GWW-Totaal 4 - 2026

29 NUMMER 4 / SEPTEMBER 2026 OPENBARE RUIMTE VLOERKAART Een belangrijk element in de Puccinimethode is de ‘Vloerkaart’ in het technische handboek Deel B, Rood. De ‘Vloerkaart Puccinimethode Rood’ geeft aan welke materialen er worden toegepast op de trottoirs en in de rijbanen van Amsterdam. Op deze vloerkaart zijn er vijf stedenbouwkundige zones die ieder een eigen materialisering kennen: • Zone A: Historische kernen. Binnenstad, gelegen tussen Open Havenfront en Singelgracht, kern van Weesp, dijklinten in AmsterdamNoord, OudSloten, oud Sloterdijk en de dorpen in landelijk Noord. • Zone B: Negentiendeeeuwse gordel (1870-1919), Tuindorpen (1909-1930) en Noordelijke IJoever. • Zone C: Gordel ’20’40 en Naoorlogse stad (excl. Tuindorpen Noord). • Zone D: Zuidelijke IJoever. • Zone E: Havengebied. • Uitzonderingen: Aangewezen bijzondere plekken, Afwijkende toepassing standaard oplossingen en Buurtpleinen. MATERIAALKEUZE De verschillen in materiaalgebruik komen voort uit de mate van gebruiksdruk en de gebruiksperiode. Bijna alle rijbanen van erftoegangswegen worden uitgevoerd in gebakken materiaal. Betonstraatstenen, goedkoper maar so(m)ber ogend en van grote invloed op beleving van de openbare ruimte, worden sinds 2018 niet meer nieuw toegepast. Voor het trottoir worden hoofdzakelijk 30 x 30 betontegels gebruikt. Deze tegel heeft een veel betere uitstraling dan de betonstraatstenen in de rijbaan. Hij doet in veel opzichten niet onder voor gebakken materiaal en is betaalbaar en makkelijk herstraatbaar bij onderhoud. GROENKAART De Groenkaart toont de ligging van het ‘Stadsgroen’ en ‘Ecologisch groen’. • Het ‘Stadsgroen’ op de Groenkaart bestaat uit groene plekken zoals (stads)parken en plantsoenen met (soms) iconische, maar in ieder geval stedelijke betekenis. Beplantingstypen staan beschreven. • Ecologisch groen bevat gebieden en groenblauwe verbindingen. Dit type groen bevat voor Amsterdam zeldzame en beschermde planten en dieren. De verbindingen zijn essentieel als ecologische koppeling (zowel via land als water) tussen verschillende leefgebieden. Daarnaast bieden ze uiteenlopende natuurbelevingen. Hier is de toepassing van inheemse soorten verplicht. • Hoofdbomenstructuur: Amsterdam is vanouds een bomenstad. Bomen maken vanaf de 16e eeuw deel uit van de stedenbouwkundige opzet. Ook hebben ze intrinsieke natuurwaarden en leveren ze diverse ecosysteemdiensten, zoals vastlegging CO2, bergen van water en voorkomen van hittestress. GROENTABEL De Groentabel geeft op een meer gedetailleerde manier aan welk type beplanting wel of niet geschikt is in een bepaalde situatie. Dat gebeurt aan de hand van verschillende beplantingstypen (bomen, heesters, bosplantsoen en struweel, kruidachtigen, etc.) en locaties, zoals natuurparken, straten, kades en oevers. bruikte grondstoffen. Ze zijn door standaard maatvoering ook goed her te gebruiken bij onderhoud of herinrichting en het restmateriaal is recyclebaar. Al het standaard Puccinimethode materiaal (waaronder afvalbakken, bankjes, betontegels en trottoirbanden) wordt hergebruikt zolang de technische staat van het materiaal dat toelaat. Dit betekent onder andere dat het verhardingsmateriaal voldoende stroef en voldoende egaal is. Hergebruik geldt ook voor bomen: als er in een project aanleiding is om bomen te verplaatsen dan worden bomen die in voldoende gezondheid verkeren altijd behouden voor de stad en verplant. De noodzaak om de stad te verduurzamen heeft ook impact op de openbare ruimte: containers voor het scheiden van afval, meer middenspanningsruimtes om de energietransitie mogelijk te maken en laadpalen. Al deze objecten moeten goed worden ingepast in de openbare ruimte. Niet alles is eigendom van de gemeente, zodat overleg met de eigenaren nodig is voor optimale afstemming. Het Handboek Rood bevat al standaard ontwerpen voor onder meer walkasten voor woonboten en ondergrondse afvalcontainers, die qua vormgeving en kleurgebruik passen bij het Amsterdamse straatmeubilair. Klimaatadaptief Klimaatverandering betekent verder dat Amsterdam steeds vaker te maken krijgt met extreme neerslag, hitte en droogte. Door op de juiste plaatsen te vergroenen kan de stad steeds beter omgaan met extreme weersomstandigheden. Denk aan bomen die zorgen voor schaduw en verkoeling of wadi’s waarin regenwater geborgen wordt. Door rekening te houden met bodemkwaliteit, voedselmogelijkheden, schuilplaatsen en plekken voor dieren om voort te planten in het ontwerp kunnen soorten in stand blijven en is het mogelijk om de biodiversiteit te vergroten. De juiste mix van uitheemse en inheemse soorten in een gebied en het toepassen van sterke vaste beplanting draagt bij aan de biodiversiteit. Voor planten en bomen geldt: hoe langer ze meegaan, hoe groter hun bijdrage is aan