GWW-Totaal 4 - 2026

25 NUMMER 4 / SEPTEMBER 2026 CENTRUM HOUT doelstellingen, economische ontwikkeling en sociale vooruitgang. VAN HOUTSOORT NAAR PRESTATIE-EIS Een belangrijke stap die opdrachtgevers kunnen zetten, is het anders formuleren van bestekken en aanbestedingen. In de praktijk worden nog regelmatig specifieke houtsoorten voorgeschreven. Daarmee wordt de markt onnodig beperkt en wordt voorbijgegaan aan de grote diversiteit aan beschikbare gecertificeerde houtsoorten. “Veel beter is het om prestaties voor te schrijven. Een brugdek moet bijvoorbeeld voldoen aan eisen voor sterkte, stijfheid, duurzaamheid, slijtvastheid en levensduur. Welke houtsoort uiteindelijk wordt toegepast, is vervolgens een technische keuze van leverancier en constructeur’’, weet De Munck. Deze benadering biedt meerdere voordelen: het stimuleert innovatie, vergroot de beschikbaarheid van materiaal en geeft ook minder bekende houtsoorten een eerlijke kans. Dat is juist belangrijk in duurzaam beheerde tropische bossen, waar tientallen geschikte soorten naast elkaar voorkomen. Door alleen bekende soorten voor te schrijven, wordt de druk op een beperkt aantal soorten onnodig groot, terwijl andere goed presterende houtsoorten ongebruikt blijven. De keuze voor prestaties in plaats van soorten wordt ook ondersteund vanuit de vakliteratuur. In documentatie over GWW-toepassingen wordt nadrukkelijk gewezen op het belang van het voorschrijven van sterkte-, duurzaamheids- en gebruikseisen in plaats van één specifieke houtsoort. Door vervolgens de vereiste technische prestaties vast te leggen, ontstaat maximale ruimte voor marktpartijen om de meest geschikte gecertificeerde houtsoort aan te bieden. Een formulering in aanbestedingen kan dan als volgt bijvoorbeeld luiden: ‘Alle toegepaste houtproducten dienen aantoonbaar duurzaam geproduceerd te zijn en te voldoen aan de geldende Nederlandse duurzaamheidscriteria voor houtinkoop (TPAC). Het hout dient traceerbaar te zijn vanaf het bos tot en met de levering op het project. De aannemer toont door middel van geldige certificaten en leveringsdocumenten aan dat het geleverde hout afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen.’ ‘De houtsoort voor [toepassing] dient te voldoen aan de technische eisen volgens NEN 5493, met een minimale sterkteklasse van [D30, D40,D50,D70]…’ VERTROUWEN IS GOED, CONTROLEREN IS BETER Duurzaam inkopen stopt niet bij het opnemen van een bepaling in het bestek. Even belangrijk is de controle tijdens uitvoering en oplevering. Opdrachtgevers doen er verstandig aan expliciet te verifiëren of het geleverde hout daadwerkelijk afkomstig is uit gecertificeerde bronnen en of de juiste documentatie aanwezig is. Certificering werkt met een zogenoemde ‘Chain of Custody’ (CoC), een systeem waarmee het hout van bos tot eindgebruiker wordt gevolgd en gecontroleerd. Alleen wanneer ook tijdens levering, opslag, verwerking en montage serieus aandacht wordt besteed aan deze ketenborging, is zeker dat het voorgeschreven hout daadwerkelijk in het project terechtkomt: controle ‘van kap tot schap’. De geselecteerde aannemer moet, net als de houtleverancier, CoC-gecertificeerd te zijn. RUIME KEUZE VOOR DE GWW-SECTOR Het argument dat duurzaam geproduceerd tropisch hout moeilijk verkrijgbaar zou zijn, houdt al lang geen stand meer. Voor GWW-toepassingen is een breed assortiment gecertificeerde houtsoorten beschikbaar voor bruggen, brugdekken, damwanden, steigers, remmingwerken, geleiderails, beschoeiingen en andere waterbouwkundige constructies. Soorten zoals azobé, okan, bilinga, angelim vermelho, itaúba, cumaru, basralocus en massaranduba worden al decennialang toegepast in Europese infrastructuurprojecten en beschikken over uitstekende eigenschappen op het gebied van sterkte, levensduur en milieuprestaties. Zie voor dat laatste de milieuverklaringen in de nationale milieudatabase (www.milieudatabase.nl/viewer). Voor de technische onderbouwing kunnen opdrachtgevers terugvallen op een breed kennisfundament. De norm NEN 5493 beschrijft kwaliteitseisen voor loofhout in grond-, weg- en waterbouwkundige toepassingen. Daarnaast vormt CROW Publicatie 213 ‘Hout in de GWW’ een zeer nuttige praktijkrichtlijn voor opdrachtgevers, adviseurs, beheerders en uitvoerders. Voor wie gedegen informatie wil hebben van aangeboden houtsoorten, biedt het recent vernieuwde Houtvademecum een schat aan informatie. Dit naslagwerk beschrijft meer dan 250 in Nederland gebruikte houtsoorten, inclusief hun technische eigenschappen, herkomst en toepassingsmogelijkheden. VERANTWOORDELIJKHEID BIJ OPDRACHTGEVER De Nederlandse GWW-sector staat voor grote opgaven op het gebied van klimaat, circulariteit en biodiversiteit. Duurzaam geproduceerd tropisch hout biedt een unieke mogelijkheid om al deze ambities met één materiaalkeuze te ondersteunen. Door gecertificeerd hout voor te schrijven, prestaties centraal te stellen en daadwerkelijk te controleren wat wordt geleverd, kunnen opdrachtgevers een directe bijdrage leveren aan het behoud van bossen wereldwijd. Niet ondanks het gebruik van tropisch hout, maar juist dankzij het gebruik ervan. “Elke brug, steiger of damwand van duurzaam geproduceerd hout vertelt uiteindelijk hetzelfde verhaal: een bos dat economisch waardevol genoeg is gebleven om bos te mogen blijven. Dat is misschien wel de meest duurzame infrastructuurinvestering die een opdrachtgever kan doen”, sluit De Munck af. Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Actieplan Hout in de GWW en Van den Berg Houtgroep. Meer informatie: www.houtindegww.nl. Metalen merkplaatjes op boom en stronk (na oogst) houden de herkomst traceerbaar. Het bos herstelt zich al binnen 12 jaar grotendeels zelf. Naar school gaan is nu ook 'gewoon’, net als dat er een dokter in de buurt is. Van houtsoort naar prestatie-eis Merkplaatje met QR-code bevat essentiële data om soort en herkomst van het hout te traceren tot aan de bron. Een veldbezoek aan bosconcessies in Brazilië en Suriname bevestigt de bosbouwkundige inzichten van De Munck.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=