GWW-Totaal 3 - 2026

43 NUMMER 3 / JUNI 2026 0NDERNEMEN AANBESTEDEN & AANNEMEN Loslatende steenslag: uitvoeringsfout of gebrekkige emulsie? Arbiters in eerste aanleg hadden geoordeeld dat geen van de andere deskundigen, waaronder Sweco, de bevindingen van het rapport van Arcadis hadden weerlegd. Appelarbiters sluiten zich daarbij aan en geven inzicht in dat oordeel. Appelarbiters gaan niet mee in de stelling van leverancier dat niet wetenschappelijk was onderbouwd dat het loslaten van de steenslag was veroorzaakt door gebrekkige kwaliteit van de bitumenemulsie. Die stelling is onvoldoende onderbouwd. Naast Arcadis had alleen Sweco visueel onderzoek ter plaatse uitgevoerd. De andere deskundigen hadden slechts bureaustudies verricht. Arbiters stellen vast dat Sweco en Arcadis niet tot dezelfde conclusie komen. De onderbouwing van het rapport van Arcadis geeft de doorslag, omdat hier wel foto’s zijn bijgevoegd. Daaruit blijkt dat aan de uitgekomen steenslag voldoende bitumen kleeft, terwijl Sweco slechts stelde (en niet met foto’s bewijst) dat er onvoldoende bitumenemulsie aan zou kleven. Verder had Arcadis geconstateerd, dat er op alle relevante wegen in de gemeentes K schade is ontstaan. De deskundige van Arcadis, die bij de mondelinge behandeling aanwezig was, bevestigde dat nogmaals ‘live’. Tot slot overwegen arbiters dat de overige deskundigen alternatieve oorzaken aandragen, maar geenszins aannemelijk hadden gemaakt dat die zich tijdens het aanbrengen van de slijtlaag hadden voorgedaan. BETEKENIS PRODUCTCERTIFICATIE Appelarbiters verwerpen het beroep van leverancier op de productcertificaten. Een productcertificaat geeft niet de garantie dat een bepaalde partij voldoet aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen. Leverancier had zelf aangetoond daarin niet altijd te geloven, omdat partijen bitumenemulsie door haar geretourneerd waren ondanks de aanwezigheid van een productcertificaat. Leverancier voerde aan dat aanneemster buiten de in de RAW vastgestelde veilige periodes had gewerkt. Appelarbiters passeren dit argument, aangezien het slechts geldt als ook daadwerkelijk vaststaat dat die werkzaamheden onder onjuiste weersomstandigheden zijn uitgevoerd. Bovendien verklaren weersomstandigheden op enkele dagen niet de op alle wegen in gemeentes K opgetreden schade. PROEFVLAKKEN EN UITVOERINGSPROBLEMEN Dat aanneemster proefvlakken had uitgevoerd waarop een bitumenemulsie van een andere producent was toegepast, en daar ook schades optraden, doet niets af aan de problematiek te beoordelen. Ondertussen ontstond een groot geschil tussen aanneemster en leverancier over de herstelkosten en het verrekenen daarvan met facturen van leverancier. Aanneemster had in 2022 de banden met leverancier verbroken, en een eindafrekening toegezonden; leverancier kon nog slechts een gering bedrag tegemoet zien. Leverancier heeft zich daar niet bij neergelegd en is de arbitrale procedure gestart waarin zij betaling van de openstaande facturen van circa € 780.000,- vorderde. In reconventie heeft aanneemster op haar beurt aangevoerd dat zij schadevorderingen op leverancier had en die mocht verrekenen. EERSTE OORDEEL EN UITSPRAAK HOGER BEROEP Arbiters in eerste aanleg hebben geoordeeld dat aanneemster te veel had verrekend en leverancier nog ongeveer € 500.000,- betaald moest krijgen. Alleen voor het werk in de gemeentes K stond vast dat sprake was gebrekkige bitumenemulsie. Aanneemster appelleerde, en vorderde alsnog betaling van haar volledige schade. Leverancier vorderde alsnog betaling van dat deel wat haar niet was toegewezen en verzette zich tegen het oordeel in eerste aanleg over de gemeentes K. DESKUNDIGENRAPPORTEN Centraal staan de rapporten van Sweco en de tegenrapportage van Arcadis. Op grond van het rapport van Arcadis was in eerste aanleg geoordeeld dat van gebrekkige bitumenemulsie sprake was. Het is aardig