GWW-Totaal 5 - 2026

PLATFORM VOOR GROND-, WEG- EN WATERBOUW 8 Neem netcapaciteit mee vanaf eerste schets woningbouw Volgens ABF Research kan Nederland in 2027 mogelijk weer 100.000 nieuwe woningen per jaar realiseren. Maar zonder tijdige aandacht voor het overvolle stroomnet dreigen haalbare bouwplannen alsnog vast te lopen. Nieuwe wijken vragen immers steeds meer elektriciteit, terwijl de netcapaciteit beperkt is. Toch is wachten op netverzwaring niet de enige optie. Babette van Loon, directeur Woningbouw bij Hoppenbrouwers, benoemt vijf noodzakelijke keuzes om netcapaciteit beter te verankeren in de woningbouwopgave. BEELD: HOPPENBROUWERS, TENZIJ ANDERS VERMELD 1. ZET NETCAPACITEIT OP AGENDA VÓÓR EERSTE SCHETS Bij gebiedsontwikkeling gaan de eerste gesprekken meestal over het aantal woningen, de verkaveling, woningtypen, mobiliteit en de inrichting van de openbare ruimte. De energievoorziening volgt vaak later. Dat is niet langer houdbaar, omdat juist de eerste keuzes grote invloed hebben op de toekomstige energievraag en piekbelasting. “Als we het netcongestieprobleem niet oplossen, halen we die 100.000 woningen simpelweg niet”, zegt Van Loon. “We rijden op een muur af, terwijl er meer mogelijk is dan wachten tot het net wordt uitgebreid. Maar dan moeten we netcapaciteit wel vanaf het begin meenemen in de manier waarop we een wijk ontwerpen.” Om netcapaciteit aan de voorkant van bouwplannen mee te nemen, moet eerst duidelijk zijn wat er op de beoogde locatie mogelijk is. Daarbij moet duidelijk worden hoeveel transportcapaciteit beschikbaar is, of en wanneer uitbreiding wordt verwacht, welke elektriciteitsvraag de nieuwe wijk met zich meebrengt en welke ontwerpkeuzes de piekbelasting kunnen beperken. Gemeenten, provincies, ontwikkelaars, netbeheerders, woningcorporaties, bouwbedrijven en installateurs moeten dit beeld gezamenlijk vormen, vanuit ieders eigen kennis en verantwoordelijkheid. Zo ontstaat een realistischer beeld van wat op een locatie mogelijk is. Ook kunnen deze partijen eerder bepalen welke randvoorwaarden nodig zijn. Dat verkleint de kans dat een plan in een laat stadium moet worden aangepast, terwijl grondposities, woningprogramma’s en ontwerpen al zijn vastgelegd. 2. ONTWERP ENERGIESYSTEEM VAN WIJK ALS GEHEEL Een woonwijk is geen verzameling losstaande aansluitingen. De keuzes die binnen afzonderlijke woningen worden gemaakt, hebben samen invloed op de belasting van het net in de hele wijk. Zonnepanelen, warmtepompen, laadpunten, thuis- en buurtbatterijen, ventilatie en koeling moeten daarom niet los van elkaar worden bekeken, maar als onderdelen van één energiesysteem. “100.000 woningen per jaar is een mooie ambitie, maar die ambitie maken we alleen waar als alle partijen écht samen optrekken”, stelt Van Loon. “Niet ieder voor zich, maar als één keten.” Dat gezamenlijk optrekken begint bij het energieprofiel van de hele wijk. Daarin komen de energievraag van de woningen, collectieve voorzieningen, lokale opwek en tijdelijke opslag bij elkaar. Partijen moeten inschatten wanneer de grootste vraag ontstaat, op welke momenten lokaal elektriciteit wordt opgewekt, welke vraag kan worden verschoven en welke energie tijdelijk kan worden opgeslagen. Daar is nauwe samenwerking voor nodig tussen gemeenten, provincies, netbeheerders, ontwikkelaars, woningcorporaties, bouwbedrijven en installateurs. Deze partijen werken aan dezelfde woningbouwopgave, maar hebben ieder hun eigen planning, verantwoordelijkheden en belangen. Als hun keuzes pas laat samenkomen, is het moeilijk om maatregelen op woning- en wijkniveau nog als één geheel te ontwerpen. 3. BENUT KENNIS VAN INSTALLATEURS EN NETBEHEERDERS AAN VOORKANT Installatiepartijen en netbeheerders komen bij woningbouwprojecten vaak in beeld wanneer belangrijke ontwerpkeuzes al zijn gemaakt. Juist vanwege netcongestie is hun kennis eerder nodig. Netbeheerders kunnen inzicht geven in de beschikbare en toekomstige capaciteit. Installateurs kunnen vervolgens doorrekenen wat verschillende woningconcepten, collectieve voorzieningen, installaties en vormen van sturing betekenen voor de energievraag van de wijk. Door die expertise aan de voorkant te betrekken, kunnen keuzes over isolatie, warmtepompen, zonnepanelen, laadinfra, thuis- en buurtbatterijen, software en netaansluitingen in samenhang worden gemaakt. Zo wordt eerder duidelijk of de gekozen oplossingen technisch uitvoerbaar zijn en passen binnen de planning, regelgeving en het toekomstige beheer. Dat voorkomt dat installaties achteraf moeten worden aangepast of dat een project een aansluiting nodig blijkt te hebben die voorlopig niet beschikbaar is. De installateur wordt daarmee niet alleen een uitvoerende partij, maar ook een technische gesprekspartner tijdens de planningsfase. Hetzelfde geldt voor de netbeheerder, die vroeg inzicht kan geven in de verhouding tussen de verwachte belasting van de wijk en de beschikbare capaciteit. 4. ONDERZOEK ALTERNATIEVEN VOORDAT NETVERZWARING ENIGE ROUTE LIJKT Beschikbare netcapaciteit bepaalt steeds vaker of woningbouwplannen haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn. Bij een tekort aan transportcapaciteit gaat de aandacht al snel uit naar een zwaardere aansluiting of uitbreiding van het elektriciteitsnet. Netverzwaring blijft op veel plaatsen nodig, maar kost tijd. Daarom moeten partijen ook onderzoeken Om netcapaciteit aan de voorkant van bouwplannen mee te nemen, moet eerst duidelijk zijn wat er op de beoogde locatie mogelijk is. Foto: TenneT. Babette van Loon, directeur Woningbouw bij Hoppenbrouwers: “Dat het stroomnet op sommige plekken vol zit, betekent niet automatisch dat woningbouw moet stilstaan. De techniek om slimmer met capaciteit om te gaan is beschikbaar.” De keuzes die binnen afzonderlijke woningen worden gemaakt, hebben samen invloed op de belasting van het net in de hele wijk. Installateurs kunnen doorrekenen wat verschillende woningconcepten, collectieve voorzieningen, installaties en vormen van sturing betekenen voor de energievraag van de wijk.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=