23 NUMMER 3 / JUNI 2026 ONDERGRONDSE INFRA WET COLLECTIEVE WARMTE De Eerste Kamer heeft 9 december 2025 de Wet collectieve warmte (Wcw) aangenomen. Naar verwachting treedt deze wet op 1 januari 2027 in werking. De Wcw is een nieuwe Nederlandse wet die de huidige Warmtewet vervangt om de overstap naar duurzame warmtenetten te versnellen. Ook moeten de betaalbaarheid en betrouwbaarheid worden gegerandeerd. Een belangrijk uitgangspunt van de Wcw is dat de gemeente de regie krijgt over de warmtetransitie. Zo mag niemand in een gemeente warmte leveren en transporteren tenzij de gemeente daar nadrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. Die toestemming kan worden geregeld door een warmtebedrijf aan te wijzen die de exclusieve bevoegdheid en plicht krijgt om warmte te transporteren en leveren binnen een zogeheten warmtekavel. Een warmtekavel is een door de gemeente vastgesteld gebied waarbinnen een collectief warmtesysteem kan komen. PUBLIEK EIGENDOM EN TARIEVEN De Wcw dwingt ook af dat aangewezen warmtebedrijven voor meer dan 50% in handen moeten zijn van publieke partijen. Is er tijdens de zogeheten ingroeiperiode van 7 jaar na inwerkingtreding van de wet geen bedrijf beschikbaar met een publiek meerderheidsbelang? Dan is het ook mogelijk om een privaat bedrijf aan te wijzen. De Wcw introduceert ook nieuwe regels met betrekking tot tariefregulering. Op dit moment zijn de kosten voor warmte- en koudelevering gekoppeld aan de gasprijzen. Met de Wcw wordt deze koppeling stapsgewijs losgelaten en toegewerkt naar een op kostengebaseerd tarief. De nieuwe wet bevat tot slot ook nieuwe eisen aan leveringszekerheid en verduurzaming van collectieve warmtesystemen. KLEINE WARMTESYSTEMEN Voor kleine warmtesystemen met maximaal 1.500 aansluitingen zijn de regels wat soepeler. Zij kunnen om ontheffing vragen voor het verbod op het leveren en transporteren van warmte. Zij hoeven dan niet door de gemeente aangewezen te zijn om toch warmte te kunnen leveren. De Wcw noemt wel een aantal voorwaarden waar deze kleine warmtesystemen in zo’n geval aan moeten voldoen. TRANSPORTLEIDING: GROTE UITDAGING Een hele uitdaging voor lokale energiecoöperaties is om de beschikking te krijgen over een transportleiding voor het collectieve warmtesysteem. De aanleg kost veel geld (soms een miljoen euro of meer voor één kilometer transportleiding). Een warmtebedrijf gelieerd aan een lokale energiecoöperatie beschikt niet over voldoende financiële middelen om dat aan te leggen. De financiering is ook al lastig want de lokale coöperaties bestaan grotendeels of volledig uit vrijwilligers en de omvang van de jaarbegroting is doorgaans bescheiden. De opgerichte warmte BV’s beschikken bij start dan ook niet over veel eigen of vreemd vermogen. Energiecoöperaties slaagden er in twee gevallen op een slimme manier in om over transportleidingen te beschikken. Ze werden namelijk gekocht voor een relatief laag bedrag. Aanvankelijk werden de gemeenten Culemborg en Vlieland benaderd om de netten over te nemen, maar de verkopers werden doorgestuurd naar de lokale energieorganisaties. In Culemborg werd het bestaande net door het energiebedrijf overgenomen van het waterbedrijf (2.000 meter). Voor het warmtenet als geheel (inclusief klanten) werd 150.000 euro door de lokale energiecoöperatie betaald. Vervolgens werden in de loop der jaren de uitbreidingen vanuit het bedrijf (circa 1.600 meter) zelf betaald. De kosten voor de aanleg van de uitbreiding werden verlaagd door de aanleg te combineren met de renovatie van de riolering (Muiderberg, Terheijden). Maar ook in dit geval moesten de resterende kosten gefinancierd worden. In Culemborg lukte het om middelen van bewoners te verwerven en vervolgens ook leningen te krijgen vanuit banken, particulieren en bedrijven. Door een zorgvuldig financieel beheer zijn de schulden in Culemborg in de loop der jaren afgelost. Op Vlieland werd voor de 1.400 meter deels gerenoveerde en uitgebreide net ongeveer 37.500 euro betaald. De extreem lage prijs kwam doordat de eigenaren het net graag wilden verkopen om zich op kerntaken te kunnen concentreren. Tegelijkertijd was lage prijs ook een teken van veel goede wil en sympathie. Het overnemen van het warmtenet is in Culemborg en op Vlieland stap-voorstap opgezet en voor de lokale energiecoöperaties goed verlopen. TEGENVALLERS Niet overal verliep het in gebruik nemen van het warmtenet voorspoedig. Op Texel werd het warmtenet niet overgenomen door de energieleverancier. Toen meermaals lekkages in het warmtenet