te zien hoe bepalend onderzoeken kunnen zijn voor het verloop van een zaak en de aanwezigheid van de deskundigen ter zitting. TEKST: BARD VAN VEEN In de periode 2018 t/m 2022 had aanneemster de bitumenemulsie onder meer vooral gebruikt bij vervanging van slijtlagen van wegen in opdracht van diverse gemeentes. De betrokken leverancier betrok deze emulsie op haar beurt bij een Belgische producent. Aanneemster heeft na het loslaten van de steenslag telkens de gebreken hersteld. Hierbij is in veel gevallen ook de leverancier komen kijken. Aanneemster heeft de door haar te maken herstelkosten verrekend met facturen die zij leverancier verschuldigd was. Aanneemster was ervan overtuigd dat de problemen veroorzaakt werden door gebrekkige bitumenemulsie. PRODUCENT AANGESPROKEN Na een aantal jaren heeft de leverancier zich tot de producent gewend en aangevoerd dat de aan haar geleverde bitumenemulsie gebrekkig was. De verzekeraar van de producent concludeerde na beoordeling van de productiecontroles van de producent dat er geen indicatie was voor gebrekkige emulsie. Leverancier antwoordde dat het voldoen aan bedrijfscontroles geen 100% garantie gaf over het gedrag van het product op de weg, zeker niet op termijn. Overigens wees leverancier op het feit dat de producent voor haar producten inmiddels grondstoffen betrokken had van een andere leverancier dan voorheen. Vervolgens wees de verzekeraar van de producent ongeschikte weersomstandigheden dan wel of onjuiste verwerking als oorzaak van de problemen aan. Zowel een aantal gemeentes (Sweco), als aanneemster (Arcadis) als leverancier hadden deskundigen ingeschakeld om de Op 25 november 2025 heeft de RvA in hoger beroep uitspraak gedaan in een geschil tussen een in levensduur verlengend onderhoud aan asfalt gespecialiseerd aanneemster en haar leverancier bij wie zij bitumenemulsie kocht. Vanaf 2019 deden zich bij meerdere projecten, steeds enkele maanden na uitvoering, problemen voor. Deze bestonden uit het loslaten van steenslag uit de nieuw opgebrachte slijtlaag. B.R. (Bard) van Veen is advocaat bij Severijn Hulshof Advocaten te Den Haag. Tel. (070) 304 55 90, E-mail: b.veen@shadv.nl, www.severijnhulshof.nl. Voor vragen over dit artikel, kunt u mij bereiken via het genoemde mailadres. Het RvA geschilnummer van deze zaak is: 72.354. bevindingen van Arcadis over de wegen in kwestie. Leverancier voerde verder aan dat aanneemster ten onrechte niet beschikte over een CE-certificaat voor de werkzaamheden. Appelarbiters wijzen dit af, aangezien niet vaststond dat een dergelijk certificaat vereist was. De bitumenemulsie kon niet de oorzaak van de schade zijn omdat die schade zich dan overal in gelijke mate zou moeten voordoen. Appelarbiters verwerpen dit. Reeds de verschillende mate van belasting van de wegen en een klein verschil in de vochtigheid in combinatie met een ongeschikt bitumen leiden tot een gevarieerd schadebeeld. Als laatste argument had leverancier aangevoerd dat onvoldoende vaststond dat aanneemster voldoende bindmiddel had toegepast. Omdat geen van de deskundigen dit had vastgesteld, moet het ervoor worden gehouden dat dat een onterechte stelling is. OORDEEL Aanneemster krijgt alsnog in hoge mate gelijk en hoeft per saldo slechts € 67.000,- te betalen. Uit het vonnis blijkt maar weer eens de waarde van een goed gemotiveerd en onderbouwd deskundigenrapport. Evenzeer, dat productcertificaten en andere abstracte, respectievelijk papieren geen garantie of bewijs zijn dat een geleverd product voldoet. Leverancier zit gevangen. Naast de aanzienlijke aan aanneemster toegewezen vordering werd leverancier in een door de producent in België gestarte procedure tot betaling veroordeeld; de producent was geen verwijt te maken. Voorbeeldsituatie. Foto: HIG Traffic Systems. Voorbeeldsituatie. Foto: Rijkswaterstaat.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=