING Misschien is dat uiteindelijk de echte uitdaging van digitalisering: niet ervoor zorgen dat machines slimmer worden, maar dat we de informatie die ze produceren ook daadwerkelijk gebruiken. Want we hebben inmiddels systemen die exact kunnen vertellen hoeveel stenen er nodig zijn, hoeveel vierkante meter er is gelegd en hoeveel minuten een machine heeft gedraaid. Wat we nog niet digitaal hebben opgelost, is degene die belt met de vraag waarom het werk morgen klaar moet zijn terwijl de stenen volgende week pas geleverd worden. Daarvoor hebben we voorlopig nog gewoon mensen nodig. En misschien is dat maar goed ook. De bestratingssector mag dan steeds digitaler worden. De straat zelf blijft gelukkig ouderwets: steen voor steen, meter voor meter. En als hij uiteindelijk niet goed ligt, kun je altijd nog de schuld geven aan de GPS. Of aan de app. Maar vooral niet aan degene die de rolmaat vasthield. Theo Noorlander Operationeel directeur STRAATWERK Nederland Theo geeft in iedere uitgave van GWWTotaal zijn visie op de bestratingsbranche. Straatsteen krijgt een wachtwoord COLUMN STRAATWERK

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=