biodiversiteit. Wat dat betreft is Amsterdam gelukkig al een ‘bomenstad’: nagenoeg elke straat of gracht is beplant met bomen. Daarnaast maakt het bijzondere iepenbestand binnen de grachtengordel zelfs onderdeel uit van het UNESCOwerelderfgoed. Het goede behouden Succesvolle materialen, profielen, inrichtingsprincipes en details uit de Amsterdamse praktijk vormen de basis van de standaard. Zo is Amsterdam en Nederland wereldberoemd om zijn ‘small element paving’: gebakken klinkers en 30 x 30 betontegels. Deze kleine materialen zijn erg geschikt voor onze slappe, moerasachtige ondergrond, waarop zware materialen sneller verzakken en scheef komen te liggen. Bij het standaardiseren wordt wel doorlopend een balans gezocht tussen enerzijds de ‘best practice’ die zich decennialang succesvol bewezen heeft en anderzijds innovaties die aansluiten op de veranderende behoeften van de stad. Voordat een nieuwe ontwerpoplossing kan worden opgenomen in de standaard moet deze voldoen aan zeven randvoorwaarden: beheerbaarheid, techniek en uitvoerbaarheid, inkoopbaarheid, uitstraling, duurzaamheid, effectiviteit en kostenefficiency. Goede samenwerking Bij het inrichten van de openbare ruimte zijn veel specialisten betrokken: landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen, cultuurhistorici, ingenieurs, verkeerskundigen, ecologen, beheerders, inkopers en uitvoerders. Gezamenlijk moeten al deze disciplines de overtuigingen in praktijk brengen. Daarbij betrekt Amsterdam ook de verenigde vertegenwoordigers van de diverse belangen (toegankelijkheid, fietsers, voetgangers, cultuurhistorie, erfgoed, et cetera). Binnen de gemeentelijke organisatie is het van belang dat alle betrokkenen gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor het eindresultaat. In het algemeen geldt: een investering in goede samenwerking vanaf de eerste fase verdient zich in latere fases terug. Alle rijbanen van erftoegangswegen worden uitgevoerd in gebakken materiaal. De parkeervakken worden uitgevoerd met hergebruikte klinkers, zoals hier in de Urkstraat. OVERIGE WAARDEN Er zijn verder nog meer waarden om rekening mee te houden: • Bij de technische uitwerkingen in de handboeken wordt zo optimaal mogelijk invulling gegeven aan fysieke toegankelijkheid, op basis van het VN Verdrag Handicap, landelijke richtlijnen en Amsterdamse uitwerkingen daarvan zoals de ‘Handleiding Geleidelijnen Amsterdam’. • Verkeer, inclusief de voetganger, moet zich veilig kunnen bewegen. Amsterdamse straatprofielen worden conform de Puccinimethode samenhangend, overzichtelijk en herkenbaar ingericht. Ook openbare verlichting draagt bij aan de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid op straat en een positieve beleving van de stad in de avond en nacht. De vormgeving van de openbare verlichting maakt dan ook deel uit van de Puccinimethode. • Ontwerpen volgens de Puccinimethode houden altijd rekening met de beheerbaarheid van de openbare ruimte. Zo wordt het aantal verschillende materialen en objecten beperkt; beheerders hoeven bijvoorbeeld niet meer tientallen soorten kolken op voorraad te houden, maar slechts enkele. Dat scheelt ruimte, tijd en geld. Daarnaast kiest Amsterdam voor materialen met een lange levensduur die weinig onderhoud vergen. Tot slot zorgen slimme ontwerpoplossingen voor voordelen bij beheer. • De Puccinimethode staat voor een hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte, maar ‘hoogwaardig’ betekent lang niet altijd ‘duur’. Betaalbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde bij het ontwikkelen van de standaard. WANNEER UITVOEREN? De standaarden van de Puccinimethode worden toegepast in alle herinrichtingsprojecten en bij de eerste aanleg van nieuwe openbare ruimte in gebiedsontwikkelingen. Bij onderhoud en vervangingen is het uitgangspunt dat er geen aanpassingen worden gedaan aan de materialisering en het profiel. Hierdoor kan de gemeente sneller, duurzamer en kosteneffectiever werken. Als materiaal toch vervangen moet worden als onderdeel van het onderhoud, omdat de technische staat onvoldoende is, is het uitgangspunt uiteraard wel dat vervanging gebeurt conform de standaarden van de Puccinimethode. Dat geldt ook voor eventuele aanpassingen in de inrichting of detaillering als onderdeel van onderhouds- en vervangingsprojecten. Deze werkwijze betekent dat er geen moment in de toekomst te benoemen is waarop de hele stad conform de huidige standaarden ingericht zal zijn. Daarbij speelt ook mee dat de standaarden door de jaren heen steeds worden bijgesteld op de actuele ontwikkelingen in de stad; de stad is nooit ‘af’. Tramhalte waarbij het meubilair van verschillende eigenaren een uniforme kleur heeft. Diepenbrockstraat: 30 km-zone, bushaltemarkering en modern parkeren.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=