GWW-Totaal 4 - 2026

19 NUMMER 4 / SEPTEMBER 2026 WATERWERKEN orde houden (zie Figuur 2). We kunnen ons namelijk wel blijven beschermen tegen overstromingen en verzilting, maar dan moeten we altijd een sterke basis houden: 1. Kustlijn op zijn plaats houden met steeds meer en grotere zandsuppleties. 2. Dijken en andere waterkeringen steeds hoger en sterker maken. 3. Steeds meer pompen inzetten om water af te voeren naar zee. 4. Verzilting zo efficiënt mogelijk bestrijden waar het kan en leren leven met verzilting waar het moet. • Basis op orde: hoe houden we steeds voldoende ruimte, materialen, menskracht, kennis en financiële middelen beschikbaar om op te schalen zodra dat nodig is? KEUZES MAKEN Technisch gezien kunnen we op basis van de huidige inzichten voorlopig goed vooruit met de huidige aanpak, afhankelijk van de snelheid van de zeespiegelstijging. Dat is over het geheel genomen minder complex en ingrijpend dan overstappen op een andere strategie. Wel vraagt dit op korte termijn al grote investeringen en een aantal grote besluiten: • Omgaan met verzilting: hoe verdelen we het schaarse zoete water in perioden met watertekort? • Natuurlijke processen: waar laten we landwater overgangen meegroeien met de zeespiegelstijging voor robuuste waterveiligheid? • De verdeling van het Rijnwater: hoe verdelen we het Rijnwater over de Waal en de IJssel, bij hoge en bij lage afvoeren, voor de waterveiligheid en de beschikbaarheid van zoetwater? • Waterpeil IJsselmeer: willen we meer speelruimte creëren in het peilbeheer van het IJsselmeer, voor een grotere zoetwaterbuffer, het beperken van wateroverlast en robuuste natuur? • Stormvloedkeringen: op tijd vervangen zodat ze goed blijven functioneren. De eerste vervangingen komen in de tweede helft van deze eeuw. We moeten ons tijdig voorbereiden op de te maken keuzes. Kiezen we voor open, afsluitbare of afgedamde zeearmen en riviermondingen? Dit zijn geen nieuwe oplossingen, ze komen allemaal al in Nederland voor. Afhankelijk van de snelheid van de zeespiegelstijging kan dit moment ook eerder of later komen. Waar we voor een andere oplossing kiezen, moeten we rekening houden met een lange voorbereidingstijd. Andere maatschappelijke en economische ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn om deze keuze eerder te maken. HOE VERDER? Dankzij het Kennisprogramma Zeespiegelstijging hebben we nu inzicht in de mogelijke opties voor het omgaan met zeespiegelstijging, gezien door de bril van het waterbeheer. Wat de beste aanpak is, hangt echter ook af van andere ruimtelijke, economische en maatschappelijke wensen en ontwikkelingen. Daarmee gaat het uiteindelijk om een politiekbestuurlijke afweging. Dit kunnen we doen om tot goede afwegingen te komen: 1. Altijd voorbereid op grote keuzes: na de ramp van 1953 en de overstromingsdreiging in het rivierengebied in de jaren negentig kon Nederland razendsnel adequaat handelen, omdat de plannen al klaarlagen. Ook nu is het belangrijk om steeds goede plannen klaar te hebben, omdat we niet weten hoe snel de zeespiegel gaat stijgen. Dit vraagt blijvende verdieping van de kennis over de gevolgen van zeespiegelstijging en de mogelijke oplossingen. 2. Leren van ervaringen: we kunnen de balans opmaken van 3070 jaar ervaring met de deltawerken, andere programma’s en (buitenlandse) ervaringen met aanpassingen in het landgebruik aan verzilting. Niet alleen waterstaatkundig, maar ook maatschappelijk, economisch en ecologisch. 3. Het perspectief verbreden: hoe kunnen andere belanghebbenden omgaan met zeespiegelstijging, hoe beïnvloeden de functies elkaar en welke transities tekenen zich af? Dit kan nieuwe inzichten en zelfs nieuwe oplossingen opleveren. Een samenhangend perspectief voor de toekomstige waterstaatkundige inrichting van onze delta, in samenhang met andere ruimtelijke keuzes, kan desinvesteringen zoveel mogelijk voorkomen. De resultaten van het kennisprogramma zijn recent benut voor het opstellen van de Ontwerp Nota Ruimte (2025) en de nu lopende herijking van het Deltaprogramma (2026). De uitwerking van het actuele waterbeleid vindt momenteel plaats in het kader van de actualisatie van het Nationaal Waterprogramma 2028-2033 (NWP). Als we doorgaan met de huidige aanpak: Grote besluiten nu voorbereiden Grote besluiten over 100 à 150 jaar Hoe houden we zand en klei beschikbaar voor zandsuppleties en dijkversterkingen? Per zeearm/riviermonding: Hoe houden we ruimte beschikbaar voor dijkversterkingen? Open verbinding met de zee Hoe verdelen we het schaarse zoete water? Afsluitbaar met stormvloedkering Land-waterovergangen laten meegroeien voor robuuste waterveiligheid? Afdammen zeearm/riviermonding Hoe verdelen we het Rijnwater bij hoge en lage rivierafvoeren? Flexibeler peil in IJsselmeer voor grotere zoetwaterbuffer en natuur? Sluitpeilen van stormvloedkeringen handhaven of verhogen? Alle stormvloedkeringen vernieuwen: einde levensduur Of eerder, bijvoorbeeld vanwege ruimtelijke of economische ontwikkelingen De Maeslantkering is een in 1997 in gebruik genomen stormvloedkering op de grens van Het Scheur en de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland. Vanaf 2070 is vervanging nodig. Foto: Rijkswaterstaat. Figuur 3. Scenario’s voor zeespiegelstijging voor de kust van Nederland. De gele zone geeft aan binnen welke bandbreedte de gemiddelde zeespiegelstijging naar verwachting uitkomt, afhankelijk van de wereldwijde uitstoot van CO2. Dit is de bandbreedte tussen het hoge en lage scenario. Deze bandbreedte vormt het uitgangspunt voor de conclusies in het rapport. De rode lijn geeft aan hoe snel de zeespiegel stijgt als de Antarctische ijskap instabiel wordt. Deze zeer extreme situatie is in het rapport voor een stresstest gebruikt. Figuur 4. Voor vier denkrichtingen is verkend hoe Nederland er op lange termijn uit kan zien. Kennisprogramma downloaden? Ga naar https://www.deltaprogramma.nl/kennisprogramma-zeespiegelstijging.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=