ontstonden, ontstond de vraag wie er op moest draaien voor het herstel van het warmtenet: de eigenaar of de leverancier. Vanwege de hoge reparatiekosten (en de beperkte mogelijkheden om de prijzen daar op af te stemmen) kwamen beide tot de conclusie dat het niet mogelijk was om als bedrijf de warmte via een gedeeld net aan te bieden. Na een enquête onder de afnemers van de warmte, werden gasketels voor de losse woningen aangesloten. Ternauwernood ontsnapte de lokale energiecoöperatie (één van de grootste van de Nederland) aan een faillissement. Ook bij andere operationele lokale warmte initiatieven konden de uitgaven voor de aanleg van een warmtenet niet door de lokale warmtebedrijven/energiecoöperaties gefinancierd worden. Banken boden geen oplossing, ofschoon er wel gezocht is naar bancaire leningen. De termijnen voor de leningen voor de transportleidingen waren voor banken te lang. Ook de verhouding tussen de risico’s en opbrengsten was voor banken niet in evenwicht. SUBSIDIE-MIDDELEN De nieuwe of (deels) gerenoveerde transportleidingen werden door de lokale energiecoöperaties betaald met financiële steun van de overheid. Dat kon op verschillende manieren, zoals door middel van het programma Aardgasvrije Wijken (PAW, Nagele, Vlieland, Terheijden). Ook voor Wageningen en Amsterdam zijn PAW-subsidiemiddelen beschikbaar. Diverse andere subsidies waren beschikbaar voor de financiering van de transportleidingen. Of in een ander geval met behulp van middelen die door een Energiegemeenschap werd gewonnen in een prijsvraag (Hoonhorst). Dan wel door middel van een lening van de gemeente Gooise Meren aan het warmtebedrijf in Muiderberg. Aanvankelijk was het de bedoeling om in Muiderberg subsidiemiddelen te gebruiken maar de aanvraag werd niet gehonoreerd. De gemeente Gooise Meren verstrekte vervolgens een lening aan het warmte initiatief. RISICOVOL BEHEER Na realisatie blijft een energienet voor een kleinschalig warmtebedrijf een groot risico. De kosten voor de reparatie van een transportleiding zijn voor deze organisatie hoog. Mede vanwege de kleine schaal van de warmtenetten en nagestreefde duurzaamheid, is de omzet van het energiebedrijf bescheiden. De schaal van de lokale energiecoöperaties/ warmtebedrijven maakt het lastig om het beheer van een warmtenet op een professionele manier te organiseren. Zo bleek in Texel en Culemborg toen er lekkages ontstonden. In Texel kwam men tot de conclusie dat een professioneel beheer van het warmtenet te duur zou worden. Dit ook al omdat de inkomsten voor het warmtebedrijf zijn gemaximeerd. In Culemborg wordt het beheer deels in eigen beheer gehouden. Een groep van gepensioneerde heren met relevante technische kennis en een enorme motivatie om het warmtenet te beheren (de zogenaamde heatles) zijn hier onmisbaar. FINANCIERING Er zijn tot dusver geen transportleidingen in de operationele warmtebedrijven van de energiecoöperaties tot stand gekomen zonder enorme aankoop-kortingen, Europese, Nederlandse of provinciale of gemeentelijke subsidies dan wel leningen. Ook een goed beheer van de transportleidingen door de lokale warmtebedrijven/coöperaties is uitdagend. Lokale energiecoöperaties tonen zich gedreven om van de warmtenetten een succes te maken vanwege de duurzaamheidswinst die op het spel staat. De transportleidingen zijn duur en voor lokale energiecoöperaties lastig te financieren. Normale bancaire financiering lukt niet. Door steun van publieke, semi-publieke en private partijen wordt in de operationele warmtenetten de hobbel genomen. Eenmaal gerealiseerd, blijft het risico van incidenten voor lokale energiecoöperaties. Een professioneel beheer van de netten blijft lastig voor individuele bedrijven. Naast de uitdagingen met de transportleidingen blijkt ook het bedenken en realiseren van een duurzame warmtebron en het vinden van geïnteresseerde afnemers niet eenvoudig. De operationele lokale warmtenetten waarin burgers of coöperaties een rol speelden tonen vooral het enorme belang dat er aan dit soort lokale warmtenetten gehecht wordt om dit soort projecten tot een succes te maken. Zowel door private partijen (energiebedrijven), semi-publieke partijen (waterleidingbedrijf) als door publieke partijen (gemeente, provincie, Rijk) worden de lokale energiecoöperaties financieel en anderszins enorm geholpen. Maar zeker bij transportleidingen doemt de vraag op wat de meerwaarde is van een lokaal warmte initiatief opgestart vanuit burgers. Boring voor aanleg warmtenet.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=